WORD
Het verschil tussen display en inline vergelijkingen
Display vergelijking: wanneer wiskundige elementen in een aparte
Alinea staan, zoals “hieruit volgt nu dat
√ x> 10
zodat…”.
Inline vergelijking: wanneer wiskundige elementen in een zin
voorkomen, zoals “hieruit volgt nu dat √ x> 10 zodat…”.
Subscripts en superscripts typen
Subscript: x 1,2
Superscript: x 3
Breuken en wortels typen
x−1
Breuk:
x2
Wortel: √ x+5
Gebruik van normale, cursieve en vette lettertypes
Normaal lettertype: √ 7 is een wortel
Cursief lettertype: √ 7 is een wortel
Vet lettertype: √ 7 is een wortel
Sommen, producten en integralen met en zonder grenzen typen
Som:
n
∑ xi
i=1
Product:
n
∏ xi
i=1
Integraal zonder grenzen:
∫( )
5
3
2x
Integraal met grenzen:
b
∫¿¿
a
Alle letters van het Griekse alfabet (kleine letters en hoofdletters)
typen
Grieks alfabet hoofdletters: Α Β Γ Δ Ε Ζ Η Θ Ι Κ Λ Μ Ν Ξ Ο Π Ρ ΣΤ Υ Φ Χ Ψ Ω
Grieks alfabet kleine letters: α β γ δ ε ϵ ζ η θ ϑ ικ λ μ ν ξ ο π ϖ ρ ϱ
Wiskundige symbolen typen
≤ ± ∞≡ R ∩ Δ ≈
, Vectoren en matrices typen
Vector:
[]
[ 4 7 ] of 4
7
Matrix:
[ ]
5 3
[ 3 9 6 ]
5 2 11 of
2 9
11 6
Toevoegen van versieringen bij symbolen
~
x⏟x+3 ⃗y
Haakjes van verschillende stijlen en groottes typen
{}
x
( )
( x ) ( x|7 ) y ‖ x‖ 6
z
14
Kaders rond formules en accolades onder of bovenop delen van
een formule maken
Kader: a 2=b2 +c 2
Accolade: 3⏟
x− y x−2
n+1
Excel syntax vertalen in een mooi geformatteerde vergelijking
Excel: =SUM(A1:A10)
10
Word: ∑ ai
i=1
Tekstuele informatie omzetten in mooi opgemaakte vergelijkingen
Tekstueel: de snelheid is de afstand gedeeld door de tijd
a
Word: S=
t
EXCEL
Absolute en relatieve verwijzingen, voor kolommen, rijen, of beide
Relatieve verwijzing: gebruik je als je een vaste cel wilt refereren door $
te gebruiken.
Voorbeeld: als je in cel A1 “=B1*$C$1” invoert en vervolgens de formule
naar cel A2 kopieert, wordt dit “=B2*$C$1”.
Absolute verwijzing: veranderen mee als je een formule kopieert.
Voorbeeld: als je in cel A1 “=B1+C1” invoert en vervolgens de formule
naar cel A2 kopieert, wordt dit “=B2+C2”.