Bestuur, beleid en recht. Semester 2
Inhoudsopgave
Lesweek 1...............................................................................................................................................2
Leerdoelen......................................................................................................................................2
Literatuur week 1............................................................................................................................4
Lesweek 2...............................................................................................................................................7
Leerdoelen......................................................................................................................................7
Literatuur week 2............................................................................................................................9
Lesweek 3.............................................................................................................................................13
Leerdoelen....................................................................................................................................13
Literatuur week 3..........................................................................................................................20
Lesweek 4.............................................................................................................................................29
Leerdoelen....................................................................................................................................29
Literatuur week 4..........................................................................................................................32
Pagina 1 van 32
,Lesweek 1
Leerdoelen
●-
Het politieke kringloopmodel
Politiek
● “Een situatie waarbij de overheid betrokken is of
iiiizou moeten zijn”.
● “De gezaghebbende en bindende toedeling van
iiiwaarden voor en namens de samenleving”.
o (Politieke systeembenadering).
● “Doelbewuste vormgeving van de samenleving
iiiid.m.v. argumentatie en machtsuitoefening” (‘strijd
iiiom beleid’), “De inhoud, processen en effecten
iiivan overheidsbeleid”.
● “Het oplossen van collectieve actieproblemen”.
iiii(Politieke marktdenken).
● Definities
o Miljoenennota: Politiek als verdelingsvraagstuk (‘Who gets what, when en how’?)
o Politieke systeembenadering: Theorie van de politiek als verdelingsvraagstuk.
o Openbaar bestuur: het geheel van organisaties en activiteiten gericht op het besturen van de
maatschappij.
o Bestuurlijke vervlechting: Verstatelijking van de maatschappij. Vermaatschappelijking van de
staat.
o Civiel perspectief: Macht en sociale verandering (Macht en tegenmacht)).
● De wereld van openbaar bestuur en samenleving.
Verstatelijking
● Toename overheidsuitgaven (en belastingdruk).
● Groei aantal departementen en ambtenaren.
● Toename wet- en regelgeving.
● Groter beroep op sociale zekerheid.
Pagina 2 van 32
,Vermaatschappelijking
● Invoering algemeen kiesrecht (actief en passief).
● Samenstelling van het parlement (sociale klassen).
● Groeiende invloed belangengroepen (‘pressure groups’).
● Burgerparticipatie
Macht
● “De mogelijkheid het gedrag van anderen te beïnvloeden
iiiiin overeenstemming met de eigen doeleinden van de
iiiiactor” (R. Dahl)
● Invloed: feitelijke machtsuitoefening (reputatie of decisie).
Drie gezichten van macht
● Besluitvormingsmacht (positie en hulpbronnen).
● Agendavormingsmacht (mobilisatie en publieke druk)).
● ‘Ideologische’ macht (betekenisgeving door wereldbeeld(en)).
● Actoren
o Besluitvorming: gezagsdragers (stabiliteit).
o Agendavorming: burgers en belangengroepen (sociale
verandering).
o Betekenisgeving: heersende wereldbeeld (o.a. democratie,
liberale rechtsstaat en markteconomie).
o Het dominante wereldbeeld benadrukt de
vanzelfsprekendheid
van de bestaande orde.
Bv. armoede als sociaal probleem.
Ervaring van machteloosheid (toeslagenaffaire).
Fasen en besluiten in de politieke kringloop
● Invoer
o Selecteren, bundelen en kanaliseren van eisen (issues).
Politieke structuur.
Politieke cultuur.
● Politieke structuur: poortwachters
o Politieke partijen.
o Belangengroepen.
o Media.
o Ambtenaren.
● Politieke cultuur: ideologieën
o Politieke landschap van stromingen en opvattingen.
o Invloedrijke ideologieën.
o Ideologie: “een min of meer samenhangend geheel van beginselen, waarden en normen, op
grond waarvan een politieke actor zijn handelen richt en rechtvaardigt”.
