Management in sociaal agogische
beroepen
geschreven door:
HeleenvK
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Samenvatting: Management in sociaal agogische beroepen.
Hoofdstuk 1: De wereld van de sociaalagogische manager
1.1 wie zijn de managers?
Organisatie
Niet managers managers
Hierbij waren de niet-managers bezig met de taak, zonder dat iemand verantwoording aflegde aan
hen. Echter is dit onderscheid tegenwoordig niet meer zo duidelijk aanwezig. De managementtaken
zijn tegenwoordig losgekoppeld van een persoon.
Een manager van nu is iemand die met anderen werkt door hun werkzaamheden te plannen, te
coördineren en aan te sturen met als oogmerk de doelstelling van de organisatie realiseren.
Een mogelijkheid tot classificeren van de managers in een organisatie komt voor in een conventioneel
gestructureerde organisatie in de vorm van een piramide:
1.2 Wat is management?
Management is het proces van het coördineren van werkzaamheden, zodat deze efficiënt(maximale
productie met zo min mogelijk middelen) en effectief(voltooien van activiteiten zodat de doelstelling
behaald wordt) samen met en door anderen kunnen worden afgerond.
1.3 Wat doet de manager?
Volgens Henri Fayol (begin twintigste eeuw) moet een manager 5 managementfuncties uit kunnen
voeren:- plannen – organiseren – leidinggeven – coördineren – controleren.
Tegenwoordig zijn de managementfuncties teruggebracht naar 4:
1) Planningsfunctie
2) Organisatiefunctie
3) Leidinggeven
4) Controlefunctie
Een manager heeft naast zijn managementfuncties ook managementvaardigheden nodig:
1) Beroepsspecifieke vaardigheden Kennis van en vakkundigheid in het vakgebied (vooral
noodzakelijk op lagere managementniveaus)
2) Menselijke vaardigheden Het vermogen om goed met anderen te kunnen samenwerken
(vooral noodzakelijk bij het middenmanagement)
3) Conceptuele vaardigheden Na kunnen denken over abstracte en ingewikkelde situaties
(vooral noodzakelijke bij topmanagers)
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
1.4 Wat is een organisatie?
Een organisatie is een geheel waarin mensen en middelen op een doelbewuste manier bij elkaar zijn
gebracht om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
Elke organisatie heeft drie gemeenschappelijke kenmerken:
1) Langetermijndoel Deze wordt onderverdeeld in kortetermijndoelen
2) Mensen Meerdere mensen zijn nodig om te kunnen spreken van een organisatie, anders
is er sprake van een ZZP’er (Zelfstandige zonder personeel)
3) Organisatiestructuur Hierdoor weten mensen wat ze moeten doen en kunnen ze optimaal
functioneren.
Bij de Non-profitsector gaat het vooral om dienstverlening, heeft een andere doelstelling dan winst
behalen en is er meestal een dubbele opdrachtgever (cliënt/financier). Hierbij leiden goede
resultaten zelden tot meer budget, echter kunnen slechte resultaten wel tot minder budget leiden.
Innovaties of hervormingen behoren dan ook niet tot de non-profitsector maar tot de commerciële
sector (profitsector)
- HNW (het nieuwe werken: Het plaats en tijdonafhankelijk uitvoeren van kantoorwerkzaamheden.
1.5 De manager en de organisatiecultuur
Binnen de managementtheorieen staan er twee centraal:
1) De almachtige of omnipotente opvatting: Hierbij is de manager verantwoordelijk voor het
slagen of falen.
2) De symbolische opvatting: Resultaten worden behaald door externe factoren niet door
managers.
Een Organisatiecultuur is het geheel van gemeenschappelijke opvattingen en overtuigingen van
leden van een organisatie. (De persoonlijkheid van een organisatie) Zo’n cultuur bestaat uit 7
dimensies:
1) Aandacht voor detail (hoog-laag)
2) Focus op resultaten (hoog-laag)
3) Focus op mensen (hoog-laag)
4) Focus op teams (hoog-laag)
5) Agressiviteit (hoog-laag)
6) Stabiliteit
7) Vernieuwing en het nemen van risico’s
* Sterke cultuur: Opgebouwd rond kernwaarden van een organisatie (Hebben meer invloed op
mensen)Het bepalen van de sterkte van een organisatie hangt van meerdere factoren af.
