MUMC MINDMAPS
GD04 – Basis respiratie Er is O2 voor alle cellen in het lichaam! In de longen vindt uitwisseling plaatst van O2 en CO2, van en naar het bloed.
Samenvatting Dode ruimte ventilatie Ventilatie / Perfusie - V/Q Regulatie ademhaling Begrippenlijst
WOB is afhankelijk van Daar waar geen diffusie is. Twee belangrijke centrums Surfactant, in een alveoli zit een dun laagje
compliance en resistance die het ademen verzorgen: water (water trekt naar elkaar toe).
Lage C: stugge long > ARDS Anatomische dode ruimte: Surfactant zit daaroverheen, waardoor de
Pneumonie, niet rekken. van 500ml teugvolume (Vt) Medulair ritmisch centrum oppervlakte spanning verlaagt.
Hoge C: slappe long > blijft 100-150ml achter. (medulla oblongata) Wet van Fick, diffusie gaat sneller bij groter
Emfyseem, wel ver rekken. Shunting, Regelmatige in- en uit oppervlak (longen), kleine afstand, grotere
Alveolaire dode ruimte: Ventilatie wordt kleiner ademing + stimulatie bij concentratie verschillen en afhankelijk van
DO2 = Hb x SaO2 x C.O. Longblaasjes van de t.o.v. perfusie. fysieke inspanning. gaseigenschap.
VO2 = SaO2 – SvO2 of O2 longtoppen, in rust wel Wel perfusie, geen V > Diffusie, gasuitwisseling op basis van
extractie X zuurstofillisatie. een V maar geen Q. V/Q-verhouding is laag. Pneumotactisch centrum concentratieverschil (hoog naar laag).
O2 beperkt effectief, is (pons) Osmose, op basis van diffusie gaat een
Stijging CO2 leidt tot een Fysiologische dode ruimte: afhankelijk van % shunting. Adem-diepte, AH-freq en vloeistof, met opgeloste stof erin, door de
versnelde ademhaling en Anatomisch + alveolair pO2 omlaag, pCO2 omlaag adempauze (afkappen bij semipermeabele wand wat de vloeistof
bij daling een vertraging. (initieel). inspiratie). doorlaat maar de stof niet.
Pathologisch dode ruimte: Zones van West, in onderste longvelden zijn
760 mmHg normale druk. Geen diffusie > longziektes Door bijv: pneumonie, Pons en medulla oblongata de alveoli het kleinste en nemen het meeste
759 mmHg inademen, ARDS, longoedeem, krijgen hun input door in volume toe. In longtoppen zijn de alveoli
grote thorax, lagere druk. Longvliezen atelectase. chemo- en rekreceptoren het grootst maar kunnen niet veel uitzetten.
761 mmHG uitademen, Binnenkant longvlies via de nervus vagus en n. Ventilatie, CO2 uitscheiding en
kleine thorax, meer druk. > pleura visceralis glossopharyngicus. een normaal PaCO2 handhaven.
Dode Ruimte Ventilatie,
Perfusie wordt minder Oxygenatie, O2 opnamen en
Ademvolumes (Av): Buitenkant borstwandvlies Chemoreceptoren centraal een normaal PaO2 handhaven.
t.o.v. ventilatie.
Vt, teugvolume ≡ Av = 0,5L > pleura parietalis bodem 4e ventrikel: PaCO2 Compliance, rekbaarheid/ uitzetten.
Wel ventilatie, geen Q.
IRV, extra-inademing = 2,5 V/Q-verhouding is hoog. en H+, 75% chemie drive. Elasticiteit, terug in originele vorm komen.
ERV, extra-uitadem = 1,5 Pleuradruk is negatief, Chemoreceptoren perifeer Resistance, weerstand (inademen lager).
pO2 niet perse verstoord,
VC, vitale capaciteit = 4,5 -5 cmH2O drukverschil. aortaboog en carotiden: ARDS, adult respiratory distress syndroom.
pCO2 verlaagd (initieel).
Voorkomt collaps alveoli PaO2, PaCO2, H+, 25%. Een ontstekingsreactie in de longen die
samen met surfactant ontstaat als gevolg van een infectie of
Door bijv: longembolie,
(surfactant bestaan uit Rekreceptoren: in longen. inflammatie elders in het lichaam.
emfyseem, hypoperfusie.
fosfolipiden en eiwitten). CAP, Community Acquired Pneumonie
Saturatie, bezette haemgroep : totaal x 100.
