Anatomische termen en Klinisch Onderzoek
Hoofdstuk 1 Algemene (topografische) anatomie
Vlakken
Mediaanvlak: het vlak dat het lichaam in twee helften verdeelt, die elkaars spiegelbeeld zijn. De lijn
die tussen deze twee helften inloopt heet de mediaanlijn.
Sagitaalvlak/paramediaanvlak: elk vlak dat parallel loopt aan het mediane vlak.
Transversaalvlak: elk vlak dat loodrecht op het mediane vlak staat.
Horizontaal vlak: elk vlak dat loodrecht op het mediane en het transversale vlak staat.
Assen
Lengteas: de snijlijn van het mediane vlak met het horizontale vlak.
Transversale as: de snijlijn van het transversale vlak en het horizontale vlak.
Sagittale as: de snijlijn van het mediane en het transversale vlak.
, Topografische termen
Dorsaal = rugzijde
Ventraal = buikzijde
Anterior = voorzijde van een poot
Posterior = achterzijde van een poot
Craniaal = kopzijde
Caudaal = staartzijde
Sinister = links
Dexter = rechts
Lateraal = buitenzijde van een poot
Mediaal = binnenzijde van een poot
M.b.t. de romp:
Dorsaal: aan de rugzijde gelegen.
Ventraal: aan de buikzijde gelegen/op de buik betrekking hebbend/aan de onderkant.
Mediaan: in het mediane vlak gelegen.
Mediaal: aan de kant van het mediane vlak gelegen/ naar het midden toe gelegen.
Lateraal: van het mediane vlak afgericht/ aan de zijkant.
Craniaal: op de kop betrekking hebbend/bij de kop gelegen/aan de kopzijde gelegen.
Caudaal: op de staart betrekking hebbend/naar de staartzijde gelegen.
Rostraal: op de neus betrekking hebbend/aan de zijde van de neuspunt (wat craniaal voor lichaam is.
Is rostraal voor de kop).
M.b.t. de ledematen:
Proximaal: bij of in de richting van de romp gelegen.
Distaal: van de romp af/in de richting van het uiteinde van de ledematen.
Dorsaal/anterior: aan de zijde van de rug. Bij honden gaat het hier om de voorkant van de poot (de
bovenkant als de hond in sphinxhouding ligt).
Posterior: achterzijde.
Palmair: handpalm.
Plantair: voetzool.
Bewegingsterminologie
Flexie :
= buigen: de beweging van een bot t.o.v. een ander bot (onderling verbonden door een gewricht)
zodat de hoek kleiner wordt.
Extensie :
= strekken. Tegenovergestelde van buigen.
Abductie :
= beweging naar lateraal (weg van mediaan) of naar abaxiaal (weg van axis).
Adductie :
= beweging naar mediaal (naar mediaan) of naar axiaal (naar axis).
Supinatie :
= rotatie naar buiten (dorsale vlak van voor- of achterbeen naar lateraal gekeerd).
Pronatie :
= rotatie naar binnen.
Pariëtaal: de kant van de buikwand.
Visceraal: de kant van de inwendige organen.
Hoofdstuk 1 Algemene (topografische) anatomie
Vlakken
Mediaanvlak: het vlak dat het lichaam in twee helften verdeelt, die elkaars spiegelbeeld zijn. De lijn
die tussen deze twee helften inloopt heet de mediaanlijn.
Sagitaalvlak/paramediaanvlak: elk vlak dat parallel loopt aan het mediane vlak.
Transversaalvlak: elk vlak dat loodrecht op het mediane vlak staat.
Horizontaal vlak: elk vlak dat loodrecht op het mediane en het transversale vlak staat.
Assen
Lengteas: de snijlijn van het mediane vlak met het horizontale vlak.
Transversale as: de snijlijn van het transversale vlak en het horizontale vlak.
Sagittale as: de snijlijn van het mediane en het transversale vlak.
, Topografische termen
Dorsaal = rugzijde
Ventraal = buikzijde
Anterior = voorzijde van een poot
Posterior = achterzijde van een poot
Craniaal = kopzijde
Caudaal = staartzijde
Sinister = links
Dexter = rechts
Lateraal = buitenzijde van een poot
Mediaal = binnenzijde van een poot
M.b.t. de romp:
Dorsaal: aan de rugzijde gelegen.
Ventraal: aan de buikzijde gelegen/op de buik betrekking hebbend/aan de onderkant.
Mediaan: in het mediane vlak gelegen.
Mediaal: aan de kant van het mediane vlak gelegen/ naar het midden toe gelegen.
Lateraal: van het mediane vlak afgericht/ aan de zijkant.
Craniaal: op de kop betrekking hebbend/bij de kop gelegen/aan de kopzijde gelegen.
Caudaal: op de staart betrekking hebbend/naar de staartzijde gelegen.
Rostraal: op de neus betrekking hebbend/aan de zijde van de neuspunt (wat craniaal voor lichaam is.
Is rostraal voor de kop).
M.b.t. de ledematen:
Proximaal: bij of in de richting van de romp gelegen.
Distaal: van de romp af/in de richting van het uiteinde van de ledematen.
Dorsaal/anterior: aan de zijde van de rug. Bij honden gaat het hier om de voorkant van de poot (de
bovenkant als de hond in sphinxhouding ligt).
Posterior: achterzijde.
Palmair: handpalm.
Plantair: voetzool.
Bewegingsterminologie
Flexie :
= buigen: de beweging van een bot t.o.v. een ander bot (onderling verbonden door een gewricht)
zodat de hoek kleiner wordt.
Extensie :
= strekken. Tegenovergestelde van buigen.
Abductie :
= beweging naar lateraal (weg van mediaan) of naar abaxiaal (weg van axis).
Adductie :
= beweging naar mediaal (naar mediaan) of naar axiaal (naar axis).
Supinatie :
= rotatie naar buiten (dorsale vlak van voor- of achterbeen naar lateraal gekeerd).
Pronatie :
= rotatie naar binnen.
Pariëtaal: de kant van de buikwand.
Visceraal: de kant van de inwendige organen.