H1 Professionele inkoop
Inkoopfunctie: het geheel van alle activiteiten die in organisaties worden vervuld om producten
(goederen en diensten) van externe bronnen te betrekken.
Externe oriëntatie: inkopers moeten nadrukkelijk oog hebben voor ontwikkelingen in de externe
omgeving, in het bijzonder de leveranciersmarkten.
Interne oriëntatie: hierbij wordt er gesproken over interne klanten en interne klantgerichtheid.
Inkoopaandeel: de kosten van de ingekochte goederen en diensten ten opzichte van de kostprijs van
de eindproducten.
De vijf primaire taken van inkoop (Van Weele, 2005)
Bijdragen aan continuïteit van het bedrijfsproces.
Maximaal bijdragen aan het ondernemingsresultaat en kostenreductie.
Verminderen van de strategische kwetsbaarheid ten opzichte van toeleveringen vanuit de
inkoopmarkt.
One-face richting toeleveranciers.
Bijdragen aan product- en procesinnovatie.
David Burt en Van Weele stellen dat de inkoopfunctie van iedere organisatie kan worden geplaatst in
een vierfasen model:
1
, In de specificatiefase bepaalt men de behoefte (de eisen waaraan het in te kopen product moet
voldoen). Vijf groepen eisen die we onderscheiden:
1. Functionele eisen (de exacte functies of gebruiksdoelen);
2. Technische eisen;
3. Logistieke eisen;
4. Kwaliteitseisen;
5. Commerciële eisen;
Back-door-selling: hierbij is het de bedoeling dat de specificatie van de producten zodanig worden
beïnvloed dat ze een betere uitgangspositie hebben dan hun concurrenten.
Approved-vendor-list: een voorkeur lijst van goedgekeurde leveranciers.
Prekwalificatie: de eerste selectie van leveranciers, deze komen op een shortlist te staan.
Maverick buying: medewerkers of afdelingen kopen in buiten de bestaande contracten om.
Participatiegraad: het percentage dat per artikelgroep onder contract wordt ingekocht wordt ook
wel de p-graad genoemd.
Orderbewaking: er wordt toegezien op het nakomen van de gemaakte afspraken.
Chasseren: het benaderen van leveranciers voordat de levertijd is verstreken.
In navolging van Robinson c.s. (1976) onderscheiden we de volgende drie koopsituaties:
1. New-task-situatie
Deze situatie doet zich voor wanneer de organisatie besluit een geheel nieuw product aan te
schaffen. Dit brengt veel onzekerheid met zich mee.
2. De gewijzigde herhalingsaankoop
We spreken hiervan indien men een nieuw product wenst aan te schaffen van een bekende
leverancier of een bestaand product van een nieuwe leverancier.
3. De rechtstreekse herhalingsaankoop
We spreken hiervan indien men een bekend product koopt bij een bekende leverancier.
Buy-grid-model: hierbij kunnen we in het verlengde van de fasen van het koopproces combineren
met de drie koopsituaties.
2
Inkoopfunctie: het geheel van alle activiteiten die in organisaties worden vervuld om producten
(goederen en diensten) van externe bronnen te betrekken.
Externe oriëntatie: inkopers moeten nadrukkelijk oog hebben voor ontwikkelingen in de externe
omgeving, in het bijzonder de leveranciersmarkten.
Interne oriëntatie: hierbij wordt er gesproken over interne klanten en interne klantgerichtheid.
Inkoopaandeel: de kosten van de ingekochte goederen en diensten ten opzichte van de kostprijs van
de eindproducten.
De vijf primaire taken van inkoop (Van Weele, 2005)
Bijdragen aan continuïteit van het bedrijfsproces.
Maximaal bijdragen aan het ondernemingsresultaat en kostenreductie.
Verminderen van de strategische kwetsbaarheid ten opzichte van toeleveringen vanuit de
inkoopmarkt.
One-face richting toeleveranciers.
Bijdragen aan product- en procesinnovatie.
David Burt en Van Weele stellen dat de inkoopfunctie van iedere organisatie kan worden geplaatst in
een vierfasen model:
1
, In de specificatiefase bepaalt men de behoefte (de eisen waaraan het in te kopen product moet
voldoen). Vijf groepen eisen die we onderscheiden:
1. Functionele eisen (de exacte functies of gebruiksdoelen);
2. Technische eisen;
3. Logistieke eisen;
4. Kwaliteitseisen;
5. Commerciële eisen;
Back-door-selling: hierbij is het de bedoeling dat de specificatie van de producten zodanig worden
beïnvloed dat ze een betere uitgangspositie hebben dan hun concurrenten.
Approved-vendor-list: een voorkeur lijst van goedgekeurde leveranciers.
Prekwalificatie: de eerste selectie van leveranciers, deze komen op een shortlist te staan.
Maverick buying: medewerkers of afdelingen kopen in buiten de bestaande contracten om.
Participatiegraad: het percentage dat per artikelgroep onder contract wordt ingekocht wordt ook
wel de p-graad genoemd.
Orderbewaking: er wordt toegezien op het nakomen van de gemaakte afspraken.
Chasseren: het benaderen van leveranciers voordat de levertijd is verstreken.
In navolging van Robinson c.s. (1976) onderscheiden we de volgende drie koopsituaties:
1. New-task-situatie
Deze situatie doet zich voor wanneer de organisatie besluit een geheel nieuw product aan te
schaffen. Dit brengt veel onzekerheid met zich mee.
2. De gewijzigde herhalingsaankoop
We spreken hiervan indien men een nieuw product wenst aan te schaffen van een bekende
leverancier of een bestaand product van een nieuwe leverancier.
3. De rechtstreekse herhalingsaankoop
We spreken hiervan indien men een bekend product koopt bij een bekende leverancier.
Buy-grid-model: hierbij kunnen we in het verlengde van de fasen van het koopproces combineren
met de drie koopsituaties.
2