Het 7S model:
Een analysemodel voor organisatiekundigen om:
-te kijken wat de stand van zake is van een bedrijf
-om verbeteringen toe te passen
-word gebruikt in de diagnose fase
handvat voor een bedrijf om te kunnen bekijken waar ze op kunnen verbeteren
intern.
Aspecten van een bedrijf waar rekening mee gehouden moeten worden. Het doel
van dit model is om de sterktes en zwaktes van een bedrijf te vinden om ze zo in
je SWOT-analyse te zetten en strategische opties te maken.
Zit dus bij de interne analyse.
-strategie
-structuur
-systems
-staff
-style
-shared values & skills
-season
Strategy, structuur en systems (harde S)
Harde s= S’en in het 7s model die te zien zijn of vastgelegd zijn en dus ook zo te
veranderen zijn.
Shared values & skills, Staff, Style en Season(zachte S)
Zachte S= S’en in het 7s model die niet te zien zijn of zijn vastgelegd en dus ook
niet zo te veranderen zijn.
Elke S heeft invloed op elkaar en hangt samen met elkaar.
Als er bij een s iets veranderd dan moeten er bij de andere s’en ook iets
veranderen.
De ideale situatie is dat alle s’en dezelfde richting in gaan, oftewel is het allemaal
gericht op hetzelfde doel en hangt het goed met elkaar samen.
Strategie (hard)
Om een strategie te bedenken moet je een missie(waarom we bestaan) en
visie(wat we willen zijn) hebben om zo een doel te stellen. Als je je doel stelt dan
komt strategie in het plaatje. Strategie is dus eigenlijk op wat voor manier ga je
een doel halen.
Voorbeelden van modellen over strategieën die je kan toepassen om je doelen te
behalen.
,-Waarde strategieën van Treacy & Wiersema
-Doelen SMART formuleren
Structuur (hard)
De structuur van een organisatie is gaat over de hiërarchie/ verdeling van de
verantwoordelijkheid en taken. Dus bij structuur is het belangrijk om te weten:
wie doet wat?
Wie geeft leiding aan wie? Structuur is als je een helder beeld hebt van de
verhoudingen binnen de organisatie. Het is belangrijk als bedrijf om structuur te
houden in de zaken die ze doen.
Lijn en staf activiteiten= lijn zaken houden zich bezig met de primaire
activiteiten en staf zijn ondersteunende activiteiten
Klassieke structuren
Platte structuur:
één eigenaar met een of meerdere medewerkers die allemaal onder zijn leiding
vallen.
Functionele structuur:
Meer functies ontstaan die ook verantwoordelijkheden hebben. Er is niet meer
sprake van medewerkers die onder leiding vallen van de baas, maar er is een
andere functie die de leidinggevende taak overneemt. Daarnaast word bij een
functionele structuur ook afdelingen gebruikt in plaats van gewoon losse
medewerkers. Er worden dus groepen/afdelingen gemaakt van die medewerkers
van een bepaalde expertise.
Divisiestructuur:
Een structuur voor hele grote bedrijven. Hierbij zijn in één groot bedrijf, meerdere
kleinere bedrijven die los van elkaar werken en dus ingedeeld worden in
verschillende divisies. Denk aan bijv. Avans waarbij meerdere studies los van
elkaar werken, maar wel allemaal Avans. Dit is een voorbeeld van bij een product
of dienst los. Ook heb je geografisch, denk aan Nike die losse filialen heeft in
Europa, Amerika, Azië etc.
Matrixstructuur:
Matrixstructuur is een combinatie van een functionele structuur en een
divisiestructuur. En bij deze structuur worden allemaal mensen projectmatig bij
elkaar gezet om iets te maken. Dit word ook weer onderverdeeld in meerdere
kleine divisies/bedrijfjes.
Ketenstructuur:
Als je strategische partners nodig hebt om van de grond te komen.
Je kan het dus niet op eigen houtje. Dit is dus vaak het geval bij start ups/
beginnende bedrijven.
, Organisatiestructuren volgens Mintzberg:
1. Simpele structuur
2. Machine bureaucratie
3. Professionele bureaucratie
4. Divisiestructuur
5. Adhocratie
Redelijk zelfde als matrixstructuur, maar dan voor beginnende bedrijven. Ad hoc
betekent dat je dingen een beetje random dingen doet. Niet heel gestructureerd
dus, maar wel nodig om innovatief te zijn
Bij deze organisatiestructuur heb je bovenin het top management. In het midden
heb je het middenmanagement, technische staf en ondersteunende
staf(personeelszaken, juridische zaken etc.) onderaan heb je uitvoerende
krachten.
Job crafting = Je word voor een bepaalde functie of taak aangenomen, maar na
loop van tijd kom je erachter waar je jou sterke punten in het bedrijf kan
toepassen waardoor jouw functie in het bedrijf veranderd en je dus je eigen baan
vormgeeft.
Rijnlands model(Nederlands) vs Angelsaksische landen(Amerika):
Werken allebei op een andere manier qua bedrijfsvoering. Angelsaksische landen
zijn meer in de afdelingen en rolverdelingen terwijl Rijnlandse landen zijn meer
solidair en minder in bepaalde functies.
Agile (wendbaar)
Scrum (zelfsturend)
Moderne structuurvormen:
Platform organisatie:
Denk aan dienstbedrijven zoals Uber, Airbnb etc.
Netwerk organisatie:
Denk aan e-commerce platforms
Systemen (hard)
Onderscheid tussen structuur en systemen is soms lastig want ze hebben
raakvlakken van elkaar. Bij systemen kijk je eigenlijk op wat voor manier er
gewerkt word. Niet per se de echte ICT systemen, maar meer de processen waar
het bedrijf doorheen loopt.
Dus de dagelijkse procedures, processen en routines die worden gedaan om de
doelstellingen te halen.
systemen kan je indelen in meerdere onderdelen namelijk:
-operationele processen
-procedures en beleid (regels en voorschriften)