Coaching:
Begrippen:
- Primaire preventie = nieuwe gevallen vermijden
- Secundaire preventie = risico’s opsporen om erger te voorkomen
- Tertiaire preventie = terugval vermijden
- Duurzame gedragsverandering = ook op langere termijn het blijvend
aanpassen van gedrag om langdurige doelen te bereiken.
- Engageren = vertrouwensrelatie opbouwen
- Leefstijlroer = voeding, verbinding (omgeving), middelen, beweging,
ontspanning en slaap.
- Slaapdagboek = een dagboek waarin je de kwaliteit en kwantiteit van
slaap kan weergeven.
- Slaapevaluatielijst = een evaluatie lijst over de ervaring van iemand zijn
slaap.
- Ambivalentie = iemand ervaart tegengestelde gevoelens of gedachtes
over het zelfde onderwerp.
- Zelfmanagement = het vermogen om te kunnen omgaan met de
symptomen, behandelingen, lichamelijke, emotionele en psychosociale
consequenties van de chronische aandoening en/of de omgang met
risicofactoren, zorglast en aanpassing in leefstijl en gedrag meer
zelfstandigheid
- Motivatie is niet een persoonlijkheidskenmerk en niet stabiel over de tijd.
Het is juist het gene dat ons in beweging brengt, de mate van bereidheid
tot gedragsverandering, het kan verschillen per moment en het kan
beïnvloed worden in de interactie met de coach.
Intrinsieke motivatie = de innerlijke drijfveer om iets te doen, bijv.
omdat je het leuk of interessant vindt.
Extrinsieke motivatie = gedrag dat wordt aangestuurd van buitenaf,
bijv. geldbeloning of complimenten
- Positief bekrachtigen = uit een negatief deel, iets positiefs uithalen.
- Bevestigen = het positief bekrachtigen van iets negatiefs. Het is het
herkennen van iemands inzet, kwaliteiten en groei. Het doel hiervan is het
bewust maken van de sterke kanten en de werkrelatie opbouwen.
- Ontspanning = wanneer het lichaam en geest tot rust komen.
- Stress = de emotionele en lichamelijke reactie die optreedt wanneer
iemand zich probeert aan te passen aan veranderingen, die het leven
verstoren of dreigen te verstoren en die een persoon dwingen zich aan te
passen.
, - Slaap = rust en verlaging van het bewustzijn
- Slaapdruk = de behoefte aan slaap de opbouwt gedurende de dag en
afneemt tijdens de slaap
- Biologische klok = een soort interne timer
- Arousal = de activatietoestand van het zenuwstelsel, die kan variëren van
ontspannen tot hyperalert
- Desynchronisatie = slaap-waakstoornis
- Melatonine = een hormoon dat je lichaam slaperig maakt als het donker
wordt en je slaap-waakritme regelt
- Adenosine = een neurotransmitter die gedurende de dag bijdraagt aan
het gevoel van slaperigheid
- Cortisol = stresshormoon een hoog cortisolniveau verstoort de slaap
- Ghreline = hongerhormoon wat de eetlust stimuleert
- Insomnieën = te weinig slapen
- Hypersomnieën = stoornis waarbij men teveel slaapt en overdag in slaap
valt
- Parasomnieën = vreemd gedrag tijdens slapen, zoals tandenknarsen of
slaapwandelen
- Apneu = ademstops tijdens de nacht
- Rusteloze benen = naar gevoel in de benen met het gevoel je benen te
moeten bewegen
- Circadiane slaapstoornissen = problemen met de biologische klok door
een jetlag of ploegendienst
- Persoonlijke gezondheidsvaardigheden zijn vaardigheden van mensen
om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen
en te gebruiken bij het nemen van gezondheid gerelateerde beslissingen
functioneel (lezen, schrijven, rekenen), communicatief (begrijpend
lezen, abstract denken), kritisch (toepassen van informatie, vooruitdenken
en prioriteiten stellen)
- Sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV) zijn verschillen in
gezondheid en levensverwachting, afhankelijk van iemands positie in de
maatschappij, uitgedrukt in de sociaaleconomische status. Die wordt
bepaald op basis van opleiding, inkomen en positie op de arbeidsmarkt.
Met basisonderwijs of vmbo leef je gemiddeld 5 jaar korter dan mensen
met hbo of universiteit.
- Miller en Rollnick zijn de grondleggers van MVG
- Behoudtaal = uitspraken die de wens uitdrukken om de huidige situatie
te behouden
- Verandertaal = uitspraken die iemand doet en die wijzen op motivatie of
bereidheid om te veranderen. De balans in geuite verandertaal en
behoudtaal voorspelt verandering.
- Commitmenttaal = taal die toewijding, betrokkenheid en bereidheid om
iets te doen of vol te houden, uitdrukt.
- Ien van der Pol = ?
- Dramadriehoek = slachtoffer (voelt zich hulpeloos), redder (helper) en
aanklager (anderen de schuld geven)
- Symbiose = het langdurig samenleven van verschillende organismen