Hoofdstuk 1 Gevangenen dilemma
Profiteren van andere = meeliftgedrag.
Dominante strategie = ongeacht wat de andere doet kies je voor wat voor
jezelf het beste is.
Bindende afspraken = dingen eraan verbinden als je je niet aan de
afspraak houd bijvoorbeeld een boete of een straf.
Levensfasen
- Kinderfase
- Ouderfase
- Grootouderfase
Kinderen worden verzorgd door hun ouders en ouderen kunnen hulp
krijgen van hun kinderen en zo gaat dat telkens door.
Hoofdstuk 2 de jeugd
Sparen = het niet consumeren van een deel van het inkomen, je stelt
consumptie uit.
Lenen = vervroegen van consumptie
Sparen en lenen is ‘ruilen over tijd’
Sparen of lenen?
- Rente (zowel spaarders als leners) als je geld leent moet je er een
rente bedrag over betalen over het geleende geld. Ook als je spaart
op je bankrekening dan bouw je rente op die krijg je uiteindelijk
uitbetaald op je rekening.
- Inflatie (prijzen stijgen)
- Verwachte inflatie
Stroomgrootheid = een periode (inkomen)
Voorraadgrootheid = een moment (je saldo op je rekening op een bepaald
moment)
Hoofdstuk 3 werken en belasting betalen
Stap 1 :
Hoeveel belasting moet je betalen?
Rekensom ->
, Bruto jaarinkomen – aftrekposten = belastbaar inkomen
Stap 2 :
Toepassing belastingschijven = totale heffing
Stap 3 :
Heffingskortingen bepalen
- Algemene heffingskortingen
- Inkomensafhankelijke heffingskortingen
Rekensom ->
Heffingskorting – totale heffing = verschuldigde inkomstenbelasting
Gemiddelde heffingstarief = inkomstenheffing : brutoloon x 100%
Marginale heffingsdruk = het percentage van elke extra euro
Waarom betalen we inkomstenbelasting?
Hoe hoger het inkomen procentueel hoe meer belasting je moet betalen =
draagkrachtbeginsel
Nivellering = verschil tussen arm en rijk wordt hierdoor relatief kleiner
Denivellering = verschil tussen arm en rijk wordt hierdoor relatief groter
Bij een Proportioneel belastingstelsel blijft de belasting/heffing in
procenten hetzelfde
Iemand betaald meer belasting bij een hoger inkomen!!!!!!!!!
Bij een progressief belastingstelsel stijgt de belasting/heffing in procenten
als het inkomen stijgt
Bij een degressief belastingstelsel daalt de belasting/heffing in procenten
als het inkomen stijgt
Brutoloon - belastingen en premies = nettoloon
Hoofdstuk 4 inkomensongelijkheid
20% van populatie = kwintiel
10% van populatie = deciel
1% van populatie = percentiel