1
, MUMC MINDMAPS
SD04 – Respiratie advanced
Samenvatting FRC (Na+ + K+) – (Cl- + HCO3-) Zuurstofdissocatiecurve
ARF acuut respiratoir falen Dit is de hoeveelheid lucht Hoeveel meer kationen+ zijn er t.o.v. anionen (-)? Verband tussen partiële O2 spanning (pO2)
Niet genoeg opnemen van die achter blijft in de en O2 verzadiging van Hb (SpO2 arterieel),
O2 (hypoxie) of CO2 ver- longen na een normale Een verhoogd anion gap kan wijzen op metabole acidose Hb en O2 is afhankelijk van: pCO2, pH en T.
wijderen (hypercapnisch). uitademing, deelt dus aan door ophoping van zuur. Hoe groter the gap is, hoe meer
de gaswisseling. = ERV + Rv andere vage anions er zijn die niet in de formule worden Arterieel punt als bloed langs alveoli gaat, is
Dependent lung regions: meegenomen zoals bijv. H+ ionen wat van het negatieve pO2 100mmHG en de SpO2 98%.
Laagste deel van de longen Als long (wilt naar binnen) CH3CH(OH)CO2 (lactaat) afkomstig is. Of een keto, formic Gemengd veneus punt bloed naar weefsels
in relatie tot de F (zk) = en thorax (wilt naar (menthanol) en oxalic (ethylene glycol) acidose. De longen (veneuze kant), is de pO2 40mmHG en SpO2
beste V/Q-verhouding. buiten) krachten in compenseren de metabole acidose door CO2 te verlagen. 75%. 25% is dus verbruikt, 75% gaat terug.
evenwicht zijn is FRC perf.
Inhalatie-Exhalatie Ratio FRC kleiner: long trekt Oorzaken verhoogde anion gap: Ketonen, Uremie, Linksverschuiving: door verhoogde pH, lage
Verhouding tussen de duur harder dan thoraxwand Salicylaten, Tolueen (lijm), Menthanol, Ethyleenglycol, T en lage pCO2. O2 kan makkelijker geleverd
van de in- en uitademing. (oxygenatie)/ buikdrukken. Rhabdomyolyse, Ethanol (alcohol) en Lactaat. worden bij slechts een kleine daling van de
Een IE-ratio van 1:4 = 4x zo Rechtop > rugligging druk. Affiniteit van Hb voor O2 neemt toe
lang uit ademen als de in afname FRC met 800cc. (omgekeerd Bohr effect).
FRC groter: thoraxwand Positieve Ionen (Kationen)
(denk aan astma en COPD).
trekt harder dan long Natrium (Na⁺): Rol in VB en zenuwfunctie.
Rechtsverschuiving: door verlaagde pH,
(ventilatie)/ inspanning. Kalium (K⁺): Spierfunctie en de hartslag.
Obstructief, vermindering hoge T en hoge pCO2. Affiniteit van Hb voor
FRC vergroten: PEEP geven Calcium (Ca²⁺): Botgezondheid, spiercontractie en stolling.
luchtstroom bij expiratie. O2 neemt af (Bohr), waardoor O2 sneller
Restrictief, vermindering Pre-oxygeneren: FRC vol losgemaakt wordt van het Hb.
O2, bijv. bij intubatie zodat Magnesium (Mg²⁺):
longcapaciteit waardoor
aanwezige O2 diffundeert. Helpt bij spier- en zenuwfunctie en bij eiwitproductie.
inspiratie moeilijker wordt.
Negatieve Ionen Anionen
Obstructief Restrictief Chloride (Cl⁻): Werkt samen met Na+ om VB te hand-
Compliance (C) Hoog (slap) Laag (stug) haven en helpt bij de spijsvertering.
Elasticiteit (E) Laag Hoog Fosfaat (PO₄³⁻): Energieproductie en botgezondheid.
Resistance (R) Hoog Normaal Sulfaat (SO₄²⁻): Detoxificatie en eiwitsynthese.
Probleem Expiratie Inspiratie
ARF Type 2 Type 1
Bicarbonaat (HCO₃⁻):
ABG Hypercapnie Hypoxie
Reguleert pH-balans in het bloed en voorkomt verzuring.
FRC Groot Klein
2
, MUMC MINDMAPS
SD08 – Airway mogelijkheden en NIV CO2 uitscheiden en O2 opnemen door de longen.
Samenvatting Ademvolumes Pressure Support CO2 en kalium Wat doet NIV?
Indicatie: longoedeem, Druk houdt aan totdat CO2 correctie mag niet te VORFIV
COPD, immuunstoornis, expiratieklep weer opent, snel dus niet ventileren Doelen: oxygenatie en ventilatie verbeteren,
niet-intuberen, weanfalen, patiënt kan nu uitademen. met een hoog AMV! ondersteund WOB en intubatie voorkomen.
dyspnoe, WOB en neuro. pCO2 daling: HD instabiel. 1. Veneuze return verminderen.