* Pragmatische generatie: jonge professionals.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
beroepen
geschreven door:
HeleenvK
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Samenvatting: Management in sociaal agogische beroepen.
Hoofdstuk 1: De wereld van de sociaalagogische manager
1.1 wie zijn de managers?
Organisatie
Niet managers managers
Hierbij waren de niet-managers bezig met de taak, zonder dat iemand verantwoording aflegde aan
hen. Echter is dit onderscheid tegenwoordig niet meer zo duidelijk aanwezig. De managementtaken
zijn tegenwoordig losgekoppeld van een persoon.
Een manager van nu is iemand die met anderen werkt door hun werkzaamheden te plannen, te
coördineren en aan te sturen met als oogmerk de doelstelling van de organisatie realiseren.
Een mogelijkheid tot classificeren van de managers in een organisatie komt voor in een conventioneel
gestructureerde organisatie in de vorm van een piramide:
1.2 Wat is management?
Management is het proces van het coördineren van werkzaamheden, zodat deze efficiënt(maximale
productie met zo min mogelijk middelen) en effectief(voltooien van activiteiten zodat de doelstelling
behaald wordt) samen met en door anderen kunnen worden afgerond.
1.3 Wat doet de manager?
Volgens Henri Fayol (begin twintigste eeuw) moet een manager 5 managementfuncties uit kunnen
voeren:- plannen – organiseren – leidinggeven – coördineren – controleren.
Tegenwoordig zijn de managementfuncties teruggebracht naar 4:
1) Planningsfunctie
2) Organisatiefunctie
3) Leidinggeven
4) Controlefunctie
Een manager heeft naast zijn managementfuncties ook managementvaardigheden nodig:
1) Beroepsspecifieke vaardigheden Kennis van en vakkundigheid in het vakgebied (vooral
noodzakelijk op lagere managementniveaus)
2) Menselijke vaardigheden Het vermogen om goed met anderen te kunnen samenwerken
(vooral noodzakelijk bij het middenmanagement)
3) Conceptuele vaardigheden Na kunnen denken over abstracte en ingewikkelde situaties
(vooral noodzakelijke bij topmanagers)
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
1.4 Wat is een organisatie?
Een organisatie is een geheel waarin mensen en middelen op een doelbewuste manier bij elkaar zijn
gebracht om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
Elke organisatie heeft drie gemeenschappelijke kenmerken:
1) Langetermijndoel Deze wordt onderverdeeld in kortetermijndoelen
2) Mensen Meerdere mensen zijn nodig om te kunnen spreken van een organisatie, anders
is er sprake van een ZZP’er (Zelfstandige zonder personeel)
3) Organisatiestructuur Hierdoor weten mensen wat ze moeten doen en kunnen ze optimaal
functioneren.
Bij de Non-profitsector gaat het vooral om dienstverlening, heeft een andere doelstelling dan winst
behalen en is er meestal een dubbele opdrachtgever (cliënt/financier). Hierbij leiden goede
resultaten zelden tot meer budget, echter kunnen slechte resultaten wel tot minder budget leiden.
Innovaties of hervormingen behoren dan ook niet tot de non-profitsector maar tot de commerciële
sector (profitsector)
- HNW (het nieuwe werken: Het plaats en tijdonafhankelijk uitvoeren van kantoorwerkzaamheden.
1.5 De manager en de organisatiecultuur
Binnen de managementtheorieen staan er twee centraal:
1) De almachtige of omnipotente opvatting: Hierbij is de manager verantwoordelijk voor het
slagen of falen.
2) De symbolische opvatting: Resultaten worden behaald door externe factoren niet door
managers.
Een Organisatiecultuur is het geheel van gemeenschappelijke opvattingen en overtuigingen van
leden van een organisatie. (De persoonlijkheid van een organisatie) Zo’n cultuur bestaat uit 7
dimensies:
1) Aandacht voor detail (hoog-laag)
2) Focus op resultaten (hoog-laag)
3) Focus op mensen (hoog-laag)
4) Focus op teams (hoog-laag)
5) Agressiviteit (hoog-laag)
6) Stabiliteit
7) Vernieuwing en het nemen van risico’s
* Sterke cultuur: Opgebouwd rond kernwaarden van een organisatie (Hebben meer invloed op
mensen)Het bepalen van de sterkte van een organisatie hangt van meerdere factoren af.
* Pragmatische generatie: jonge professionals.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.