Pagina 3 van 32
, Literatuur week 1
● Het civiele perspectief van IVK (Tekst nog een keer doornemen)
De tekst bespreekt de ontwikkeling van het concept van integrale veiligheid en hoe dit verband houdt
met bredere sociale en politieke ontwikkelingen. Het begint met de oorsprong van integrale veiligheid,
die gericht is op het betrekken van verschillende actoren in de samenleving, zoals burgers,
instellingen en bedrijven, bij het bevorderen van veiligheid en leefbaarheid in hun omgeving.
De tekst benadrukt dat integrale veiligheid niet alleen gaat over fysieke veiligheid, maar ook over de
kwetsbaarheid van burgers en bestuur in de samenleving, vooral in het licht van mondiale risico's en
bedreigingen zoals terrorisme, klimaatverandering en grensoverschrijdende criminaliteit.
Er wordt ook besproken hoe het streven naar veiligheid kan leiden tot maatregelen die de privacy
aantasten en tot institutionele hervormingen die de zeggenschap over veiligheid centraliseren.
Verder wordt ingegaan op de kwetsbaarheid van bestuur op supranationaal niveau, met name in de
Europese Unie, waarbij wordt verwezen naar opkomend populisme en conflicten tussen lidstaten.
De tekst suggereert dat het traditionele concept van burgerschap, gebaseerd op burgerrechten,
mogelijk niet meer adequaat is in een tijdperk van mondialisering en individualisering, en pleit voor
een verschuiving naar een concept van burgerschap dat zich richt op civiele competenties, zoals
kritisch denken en participatie.
Ten slotte wordt betoogd dat bestaande visies op burgerschap, inclusief die gebaseerd op
fundamentele rechten of rationeel eigenbelang, mogelijk ontoereikend zijn om aan de hedendaagse
eisen en behoeften te voldoen.
● Profiel van de Nederlandse overheid H1
o De overheid is overal. De overheid grijpt in onze maatschappij diep in. Maar de overheid is
niet altijd te begrijpen of te volgen.
o De discipline (de studie) die de overheid centraal stelt heet bestuurskunde.
Bestuurskunde: ‘De kunde van het besturen’ oftewel de discipline die zich
bezighoudt met de voorbereiding, de bepaling, de uitvoering en de evaluatie van
overheidsbeleid.
Bestuurskunde helpt de overheid zelf om effectiever te werken.
Bestuurskunde helpt andere om doelgerichter met de overheid om te gaan.
o De totstandkoming van beleid wordt zelden de technische ‘beste’ oplossing gekozen.
● Profiel van de Nederlandse overheid H2
o Het is gebruikelijk om van een staat te spreken als er voldaan is aan drie criteria:
1. (Afgegrensd) grondgebied.
2. (Geaccepteerd) bestuursgezag.
3. (Te onderscheiden) staatsvolk.
o Veel moderne staten kennen 2 pijlers die ten grondslag liggen aan de inrichting van hun
bestuur:
1. De scheiding tussen kerk en staat.
In vroegere tijden bestond er geen scheiding tussen kerk en staat; de kerk was de
staat.
2. De scheiding van de drie machten.
De manier waarop ‘de macht’ wordt verdeeld, speelt een belangrijke rol bij de opbouw
van een staat.
o Verschillende soorten samenlevingen:
Samenlevingen op basis van gelijkheid.
Voorbeeld: Jagers- en verzamelaarssamenleving. Hier leefden de mensen in
groepen waarin de individuen redelijk gelijkwaardig waren. Toch kende dit
soort groepen wel een soort leiderschap op deelgebieden.
Pagina 4 van 32
Inhoudsopgave
Lesweek 1...............................................................................................................................................2
Leerdoelen......................................................................................................................................2
Literatuur week 1............................................................................................................................4
Lesweek 2...............................................................................................................................................7
Leerdoelen......................................................................................................................................7
Literatuur week 2............................................................................................................................9
Lesweek 3.............................................................................................................................................13
Leerdoelen....................................................................................................................................13
Literatuur week 3..........................................................................................................................20
Lesweek 4.............................................................................................................................................29
Leerdoelen....................................................................................................................................29
Literatuur week 4..........................................................................................................................32
Pagina 1 van 32
,Lesweek 1
Leerdoelen
●-
Het politieke kringloopmodel
Politiek
● “Een situatie waarbij de overheid betrokken is of
iiiizou moeten zijn”.