Contra-indicatie: apneu, 1. Minimale trigger delay pH stijging: hypokaliaemie. Door het geven van positieve druk gaat
EMV <8, gezicht letsel, 0,5L Vt, teugvolume ≡ Av. Flow trigger moet gevoelig pH daling: hyperkaliaemie. bloed dat naar het hart toe stroomt
obstructieve A, recent CHI, 2,5L IRV, extra-inademing. zijn zonder auto-triggering Bij een respiratoire acidose meer weerstand ondervindt en komt er
teveel sputum, bloedingen 1,5L ERV, extra-uitadem. om vertraging tussen ah en (COPD), zijn er veel H+ minder aan bij het hart door de meer
en HD instabiliteit. 4,5L VC, vitale capaciteit. machine te minimaliseren. ionen. Door homeostase intrathoracale druk. Nadeel is dat het
Complicaties: VILI, oogirri, 6,0L TL, totale long. Compenseer PEEPi met gaan H+ ionen uit de kan zorgen voor HD instabiliteit (minder
aspiratie, luchtlekkage, PEEPe op individuele basis. bloedbaan de cellen in wat preload) en de positieve druk kan een
droge mond, oor trouble, FRC, het volume lucht wat leidt tot uitwisseling: zware belasting zijn voor de rechter
decubitus, claustrofobie, achterblijft in de longen na 2. Optimaal drukopbouw ventrikel (toename afterload).
verergering pneu, hypo- een uitademing. Drukstijgtijd (RAMP) inspi. Kalium (K+) verlaat de cel 2. O2 aanvoer optimaliseren.
/hyperventilatie en tensie. Long (wilt naar binnen) en COPD: snelle drukopbouw. en komt in de bloedbaan > Nauwkeurig FiO2 triteren.
thorax (wilt naar buiten). Longoedeem: tragere tijd. hyperkaliëmie. Bij NIV 3. Redistribute extra vasculaire longwater
Dode ruimte ventilatie (Q) ademt de patiënt CO2 (en (longoedeem).
Daar waar geen diffusie is. FRC kleiner: long trekt 3. Optimaal PS niveau H+ ionen) uit, waardoor de PEEP kan ervoor zorgen dat longoedeem
1. Anatomisch: harder dan thoraxwand: Hoge PS kan asynchronie H+ ionen terugkeren naar uit de alveoli wordt gedrukt en in de
van 500ml Vt > blijft oxygenatie/buikdrukken. en hyperinflatie (trauma) de bloedbaan. Hierdoor bloedbaan terecht komt, dus betere
100-150ml achter. Rechtop > rugligging veroorzaken; streef naar verplaatst kalium zich ventilatie en daarmee ook oxygenatie.
2. Alveolair: longblaasjes afname FRC met 800cc. teugvolume van 6-8 ml/kg. terug naar de cellen, kan 4. FRC stabiliseren/verhogen.
longtoppen, in rust wel FRC groter: thoraxwand leiden tot hypokaliëmie. NIV verbetert achtergebleven V.
een V maar geen Q. trekt harder dan long: 4. Optimaal cycle-off ETS 5. Inademen ondersteunen.
3. Fysiologisch: 1 + 2. COPD/ventilatie/WOB. Hoge ETS is bijv. IE 1:4. Hypokaliaemie, risico op Door pressure support, makkelijker
4. Pathologisch: geen torsades de pointes en VT. inademen door wat “lucht mee”.
diffusie > longziektes. FRC vergroten 6. V/Q verhouding verbeteren.
PEEP geven om atelectase Hyperkaliaemie, risico op Ventilatie is hoge V/Q verhouding.
DO2 = Hb x SaO2 x C.O. te voorkomen en de O2- R-op-T bij verbreed QRS Shunting is lage V/Q en dode ruimte.
VO2 = SaO2 – SvO2 of O2 uitwisseling te verbeteren. wat VF kan veroorzaken. Bij shunting middels PEEP atelectase
extractie X zuurstofillisatie. Buffer van O2-voorziening. recuteren (openen) voor ventilatie.
3
, MUMC MINDMAPS
SD16 – Beademingsvormen https://elearning.easygenerator.com/05ef13dd-0970-4224-b198-
feede2a51e7c/#section/b3e01d2f2fb34f30bacc7c69b934a3e0/question/4aba4f571962478cb6ae04830e4703ea
Samenvatting VC: Volume gecontroleerd PC: Druk gecontroleerd PS: Druk ondersteunend Begrippenlijst
Drie basis beademvormen: Patiënt doet zelf niks, bijv. Machine beademd, maar Patiënt ademt zelf, doet de Assist, patiënt trigger en sturing ventilator.
