en de Verenigde Staten
Boek: MEMO 3H HAVO
ORIËNTATIE - HOOFDSTUK 2
Aan het begin van de 20e eeuw was de samenleving sterk afhankelijk van arbeiders, die ondanks
verworven stemrecht arm bleven. Dit veroorzaakte een fundamenteel conflict: moest men streven
naar meer gelijkheid (waarbij arbeiders de macht grijpen) of naar meer vrijheid (zodat
ondernemers welvaart creëren)? In de periode 1900-1940 resulteerde deze tegenstelling in het
ontstaan van twee radicaal verschillende politieke en economische systemen in Rusland en de
Verenigde Staten, die later van grote betekenis zouden zijn voor de wereldpolitiek.
PARAGRAAF 1: HET COMMUNISME
De ideeën van Karl Marx
De Duitse denker Karl Marx (de belangrijkste grondlegger van het socialisme) bekritiseerde
rond 1850 het kapitalisme vanwege de groeiende ongelijkheid tussen de ondernemers en de
arbeidersklasse. Hij voorspelde dat deze ongelijkheid zou leiden tot een klassenstrijd, waarbij
de arbeiders in opstand zouden komen. Zij zouden het privébezit van kapitaal (geld, grond,
machines) afschaffen, waarna de klassenmaatschappij zou verdwijnen.
Binnen het socialisme ontstonden twee stromingen:
1. Communisme: De radicale stroming die vasthield aan Marx' idee van een
gewelddadige revolutie en het afschaAen van privébezit.
2. Sociaaldemocratie: De gematigde stroming die streefde naar vreedzame aanpak
van ongelijkheid door de invoering van sociale wetten en die privébezit wilde
behouden.
Rusland vóór 1917
Het was vreemd dat de eerste communistische revolutie in Rusland uitbrak, aangezien Marx een
geïndustrialiseerd land had voorspeld. Rond 1900 was Rusland vooral een agrarisch land met
weinig industrie en enorme ongelijkheid en armoede. Het land werd al eeuwenlang als absolute
alleenheerser geregeerd door tsaren (uit de familie Romanov), die tegenstanders scherp lieten
bewaken door de geheime politie. De ontevredenheid nam toe na het verlies van de oorlog tegen
Japan in 1905, wat leidde tot de instelling van een parlement, hoewel de tsaar de meeste macht
behield.
, De Russische Revolutie
De Russische Revolutie in 1917 werd direct veroorzaakt door de grote verliezen die Rusland leed
tijdens de Eerste Wereldoorlog en de daaruit voortvloeiende tekorten. De revolutie kende drie
fasen:
1. Februarirevolutie: In februari 1917 kozen soldaten en het parlement de kant van de
demonstranten. Tsaar Nicolaas II trad af en er kwam een voorlopige regering, die
echter besloot door te vechten in de oorlog.
2. Oktoberrevolutie: Het besluit om door te vechten vergrootte de invloed van de
bolsjewieken (Russische communisten). Onder leiding van Vladimir Lenin eisten
zij grond voor boeren, fabrieken voor arbeiders en vrede met Duitsland. Eind oktober
zetten de bolsjewieken de voorlopige regering af.
3. De Burgeroorlog (1917-1922): Na het sluiten van vrede met Duitsland brak een
burgeroorlog uit tussen het Rode Leger (bolsjewieken) en 'de Witten' (alle
tegenstanders). De bolsjewieken wonnen en richtten de Sovjet-Unie op. Dit werd
een eenpartijstaat, waarin alleen de Communistische Partij was toegestaan.
PARAGRAAF 2: DE SOVJET-UNIE
Economie en samenleving
De bolsjewieken probeerden hun communistische idealen te realiseren door banken en fabrieken
te nationaliseren (staatseigendom te maken). Aanvankelijk hadden deze maatregelen een
negatief effect (tegenvallende winsten, hongersnood), waardoor Lenin ze deels moest
terugdraaien.
Na de dood van Lenin in 1924 nam Jozef Stalin de leiding. Hij voerde in 1928 een
planeconomie in, waarbij de regering via een vijfjarenplan precies bepaalde wat en hoeveel
bedrijven moesten produceren, met de nadruk op zware industrie.
Stalin voerde ook de collectivisatie door, waarbij zelfstandige boerderijen werden
samengevoegd tot grote, gezamenlijke boerderijen, kolchozen genoemd. Dit leidde tot hevig
verzet van boeren, waarop Stalin meedogenloos reageerde. Tussen 1929 en 1933 stierven
miljoenen mensen van de honger. De samenleving veranderde: de oude elite verdween en een
nieuwe elite van partijbestuurders ontstond. Vrouwen werden gestimuleerd om buitenshuis te
werken en een opleiding te volgen, in lijn met het ideaal van gelijkheid.
De Grote Terreur
De Communistische Partij streefde ook culturele veranderingen na, zoals het afschaffen van het
christendom. Om alle veranderingen door te voeren, gebruikte de partij propaganda en censuur
en hield de geheime politie de burgers constant in de gaten. De Sovjet-Unie ontwikkelde zich tot
een totalitaire staat, waarin de staat het leven van de burgers volledig beheerste en individuele
vrijheden ontbraken.