Lecture 1:.................................................................................................................................2
Lecture 2:.................................................................................................................................3
Werkcollege 1.......................................................................................................................6
Lecture 3:.................................................................................................................................8
Lecture 4:...............................................................................................................................11
Werkcollege 2.....................................................................................................................13
Lecture 5................................................................................................................................14
Lecture 6................................................................................................................................17
Werkgroep 3.......................................................................................................................19
Lecture 7................................................................................................................................20
Lecture 8:...............................................................................................................................24
,Lecture 1:
● Epistemologie = kennisleer
o Stelt 3 vragen:
▪ Wat is (zekere) kennis?
▪ Hoe kunnen we die kennis rechtvaardigen?
▪ Wat is de bron van kennis?
o Traditioneel twee posities ingenomen:
▪ Rationalisme -> Echte kennis is afkomstig van de ratio, rede, goede
verstand
▪ Empirisme -> Echte kennis is afkomstig van de zintuigelijke ervaring
o Scepticisme -> twijfel aan de mogelijkheid van zekere kennis (René Descartes)
Kunnen we echte kennis hebben?
● Rationalisme
o Centrale bewering: kennis komt (deels) voort uit het goed gebruiken van je
verstand
o Geassocieerde bewering: Er bestaat ingeboren kennis (= nativisme)
● Rationalist #1: Plato
o Bron van kennis is ratio
o Leren is herinneren (anamnèsis)
o Je doet nooit nieuwe kennis op
▪ Hij meende dat je voor je geboorte alle echte kennis al had, deze ben je
bij je geboorte vergeten
o Epistème: kennis van hoe dingen zijn
o Doxa: mening over hoe dingen zijn
▪ Plato: kunnen enkel doxa verwerven (leven in een constant veranderende
wereld)
● Empirisme
o Centrale claim is dat je kennis opdoet via de ervaringen die je hebt als
waarneemt
o Geassocieerde bewering: Als alle kennis uit de ervaring via de waarneming
voorkomt, is er geen ingeboren kennis
o Empiristisch is NIET empirisch
● Empirist #1: Aristoteles
o Verwerping van Plato’s twee-werelden theorie: er is slechts één wereld en die is
met de zintuigen waar te nemen;
o Dit impliceert tevens een afwijzing van ingeboren ideeën (mens is tabula rasa)
2
, o Inductie: Op basis van een aantal (maar niet alle) waarnemingen waarin A B is,
of op A B volgt, concluderen dat A altijd B is of op A altijd B volgt.
▪ Probleem met inductie: Op basis van waarnemingen kan je niet zeggen
dat je abstracte algemene stelling waar is, je hebt louter een correlatie
▪ Aristoteles oplossing: Inductie is slechts een eerste stap, je moet via je
onfeilbare intellectuele capaciteit van de geest inzien dat abstracties
noodzakelijke waarheden zijn
▪ Dit is intuïtieve inductie, maar dit is een rationalistisch element in zijn
epistemologie (dit komt niet uit de zintuigelijke ervaring, maar uit een
innerlijke intuïtie)
Lecture 2:
● Bacon -> had geen probleem mee dat het Aristotelische wereldbeeld ter discussie werd
gesteld; hij ging in tegen het idee dat je geen experimenten zou mogen doen.
● De nieuwe methode:
o Stelt dat we onze vooroordelen moeten laten varen
o Stelt dat we empirische methode moeten gebruiken (geen autoriteitsboeken
zoals die van Aristoteles)
o Inductie is een belangrijk middel
● Bacon had het over idolen/idols/idola:
o Idols of the tribe: vooroordelen die we als mens hebben (optische illusie)
o Idols of the cave: Vooroordelen die we hebben omdat we tot een bepaalde
(culturele) groep horen
o Idols of the marketplace: Vooroordelen die we hebben omdat we erover
kunnen praten;
▪ Zoals het doen verwijzen naar “geluk”, dit is niet een echt iets.
o Idols of the theatre: Vooroordelen die we hebben omdat autoriteiten zeggen dat
ze kloppen
Wat weet je nu echt zeker?
● Descartes: was een rationalist;
o Wilde zekere kennis hebben
o Que sais-je? -> De weegschaal van kennis is altijd in balans
● Radicale twijfel
o Leraren zijn onbetrouwbaar
o Zintuigen zijn onbetrouwbaar
o Een malin genie houd je wellicht voor de gek
▪ Ik denk, dus ik ben (cogito ergo sum) is enige wat je zeker kan weten
3