1. volume gecontroleerd. gesedeerde patiënt op OK. herkent eigen trigger > patiënt dit niet dan doet Support, triggering en sturing door patiënt.
2. druk gecontroleerd. Machine bepaalt alles. beloont dit ook. de machine dit ook niet. Control, triggering en sturing door ventilator
3. druk ondersteunend. IPPV, Intermittent Positive Pressure
1e fase (volgens Chatburn), 1e fase (volgens Chatburn), 1e fase (volgens Chatburn), Ventilation tijdens de inademing.
Het ideaal teugvolume wat bepaald nu de start wat bepaald nu de start wat bepaald nu de start Pressure Support (PS), drukondersteunend.
wordt vaak bepaald door van inspiratie? De tijd puur van inspiratie? De tijd puur van inspiratie? Patiënt zelf Pressure Control (PC), drukgecontroleerd.
IBW (lengte en geslacht). op basis van de ah- op basis van de ah- met trigger en wordt met Volume Control (VC), volumegecontroleerd
frequentie is inspiratietijd. frequentie is inspiratietijd. PS ondersteund voor SPONT, patiënt triggert zelf (met diafragma).
Flow, hoe hoger hoe AH-frequentie instellen! AH-frequentie instellen! makkelijkere inspiratie. ASV, Adaptive Support Ventilation.
sneller het volume i-ASV, Intelligent Adaptive Sup Ventilation.
aankomt. Bij hoge flow 2e fase is controlefase, wat 2e fase geeft een 2e fase, wat is Mandatory, verplicht gesteld.
komt er weerstand van het is gecontroleerd? Het gegarandeerde druk. gecontroleerd? Ingestelde CMV, Continuous Mandatory Ventilation
slangensysteem (denk aan volume wordt sowieso Moeilijker om R te bepalen drukondersteuning (PS). elke inspiratie is hetzelfde en volledig door
veel door een rietje blazen gegeven, volume instellen! en de druk in de long. Druk Volume is variabel, bij machine. Geen support. VC en PC zijn CMV.
en drukhoog). Er is wel drukbegrenzing. is constant, past niet aan verandering van de C PC CMV, levert bij elke ah dezelfde druk,
Druk is variabel. Lage C, op compliance van long. wordt het volume anders waarbij het ademvolume kan variëren.
PEEP kan FRC vergroten en druk. Hoge C, druk. Volume is variabel. en blijft de PS constant. VC CMV, lever bij elke ah hetzelfde volume.
gaswisseling (vooral BIPAP, Bilevel Positieve Airway Pressure,
oxygenatie) verbeteren. Twee drukken Bij druk gecontroleerd kan De beademingsmachine een IMV vorm met twee drukniveaus voor
Piekkdruk en plateaudruk. het AMV vergroot worden levert een vooraf inspiratie en lager niveau voor de expiratie.
Bewaak bij een variabel Flow heeft hier invloed op. door de ah-frequentie te ingestelde positieve druk CPAP, Continuous Positive Airway Pressure.
volume zowel het verhogen of de tijdens de inademing om NAVA, Neurally Adjusted Ventilatory Assist
teugvolume als het AMV. 3e fase is wat bepaalt de inspiratietijd te verlengen. makkelijker te ademen. (elektronische diafragma activiteit).
expiratie? O.b.v. de
Het verschil tussen ingestelde inspiratie tijd, Ventilatie: AMV = Pinsp + AH-Freq, VC = ERV+ IRV + TV. Dode ruimte ventilatie, geen diffusie.
piekdruk en plateaudruk is dit bepaalt ook expiratie. Oxygenatie: PEEP + FiO2. FRC = ERV + RV. Anatomische DR, 150-100ml blijft achter.
een maat voor de I.E. ratio wordt aangepast. Finetuning: ETS + RAMP. Alveolaire DR, longblaasjes (top) die in rust
weerstand van de Drukstijgtijd: RAMP/ Inspiratory Rise Time. geen perfusie hebben maar wel ventilatie.
luchtwegen en tube. 4e fase, baseline: wat blijft ETS: Expiratory Trigger Sensitivity/ cycle off. Fysiologische DR, anatomisch + alveolair.
achter na expiratie? PEEP! Trigger: Flow (luchtstroom)/ druktrigger (negatief). Pathologische DR, bij longaandoeningen.
