Blok 2
HHS – IVK
Les 1:
Mark coördinatie: vraag en aanbod
Hiërarchische coördinatie: Top down -> vanaf top organisatie wordt het proces aangestuurd (top
down)
Netwerkcoördinatie: Wederzijdse afhankelijkheid. Zonder dat de een invloed levert (bijv. grondstoffen
geeft), kan de ander niks doen.
Veiligheid: Mensen effectief bescherming van mensen tegen persoonlijk leed
Integraal: Ruimte, tijd, netwerken, multidisciplinariteit
Fysieke veiligheid: Mensen die beschermt worden door persoonlijk leed. Zoals aardbeving etc. Het is
een ongeluk, niet door mensen veroorzaakt.
Sociale veiligheid: Mensen die zich beschermd voelen en zich beschermd voelen tegen persoonlijk
leed door misdrijven. Door mensen veroorzaakt.
Safety: Voorkomen of verminderen van bedreigingen van onderneming als gevolg van natuurlijke
risico’s
Security: Voorkomen of verminderen van het moedwillig toebrengen van schade aan medewerkers
Keten: Verzameling van schakels.
Systeem: Samenstel van elementen waartussen een patroon van relaties bestaat.
Netwerk: Organisatorisch netwerk van een geheel onderling afhankelijke organisatie.
Systeembenadering: Wat is een systeem?
- Een complex geheel waarvan het functioneren afhankelijk is van de delen en de interacties
daartussen;
- Samenstel van elementen waartussen specifiek patroon bestaat. Meer resultaat dan andere
elementen.
Sociaal systeem en MAS
- Sociaal systeem: interacties tussen elementen binnen systeemgrenzen. Bijvoorbeeld iedereen
in de tram die willen reizen.
- Menselijke activiteiten systeem: Doelbetrokken elementen tussen mensen. Bijv. mensen die
langere tijd samenwerken. Een voetbalteam, IVO, basketbalteam.
Systeemfilosofie:
- Analytisch: reductionistisch/verklaren
- Systemisch: Holistisch/begrijpen
, Algemene systeemleer (ASL)
- Systeem en omgeving
o Veelheid aan systemen: familie, school, bedrijven
o Omgeving: al het andere. Zoals natuur, mensen
- Wisselwerking tussen systeem en omgeving
o Hoe veranderen sociale en psychische systemen
o Omgeving die voortdurend verandert.
- Systeemgrens
o Handelende subjecten rekenen zichzelf tot bepaalde systemen
- Verandering van systeemgrenzen
- Alleen mogelijk omdat mensen zich oriënteren aan het onderscheid systeem. Bijv gezin of
school, maar ook de HHS
- Identiteit tov andere systemen
Les 2:
- Kenmerken causaal schema:
o Geeft een schematisch overzicht van alle geïnventariseerde oorzaak-gevolg paden.
o Figuratieve afbeelding van alle processen en uitkomsten
o Per definitie incompleet
Basisregels:
- Keten bestaat uit volgende dingen
o Cirkel = element / uitkomst van proces
o Driehoek = proces
o Actor = actor
- Tussen twee elementen moet altijd een proces (driehoek) zijn.
- Begint met een pijl en eindigt daar ook mee
- Regels en wetten worden niet als een element of proces afgebeeld
Relevante stappen:
- Beslis om welk probleem het gaat
- Wees creatief
- Maak opeenvolgende versies
- Na het tekenen van de oorzaak gevolg paden voeg je pas de betrokken actoren toe.