Samenvatting Pedagogisch Didactisch Begeleiden
Hoofdstuk 5 – Kinderen begeleiden
• Als je wat met een kind wilt bereiken, moet je het kind eerst kennen en het kind moet jou
kennen. Het is belangrijk dat je het kind elke dag persoonlijk benadert.
• De kwaliteit van de relatie heeft te maken met werkelijke belangstelling en aandacht voor
kinderen, respect en een echte luisterende houding.
5.1 Werken aan een positieve relatie
• Relaties spelen een grote rol in hoe een kind de school beleeft. De basis van het pedagogische
klimaat ligt in de relatie tussen leerkracht en kind. Hier werk je aan vanaf de eerste dag dat je
een nieuwe groep hebt.
Voorbeeld: Bewust elk kind ‘s morgens groeten bij de ingang van de klas is een goed begin van de
dag.
• Om zich te kunnen ontwikkelen tot een evenwichtig persoon die vertrouwen heeft in zichzelf en
in anderen, heeft een kind een veilige relatie nodig met zijn opvoeders. Een kind kan zich ook
hechten aan een andere opvoeder.
• Als een kind zich veilig voelt op school kan het gemakkelijker omgaan met moeilijke situaties. Uit
onderzoek blijkt dat leerlingen die een goede relatie hebben met hun leerkracht beter presteren
op school.
5.1.1 Nabijheid, conflict en afhankelijkheid
• De relatie tussen jou en de kinderen die je begeleidt kun je aan de hand van drie dimensies
beschrijven: nabijheid, conflict en afhankelijkheid.
• Een goede relatie wordt gekenmerkt door nabijheid, weinig conflicten en weinig afhankelijkheid.
Bij een warme en ondersteunende relatie tussen jou en een leerling is sprake van nabijheid. Je hebt een
open en plezierige relatie met het kind. Het kind heeft vertrouwen in jou en voelt zich gesteund in
stressvolle situaties.
Heb je veel conflicten met een kind, dan voelt het kind zich niet veilig bij jou. Conflicten kosten energie
en dat gaat ten koste van leren. Je komt bovendien in een vicieuze cirkel terecht. Conflicten heb je
gemakkelijker met kinderen met moeilijk gedrag. Het kind zal door de slechte relatie alleen maar meer
lastig gedrag gaan vertonen.
Een te grote mate van afhankelijkheid is ook niet goed. Kinderen moeten in eerste instantie zelf de
problemen oplossen die ze tegenkomen. Ze moeten op zichzelf vertrouwen.
5.1.2 Kinderen persoonlijk ontmoeten
• In het onderwijs werk je met een groep. Echter heeft elk kind recht op jouw aandacht,
belangstelling, stimulans en begrip: op een persoonlijke ontmoeting met jou.
• Het is belangrijk dat je de tijd en ruimte neemt om met elk individueel kind een relatie op te
bouwen en die te onderhouden.
• Probeer zo snel mogelijk de namen van de kinderen te leren. Het maakt voor een kind heel veel
Hoofdstuk 5 – Kinderen begeleiden
• Als je wat met een kind wilt bereiken, moet je het kind eerst kennen en het kind moet jou
kennen. Het is belangrijk dat je het kind elke dag persoonlijk benadert.
• De kwaliteit van de relatie heeft te maken met werkelijke belangstelling en aandacht voor
kinderen, respect en een echte luisterende houding.
5.1 Werken aan een positieve relatie
• Relaties spelen een grote rol in hoe een kind de school beleeft. De basis van het pedagogische
klimaat ligt in de relatie tussen leerkracht en kind. Hier werk je aan vanaf de eerste dag dat je
een nieuwe groep hebt.
Voorbeeld: Bewust elk kind ‘s morgens groeten bij de ingang van de klas is een goed begin van de
dag.
• Om zich te kunnen ontwikkelen tot een evenwichtig persoon die vertrouwen heeft in zichzelf en
in anderen, heeft een kind een veilige relatie nodig met zijn opvoeders. Een kind kan zich ook
hechten aan een andere opvoeder.
• Als een kind zich veilig voelt op school kan het gemakkelijker omgaan met moeilijke situaties. Uit
onderzoek blijkt dat leerlingen die een goede relatie hebben met hun leerkracht beter presteren
op school.
5.1.1 Nabijheid, conflict en afhankelijkheid
• De relatie tussen jou en de kinderen die je begeleidt kun je aan de hand van drie dimensies
beschrijven: nabijheid, conflict en afhankelijkheid.
• Een goede relatie wordt gekenmerkt door nabijheid, weinig conflicten en weinig afhankelijkheid.
Bij een warme en ondersteunende relatie tussen jou en een leerling is sprake van nabijheid. Je hebt een
open en plezierige relatie met het kind. Het kind heeft vertrouwen in jou en voelt zich gesteund in
stressvolle situaties.
Heb je veel conflicten met een kind, dan voelt het kind zich niet veilig bij jou. Conflicten kosten energie
en dat gaat ten koste van leren. Je komt bovendien in een vicieuze cirkel terecht. Conflicten heb je
gemakkelijker met kinderen met moeilijk gedrag. Het kind zal door de slechte relatie alleen maar meer
lastig gedrag gaan vertonen.
Een te grote mate van afhankelijkheid is ook niet goed. Kinderen moeten in eerste instantie zelf de
problemen oplossen die ze tegenkomen. Ze moeten op zichzelf vertrouwen.
5.1.2 Kinderen persoonlijk ontmoeten
• In het onderwijs werk je met een groep. Echter heeft elk kind recht op jouw aandacht,
belangstelling, stimulans en begrip: op een persoonlijke ontmoeting met jou.
• Het is belangrijk dat je de tijd en ruimte neemt om met elk individueel kind een relatie op te
bouwen en die te onderhouden.
• Probeer zo snel mogelijk de namen van de kinderen te leren. Het maakt voor een kind heel veel