4
GD04 – Basis respiratie Er is O2 voor alle cellen in het lichaam! In de longen vindt uitwisseling plaatst van O2 en CO2, van en naar het bloed.
Samenvatting Dode ruimte ventilatie Ventilatie / Perfusie - V/Q Regulatie ademhaling Begrippenlijst
WOB is afhankelijk van Daar waar geen diffusie is. Twee belangrijke centrums Surfactant, in een alveoli zit een dun laagje
compliance en resistance die het ademen verzorgen: water (water trekt naar elkaar toe).
Lage C: stugge long > ARDS Anatomische dode ruimte: Surfactant zit daaroverheen, waardoor de
Pneumonie, niet rekken. van 500ml teugvolume (Vt) Medulair ritmisch centrum oppervlakte spanning verlaagt.
Hoge C: slappe long > blijft 100-150ml achter. (medulla oblongata) Wet van Fick, diffusie gaat sneller bij groter
Emfyseem, wel ver rekken. Shunting, Regelmatige in- en uit oppervlak (longen), kleine afstand, grotere
Alveolaire dode ruimte: Ventilatie wordt kleiner ademing + stimulatie bij concentratie verschillen en afhankelijk van
DO2 = Hb x SaO2 x C.O. Longblaasjes van de t.o.v. perfusie. fysieke inspanning. gaseigenschap.
VO2 = SaO2 – SvO2 of O2 longtoppen, in rust wel Wel perfusie, geen V > Diffusie, gasuitwisseling op basis van
extractie X zuurstofillisatie. een V maar geen Q. V/Q-verhouding is laag. Pneumotactisch centrum concentratieverschil (hoog naar laag).
O2 beperkt effectief, is (pons) Osmose, op basis van diffusie gaat een
Stijging CO2 leidt tot een Fysiologische dode ruimte: afhankelijk van % shunting. Adem-diepte, AH-freq en vloeistof, met opgeloste stof erin, door de
versnelde ademhaling en Anatomisch + alveolair pO2 omlaag, pCO2 omlaag adempauze (afkappen bij semipermeabele wand wat de vloeistof
bij daling een vertraging. (initieel). inspiratie). doorlaat maar de stof niet.
Pathologisch dode ruimte: Zones van West, in onderste longvelden zijn
760 mmHg normale druk. Geen diffusie > longziektes Door bijv: pneumonie, Pons en medulla oblongata de alveoli het kleinste en nemen het meeste
759 mmHg inademen, ARDS, longoedeem, krijgen hun input door in volume toe. In longtoppen zijn de alveoli
grote thorax, lagere druk. Longvliezen atelectase. chemo- en rekreceptoren het grootst maar kunnen niet veel uitzetten.
761 mmHG uitademen, Binnenkant longvlies via de nervus vagus en n. Ventilatie, CO2 uitscheiding en
kleine thorax, meer druk. > pleura visceralis glossopharyngicus. een normaal PaCO2 handhaven.
Dode Ruimte Ventilatie,
Perfusie wordt minder Oxygenatie, O2 opnamen en
Ademvolumes (Av): Buitenkant borstwandvlies Chemoreceptoren centraal een normaal PaO2 handhaven.
t.o.v. ventilatie.
Vt, teugvolume ≡ Av = 0,5L > pleura parietalis bodem 4e ventrikel: PaCO2 Compliance, rekbaarheid/ uitzetten.
Wel ventilatie, geen Q.
IRV, extra-inademing = 2,5 V/Q-verhouding is hoog. en H+, 75% chemie drive. Elasticiteit, terug in originele vorm komen.
ERV, extra-uitadem = 1,5 Pleuradruk is negatief, Chemoreceptoren perifeer Resistance, weerstand (inademen lager).
pO2 niet perse verstoord,
VC, vitale capaciteit = 4,5 -5 cmH2O drukverschil. aortaboog en carotiden: ARDS, adult respiratory distress syndroom.
pCO2 verlaagd (initieel).
Voorkomt collaps alveoli PaO2, PaCO2, H+, 25%. Een ontstekingsreactie in de longen die
samen met surfactant ontstaat als gevolg van een infectie of
Door bijv: longembolie,
(surfactant bestaan uit Rekreceptoren: in longen. inflammatie elders in het lichaam.
emfyseem, hypoperfusie.
fosfolipiden en eiwitten). CAP, Community Acquired Pneumonie
Saturatie, bezette haemgroep : totaal x 100.
