Boek: MEMO 3H HAVO
PARAGRAAF 1: DE MODERNE MASSASAMENLEVING
Rond 1900 ontstond de moderne massasamenleving (MMS). Deze wordt gekenmerkt door een
groot deel van de bevolking dat in steden leeft, de snelle en eenvoudige verplaatsing van mensen
en goederen, en het gemakkelijk bereiken van mensen door middel van massamedia.
Belangrijke Ontwikkelingen
1. Demografie en Transport:
o De Europese bevolking groeide sterk in de 19e eeuw, wat leidde tot ongekende
verstedelijking. In de grootste steden, zoals Londen en Parijs, woonden
miljoenen mensen.
o Dit werd mogelijk door het sterk verbeterde transportsysteem (stoomtrein,
stoomschip, metro, tram).
o De uitvinding van de kleinere diesel- en benzinemotor in 1885 maakte de eerste
auto mogelijk. Vanaf 1900 nam het gemotoriseerde verkeer (vrachtauto's,
autobussen en personenauto's) snel toe. In 1903 steeg het eerste vliegtuig op.
2. Communicatie (Massamedia):
o Nieuwe massamedia (middelen om grote groepen mensen te bereiken) maakten
de verspreiding van ideeën simpeler.
o Voorbeelden waren de radio (ontwikkeld na 1895, wijdverspreid in de jaren
1920) en de film (uitgevonden in 1896).
3. Industrie en Technologie:
o De massaproductie werd efficiënter door de introductie van de lopende band,
waardoor arbeiders zich specialiseerden in één handeling. Producten daalden
enorm in prijs, waardoor meer mensen zich luxe konden veroorloven.
o De ontdekking van elektriciteit was cruciaal (elektrische lampen sinds 1882) en
maakte huishoudelijke apparaten mogelijk.
o De chemische industrie kwam op met de productie van (kunst)mest, medicijnen,
kleurstoffen en nieuwe materialen zoals plastic.
4. Schaduwzijden: De technische vooruitgang leidde tot milieuvervuiling (gifstoffen,
broeikasgassen) en de ontwikkeling van nieuwe, vernietigende wapens, zoals gifgassen
en machinegeweren.
Sociale en Culturele Gevolgen
• Vrijheid en Emancipatie: In grote steden gingen mensen op in de massa, wat een nieuw
soort vrijheid gaf. De stedelijke omgeving was gunstig voor de emancipatie van
vrouwen, die zich gemakkelijker konden verenigen en tijdens de oorlog mannelijke
arbeiders vervingen.
, • Geloof: De greep van de kerk verminderde door de concurrentie van niet-religieuze
overtuigingen, wat leidde tot ontkerkelijking.
• Kunst: De opkomst van fotografie en film verminderde de interesse van kunstenaars in
een natuurgetrouwe weergave. Dit leidde tot de opkomst van abstracte kunst (kunst die
geen verband meer houdt met de zichtbare werkelijkheid).
PARAGRAAF 2: SPANNINGEN IN EUROPA
Aan het einde van de 19e eeuw namen de spanningen tussen de Europese landen toe, veroorzaakt
door drie hoofdredenen:
1. Nationalisme: Dit groeide sterk in heel Europa. Mensen waren trots op hun land, volk en
cultuur en voelden zich superieur aan anderen.
2. Modern Imperialisme: Conflicten ontstonden regelmatig tussen Europese landen
(vooral Frankrijk en Groot-Brittannië, vanwege hun grote koloniale rijken) over gebieden
in Azië of Afrika.
3. Opkomst van Duitsland: Na de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) werd het Duitse
Keizerrijk uitgeroepen, waarna Duitsland het Franse gebied Elzas-Lotharingen innam,
wat de Fransen woedend maakte. Keizer Wilhelm II eiste koloniën en gaf opdracht tot de
bouw van een sterke vloot. Dit leidde tot een wapenwedloop met Groot-Brittannië. In
heel Europa heerste een sfeer van militarisme.
De Balkan en Bondgenootschappen
• De Balkan: In Zuidoost-Europa leidden het nationalisme en de verzwakking van het
Ottomaanse Rijk tot grote spanningen. Volken (zoals Serviërs) kwamen in opstand om
eigen staten te stichten. Rusland en Oostenrijk-Hongarije wilden profiteren van de
Ottomaanse zwakte. De inlijving van Bosnië door Oostenrijk-Hongarije (1908) maakte
Servië woedend en vergrootte de spanning met Rusland.
• Bondgenootschappen: Ter bescherming sloten landen bondgenootschappen:
o Centralen: Duitsland en Oostenrijk-Hongarije (vanaf 1882).
o Geallieerden: Frankrijk en Groot-Brittannië (vanaf 1904), later Rusland (vanaf
1907).
• Deze verdeling in twee vijandige kampen creëerde een gevaarlijke situatie, waarbij een
aanval op één land direct een grote Europese oorlog zou veroorzaken.
PARAGRAAF 3: DE EERSTE WERELDOORLOG
Oorzaak en Verloop
• Aanleiding (Directe Oorzaak): De moord op de kroonprins Frans Ferdinand van
Oostenrijk-Hongarije en zijn echtgenote door een Bosnische Serviër in Sarajevo op 28
juni 1914.
• Begin van de Oorlog: Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan
Servië. Door het systeem van bondgenootschappen raakten steeds meer landen betrokken.