Samenvatti ng H1.2 en H3
Hoofdstuk 1.2
Functie van het onderwijs
Onderwijs heeft een belangrijke functie in de maatschappij
→ behoefte aan goed opgeleide, gekwalificeerde mensen.
Burgerschapskunde:
Vakoverschrijdende competentie waar een school aandacht aan besteed.
Gaat over de manier waarop mensen deelnemen aan de samenleving.
Kennisverwerving:
Basisvaardigheden leren.
De maatschappelijke ontwikkeling bepaald welke kennis extra nadruk krijgt.
Bijvoorbeeld: leerlingen kunne steeds slechter rekenen → rekentoets wordt weer verplicht.
Permanente educatie (leren hoe je leert):
Het hedendaagse onderwijs legt nadruk op zelfstandigheid bij het leren.
Opvoeding en socialisering:
Actief burgerschap: kinderen leren de algemene waarden en normen die nodig zijn voor een
actieve en sociale deelname aan de maatschappij.
Ervaren dat elke cultuur verschilt in waarden en normen.
Respect leren hebben voor andere mensen.
Kerndoelen en lesmateriaal gericht op opvoeding → pestprotocol.
Je eigen gedrag is van groot belang voor het leren van waarden en normen.
Hoofdstuk 3
Traditionele vernieuwingsscholen
19e eeuw → klassensysteem
Leerplicht ingevoerd
Kennisoverdracht via methodes
Onderwijs verbaal en leerkracht sturend.
20e eeuw → reformpedagogiek
Aansluiten bij belangstellingswereld kind
Eigen inbreng van de kinderen belangrijk
Op eigen manier de stof eigen maken
Leren door te doen
Kort overzicht:
1. Maria Montessori → Montessori onderwijs
2. Helen Parklust → Daltononderwijs
3. Célestin Freinet → Freinetonderwijs
4. Peter Petersen → Jenaplanonderwijs
5. Rudolf Steiner → Vrijeschool
,Maria Montessori – Montessori onderwijs
Maria Montessori (1870 – 1952) was een Italiaanse arts met een grote belangstelling voor
opvoeding.
Haar ideaal: betere mensen vormen voor een betere wereld.
Uitgangspunten:
“leer mij het zelf doen”
Op eigen tempo ontwikkelen → ontwikkeling in explosies vs. passieve perioden
Gevoelige periode: extra openstaan voor prikkels die bijdragen aan een bepaalde
ontwikkeling.
Voorbereide omgeving:
Omgeving die elementen bevat die het kind helpen verder te komen.
Leerkracht heet een actieve houding.de leerkracht volgt de ontwikkeling van het kind,
stimuleert het kind en draagt het uit.
De vragen die je jezelf kan stellen om te weten hoe de voorbereide omgeving er voor een
kind uitziet:
Hoever is het kind?
Wat kan het kind?
Wat wil het kind?
Kinderen hebben verantwoordelijkheden in de klas.
Groepsindeling:
Onderbouw = 4 tot 6 jaar
Middenbouw = 6 tot 9 jaar
Bovenbouw = 9 tot 12 jaar
De groepen zijn heterogeen → leerlingen krijgen stof aangeboden op eigen niveau.
Materialen:
Kinderen leren door handelend bezig te zijn.
Materialen die worden gebruikt in dit onderwijs hebben de volgende kenmerken:
Aan de slag met korte instructies
Zelf ontdekken
Zelfstandig mee werken
Controle op fouten
Aansluitend bij belangstelling kind
Simpel en kunstzinnig uitstraling
Sobere kleurgebruik is kenmerkend voor het montessorimateriaal.
Helen Parklust – daltononderwijs
Helen Parklust (1886 – 1973) was een Amerikaanse lerares die in 1920 een highschool startte in het
plaatsje Dalton. Dalton is geen systeem of methode, het is een manier van denken en leven.
Uitgangspunten:
1. Vrijheid als voorwaarde voor innerlijke ontplooiing van het kind, maar wel vrijheid in
gebondenheid;
2. Individueel werken en zelfwerkzaamheid voor de persoonlijke ontwikkeling;
3. Onderlinge samenwerking ter bevordering van de sociale vorming.
Vrijheid in gebondenheid, zalfwerkzaamheid en samenwerking zijn drie basisprincipes die niet alleen
op school van toepassing zijn, maar die het kind voorbereiden op het leven in de maatschappij.
, Werken met een taak:
Vanaf groep 3 in jaargroepen
Taak als didactisch en pedagogisch hulpmiddel
Zelf bepalen wanneer ze aan de taken werken
→ leren organiseren, omgaan met vrijheid, zelfstandigheid en samenwerken.
Jongere kinderen → dagtaak
Oudere kinderen → weektaak
Biedt mogelijkheid tot differentiatie
Parklust: zelfstandig werken aan zelf ingedeelde taak = echte levenservaring.
Zelf plannen:
Elk kind krijgt aan het begin van de week taken.
Komt het kind er zelf niet uit → beroep op leerkracht, in documentatiecentrum of op internet
antwoorden vinden, overleggen met andere kinderen → ontwikkeling sociale vaardigheid.
In de onderbouw werken ze beperkt gedeelte van de tijd aan een taak.
Differentiatie:
Eigen taak, die past bij zijn mogelijkheden en belangstelling.
Zelf ontdekken is belangrijk uitgangspunt.
Begeleider:
Leerkracht is begeleider
Leerkracht helpt kinderen om zelfstandig te zijn en stimuleert eigen initiatief.
Kinderen krijgen vrijheid en verantwoordelijkheid.
Relaties tussen leerkracht en kind/kind en kind is van respect en vertrouwen.
Kinderen leren dat iedereen gelijke rechten en plichten heeft.
Célestin Freinet – Freinetonderwijs
Célestin Freinet (1896-1966) was een Franse leraar en een sterk sociaal bewogen man. Wilde de
interesses van kinderen binnen de schoolmuren tot leven brengen.
Uitgangspunten:
Pedagogische visie: hoe kinderen leren en zich ontwikkelen.
Freinet aanvaardt het kind zoals het is en neemt het serieus, ongeacht zijn leeftijd.
Beroep op zelfstandigheid van het kind
Kinderen de kans geven hun eigen mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen.
Ervaringen en belevingen van leerlingen vormen een vertrekpunt van het onderwijs, waarbij
de leerkracht en de groep ervoor zorgen dat er zinvol gewerkt wordt.
Leren is experimenteel onderzoeken en ontdekken.
Het werk van de leerlingen moet plaatsvinden in voor hen zinvol verband.
Opvoeding op school vindt plaats in democratisch/coöperatief overleg.
Leren in een natuurlijke omgeving:
Klas ingedeeld in werkhoeken
Actief bezig met materialen
Leerkracht creëert situaties die kinderen aanspreken.
Leerkracht begeleidt en benadrukt positieve resultaten.
Kinderen hebben veel ruimte voor eigen keuzes.