1
, MUMC MINDMAPS
SD04 – Respiratie advanced
Samenvatting FRC (Na+ + K+) – (Cl- + HCO3-) Zuurstofdissocatiecurve
ARF acuut respiratoir falen Dit is de hoeveelheid lucht Hoeveel meer kationen+ zijn er t.o.v. anionen (-)? Verband tussen partiële O2 spanning (pO2)
Niet genoeg opnemen van die achter blijft in de en O2 verzadiging van Hb (SpO2 arterieel),
O2 (hypoxie) of CO2 ver- longen na een normale Een verhoogd anion gap kan wijzen op metabole acidose Hb en O2 is afhankelijk van: pCO2, pH en T.
wijderen (hypercapnisch). uitademing, deelt dus aan door ophoping van zuur. Hoe groter the gap is, hoe meer
de gaswisseling. = ERV + Rv andere vage anions er zijn die niet in de formule worden Arterieel punt als bloed langs alveoli gaat, is
Dependent lung regions: meegenomen zoals bijv. H+ ionen wat van het negatieve pO2 100mmHG en de SpO2 98%.
Laagste deel van de longen Als long (wilt naar binnen) CH3CH(OH)CO2 (lactaat) afkomstig is. Of een keto, formic Gemengd veneus punt bloed naar weefsels
in relatie tot de F (zk) = en thorax (wilt naar (menthanol) en oxalic (ethylene glycol) acidose. De longen (veneuze kant), is de pO2 40mmHG en SpO2
beste V/Q-verhouding. buiten) krachten in compenseren de metabole acidose door CO2 te verlagen. 75%. 25% is dus verbruikt, 75% gaat terug.
evenwicht zijn is FRC perf.
Inhalatie-Exhalatie Ratio FRC kleiner: long trekt Oorzaken verhoogde anion gap: Ketonen, Uremie, Linksverschuiving: door verhoogde pH, lage
Verhouding tussen de duur harder dan thoraxwand Salicylaten, Tolueen (lijm), Menthanol, Ethyleenglycol, T en lage pCO2. O2 kan makkelijker geleverd
van de in- en uitademing. (oxygenatie)/ buikdrukken. Rhabdomyolyse, Ethanol (alcohol) en Lactaat. worden bij slechts een kleine daling van de
Een IE-ratio van 1:4 = 4x zo Rechtop > rugligging druk. Affiniteit van Hb voor O2 neemt toe
lang uit ademen als de in afname FRC met 800cc. (omgekeerd Bohr effect).
FRC groter: thoraxwand Positieve Ionen (Kationen)
(denk aan astma en COPD).
trekt harder dan long Natrium (Na⁺): Rol in VB en zenuwfunctie.
Rechtsverschuiving: door verlaagde pH,
(ventilatie)/ inspanning. Kalium (K⁺): Spierfunctie en de hartslag.
Obstructief, vermindering hoge T en hoge pCO2. Affiniteit van Hb voor
FRC vergroten: PEEP geven Calcium (Ca²⁺): Botgezondheid, spiercontractie en stolling.
luchtstroom bij expiratie. O2 neemt af (Bohr), waardoor O2 sneller
Restrictief, vermindering Pre-oxygeneren: FRC vol losgemaakt wordt van het Hb.
O2, bijv. bij intubatie zodat Magnesium (Mg²⁺):
longcapaciteit waardoor
aanwezige O2 diffundeert. Helpt bij spier- en zenuwfunctie en bij eiwitproductie.
inspiratie moeilijker wordt.
Negatieve Ionen Anionen
Obstructief Restrictief Chloride (Cl⁻): Werkt samen met Na+ om VB te hand-
Compliance (C) Hoog (slap) Laag (stug) haven en helpt bij de spijsvertering.
Elasticiteit (E) Laag Hoog Fosfaat (PO₄³⁻): Energieproductie en botgezondheid.
Resistance (R) Hoog Normaal Sulfaat (SO₄²⁻): Detoxificatie en eiwitsynthese.
Probleem Expiratie Inspiratie
ARF Type 2 Type 1
Bicarbonaat (HCO₃⁻):
ABG Hypercapnie Hypoxie
Reguleert pH-balans in het bloed en voorkomt verzuring.
FRC Groot Klein
2
, MUMC MINDMAPS
SD08 – Airway mogelijkheden en NIV CO2 uitscheiden en O2 opnemen door de longen.
Samenvatting Ademvolumes Pressure Support CO2 en kalium Wat doet NIV?
Indicatie: longoedeem, Druk houdt aan totdat CO2 correctie mag niet te VORFIV
COPD, immuunstoornis, expiratieklep weer opent, snel dus niet ventileren Doelen: oxygenatie en ventilatie verbeteren,
niet-intuberen, weanfalen, patiënt kan nu uitademen. met een hoog AMV! ondersteund WOB en intubatie voorkomen.
dyspnoe, WOB en neuro. pCO2 daling: HD instabiel. 1. Veneuze return verminderen.
