Homeostase = het constant houden van interne omstandigheden (bv. lichaamstemperatuur,
bloedsuiker, pH).
Het lichaam werkt met regelkringen:
● Normwaarde – gewenste waarde (bijv. 37°C)
● Receptor – meet afwijking (zintuigen / hypothalamus)
● Conductoren – zenuwen en hormonen die info doorgeven
● Effectoren – spieren of klieren die reageren
● Negatieve terugkoppeling – afwijking wordt ongedaan gemaakt
Voorbeelden:
● Te warm → zweten → warmteverlies
● Te koud → rillen → warmteproductie
● Hoge bloedsuiker → insuline → glucose → glycogeen
● Lage bloedsuiker → glucagon → glycogeen → glucose
2. Voedingsstoffen
Er zijn 6 groepen voedingsstoffen:
2.1 Koolhydraten
● Functie: energie
● Mono-, di- en polysachariden (glucose, maltose, zetmeel)
● Overschot → opgeslagen als vet
2.2 Eiwitten
● Bouwstof, enzymen, hormonen
● Bestaan uit aminozuren
● Essentiële aminozuren → moet je eten
2.3 Vetten
● Energiebron, isolatie, bouwstof celmembranen
● Verzuild vs. onverzadigd
2.4 Vitamines
● A: zicht
● B: stofwisseling
, ● C: weerstand, collageen
● D: opname Ca²+
● E: antioxidant
● K: bloedstolling
2.5 Mineralen
● Calcium voor botten
● Ijzer voor hemoglobine
● Natrium voor osmotische waarde
2.6 Water
● Transport, temperatuur, oplosmiddel
● 60–70% van je lichaam
3. Spijsvertering
3.1 Mond
● Mechanische vertering
● Speeksel → amylase breekt zetmeel af
3.2 Maag
● Zoutzuur doodt bacteriën
● Pepsine → eiwitafbraak
● Kringspieren mengen voedsel
3.3 Twaalfvingerige darm
● Gal → emulgeert vetten
● Alvleessap → enzymen (lipase, amylase, trypsine)
3.4 Dunne darm
● Darmplooien + villi → gigantisch oppervlak
● Opname voedingsstoffen → bloed (glucose, aminozuren) + lymfe (vetten)
3.5 Dikke darm
● Water terugresorberen
● Darmflora (vitamine K productie)