Contra-indicatie: apneu, 1. Minimale trigger delay pH stijging: hypokaliaemie. Door het geven van positieve druk gaat
EMV <8, gezicht letsel, 0,5L Vt, teugvolume ≡ Av. Flow trigger moet gevoelig pH daling: hyperkaliaemie. bloed dat naar het hart toe stroomt
obstructieve A, recent CHI, 2,5L IRV, extra-inademing. zijn zonder auto-triggering Bij een respiratoire acidose meer weerstand ondervindt en komt er
teveel sputum, bloedingen 1,5L ERV, extra-uitadem. om vertraging tussen ah en (COPD), zijn er veel H+ minder aan bij het hart door de meer
en HD instabiliteit. 4,5L VC, vitale capaciteit. machine te minimaliseren. ionen. Door homeostase intrathoracale druk. Nadeel is dat het
Complicaties: VILI, oogirri, 6,0L TL, totale long. Compenseer PEEPi met gaan H+ ionen uit de kan zorgen voor HD instabiliteit (minder
aspiratie, luchtlekkage, PEEPe op individuele basis. bloedbaan de cellen in wat preload) en de positieve druk kan een
droge mond, oor trouble, FRC, het volume lucht wat leidt tot uitwisseling: zware belasting zijn voor de rechter
decubitus, claustrofobie, achterblijft in de longen na 2. Optimaal drukopbouw ventrikel (toename afterload).
verergering pneu, hypo- een uitademing. Drukstijgtijd (RAMP) inspi. Kalium (K+) verlaat de cel 2. O2 aanvoer optimaliseren.
/hyperventilatie en tensie. Long (wilt naar binnen) en COPD: snelle drukopbouw. en komt in de bloedbaan > Nauwkeurig FiO2 triteren.
thorax (wilt naar buiten). Longoedeem: tragere tijd. hyperkaliëmie. Bij NIV 3. Redistribute extra vasculaire longwater
Dode ruimte ventilatie (Q) ademt de patiënt CO2 (en (longoedeem).
Daar waar geen diffusie is. FRC kleiner: long trekt 3. Optimaal PS niveau H+ ionen) uit, waardoor de PEEP kan ervoor zorgen dat longoedeem
1. Anatomisch: harder dan thoraxwand: Hoge PS kan asynchronie H+ ionen terugkeren naar uit de alveoli wordt gedrukt en in de
van 500ml Vt > blijft oxygenatie/buikdrukken. en hyperinflatie (trauma) de bloedbaan. Hierdoor bloedbaan terecht komt, dus betere
100-150ml achter. Rechtop > rugligging veroorzaken; streef naar verplaatst kalium zich ventilatie en daarmee ook oxygenatie.
2. Alveolair: longblaasjes afname FRC met 800cc. teugvolume van 6-8 ml/kg. terug naar de cellen, kan 4. FRC stabiliseren/verhogen.
longtoppen, in rust wel FRC groter: thoraxwand leiden tot hypokaliëmie. NIV verbetert achtergebleven V.
een V maar geen Q. trekt harder dan long: 4. Optimaal cycle-off ETS 5. Inademen ondersteunen.
3. Fysiologisch: 1 + 2. COPD/ventilatie/WOB. Hoge ETS is bijv. IE 1:4. Hypokaliaemie, risico op Door pressure support, makkelijker
4. Pathologisch: geen torsades de pointes en VT. inademen door wat “lucht mee”.
diffusie > longziektes. FRC vergroten 6. V/Q verhouding verbeteren.
PEEP geven om atelectase Hyperkaliaemie, risico op Ventilatie is hoge V/Q verhouding.
DO2 = Hb x SaO2 x C.O. te voorkomen en de O2- R-op-T bij verbreed QRS Shunting is lage V/Q en dode ruimte.
VO2 = SaO2 – SvO2 of O2 uitwisseling te verbeteren. wat VF kan veroorzaken. Bij shunting middels PEEP atelectase
extractie X zuurstofillisatie. Buffer van O2-voorziening. recuteren (openen) voor ventilatie.
3
, MUMC MINDMAPS
SD16 – Beademingsvormen https://elearning.easygenerator.com/05ef13dd-0970-4224-b198-
feede2a51e7c/#section/b3e01d2f2fb34f30bacc7c69b934a3e0/question/4aba4f571962478cb6ae04830e4703ea
Samenvatting VC: Volume gecontroleerd PC: Druk gecontroleerd PS: Druk ondersteunend Begrippenlijst
Drie basis beademvormen: Patiënt doet zelf niks, bijv. Machine beademd, maar Patiënt ademt zelf, doet de Assist, patiënt trigger en sturing ventilator.
1. volume gecontroleerd. gesedeerde patiënt op OK. herkent eigen trigger > patiënt dit niet dan doet Support, triggering en sturing door patiënt.
2. druk gecontroleerd. Machine bepaalt alles. beloont dit ook. de machine dit ook niet. Control, triggering en sturing door ventilator
3. druk ondersteunend. IPPV, Intermittent Positive Pressure
1e fase (volgens Chatburn), 1e fase (volgens Chatburn), 1e fase (volgens Chatburn), Ventilation tijdens de inademing.
Het ideaal teugvolume wat bepaald nu de start wat bepaald nu de start wat bepaald nu de start Pressure Support (PS), drukondersteunend.
wordt vaak bepaald door van inspiratie? De tijd puur van inspiratie? De tijd puur van inspiratie? Patiënt zelf Pressure Control (PC), drukgecontroleerd.
IBW (lengte en geslacht). op basis van de ah- op basis van de ah- met trigger en wordt met Volume Control (VC), volumegecontroleerd
frequentie is inspiratietijd. frequentie is inspiratietijd. PS ondersteund voor SPONT, patiënt triggert zelf (met diafragma).
Flow, hoe hoger hoe AH-frequentie instellen! AH-frequentie instellen! makkelijkere inspiratie. ASV, Adaptive Support Ventilation.
sneller het volume i-ASV, Intelligent Adaptive Sup Ventilation.
aankomt. Bij hoge flow 2e fase is controlefase, wat 2e fase geeft een 2e fase, wat is Mandatory, verplicht gesteld.
komt er weerstand van het is gecontroleerd? Het gegarandeerde druk. gecontroleerd? Ingestelde CMV, Continuous Mandatory Ventilation
slangensysteem (denk aan volume wordt sowieso Moeilijker om R te bepalen drukondersteuning (PS). elke inspiratie is hetzelfde en volledig door
veel door een rietje blazen gegeven, volume instellen! en de druk in de long. Druk Volume is variabel, bij machine. Geen support. VC en PC zijn CMV.
en drukhoog). Er is wel drukbegrenzing. is constant, past niet aan verandering van de C PC CMV, levert bij elke ah dezelfde druk,
Druk is variabel. Lage C, op compliance van long. wordt het volume anders waarbij het ademvolume kan variëren.
PEEP kan FRC vergroten en druk. Hoge C, druk. Volume is variabel. en blijft de PS constant. VC CMV, lever bij elke ah hetzelfde volume.
gaswisseling (vooral BIPAP, Bilevel Positieve Airway Pressure,
oxygenatie) verbeteren. Twee drukken Bij druk gecontroleerd kan De beademingsmachine een IMV vorm met twee drukniveaus voor
Piekkdruk en plateaudruk. het AMV vergroot worden levert een vooraf inspiratie en lager niveau voor de expiratie.
Bewaak bij een variabel Flow heeft hier invloed op. door de ah-frequentie te ingestelde positieve druk CPAP, Continuous Positive Airway Pressure.
volume zowel het verhogen of de tijdens de inademing om NAVA, Neurally Adjusted Ventilatory Assist
teugvolume als het AMV. 3e fase is wat bepaalt de inspiratietijd te verlengen. makkelijker te ademen. (elektronische diafragma activiteit).
expiratie? O.b.v. de
Het verschil tussen ingestelde inspiratie tijd, Ventilatie: AMV = Pinsp + AH-Freq, VC = ERV+ IRV + TV. Dode ruimte ventilatie, geen diffusie.
piekdruk en plateaudruk is dit bepaalt ook expiratie. Oxygenatie: PEEP + FiO2. FRC = ERV + RV. Anatomische DR, 150-100ml blijft achter.
een maat voor de I.E. ratio wordt aangepast. Finetuning: ETS + RAMP. Alveolaire DR, longblaasjes (top) die in rust
weerstand van de Drukstijgtijd: RAMP/ Inspiratory Rise Time. geen perfusie hebben maar wel ventilatie.
luchtwegen en tube. 4e fase, baseline: wat blijft ETS: Expiratory Trigger Sensitivity/ cycle off. Fysiologische DR, anatomisch + alveolair.
achter na expiratie? PEEP! Trigger: Flow (luchtstroom)/ druktrigger (negatief). Pathologische DR, bij longaandoeningen.
4