● “De gezaghebbende en bindende toedeling van
iiiwaarden voor en namens de samenleving”.
o (Politieke systeembenadering).
● “Doelbewuste vormgeving van de samenleving
iiiid.m.v. argumentatie en machtsuitoefening” (‘strijd
iiiom beleid’), “De inhoud, processen en effecten
iiivan overheidsbeleid”.
● “Het oplossen van collectieve actieproblemen”.
iiii(Politieke marktdenken).
● Definities
o Miljoenennota: Politiek als verdelingsvraagstuk (‘Who gets what, when en how’?)
o Politieke systeembenadering: Theorie van de politiek als verdelingsvraagstuk.
o Openbaar bestuur: het geheel van organisaties en activiteiten gericht op het besturen van de
maatschappij.
o Bestuurlijke vervlechting: Verstatelijking van de maatschappij. Vermaatschappelijking van de
staat.
o Civiel perspectief: Macht en sociale verandering (Macht en tegenmacht)).
● De wereld van openbaar bestuur en samenleving.
Verstatelijking
● Toename overheidsuitgaven (en belastingdruk).
● Groei aantal departementen en ambtenaren.
● Toename wet- en regelgeving.
● Groter beroep op sociale zekerheid.
Pagina 2 van 32
,Vermaatschappelijking
● Invoering algemeen kiesrecht (actief en passief).
● Samenstelling van het parlement (sociale klassen).
● Groeiende invloed belangengroepen (‘pressure groups’).
● Burgerparticipatie
Macht
● “De mogelijkheid het gedrag van anderen te beïnvloeden
iiiiin overeenstemming met de eigen doeleinden van de
iiiiactor” (R. Dahl)
● Invloed: feitelijke machtsuitoefening (reputatie of decisie).
Drie gezichten van macht
● Besluitvormingsmacht (positie en hulpbronnen).
● Agendavormingsmacht (mobilisatie en publieke druk)).
● ‘Ideologische’ macht (betekenisgeving door wereldbeeld(en)).
● Actoren
o Besluitvorming: gezagsdragers (stabiliteit).
o Agendavorming: burgers en belangengroepen (sociale
verandering).
o Betekenisgeving: heersende wereldbeeld (o.a. democratie,
liberale rechtsstaat en markteconomie).
o Het dominante wereldbeeld benadrukt de
vanzelfsprekendheid
van de bestaande orde.
Bv. armoede als sociaal probleem.
Ervaring van machteloosheid (toeslagenaffaire).
Fasen en besluiten in de politieke kringloop
● Invoer
o Selecteren, bundelen en kanaliseren van eisen (issues).
Politieke structuur.
Politieke cultuur.
● Politieke structuur: poortwachters
o Politieke partijen.
o Belangengroepen.
o Media.
o Ambtenaren.
● Politieke cultuur: ideologieën
o Politieke landschap van stromingen en opvattingen.
o Invloedrijke ideologieën.
o Ideologie: “een min of meer samenhangend geheel van beginselen, waarden en normen, op
grond waarvan een politieke actor zijn handelen richt en rechtvaardigt”.
Pagina 3 van 32
, Literatuur week 1
● Het civiele perspectief van IVK (Tekst nog een keer doornemen)
De tekst bespreekt de ontwikkeling van het concept van integrale veiligheid en hoe dit verband houdt
met bredere sociale en politieke ontwikkelingen. Het begint met de oorsprong van integrale veiligheid,
die gericht is op het betrekken van verschillende actoren in de samenleving, zoals burgers,
instellingen en bedrijven, bij het bevorderen van veiligheid en leefbaarheid in hun omgeving.
De tekst benadrukt dat integrale veiligheid niet alleen gaat over fysieke veiligheid, maar ook over de
kwetsbaarheid van burgers en bestuur in de samenleving, vooral in het licht van mondiale risico's en
bedreigingen zoals terrorisme, klimaatverandering en grensoverschrijdende criminaliteit.
Er wordt ook besproken hoe het streven naar veiligheid kan leiden tot maatregelen die de privacy
aantasten en tot institutionele hervormingen die de zeggenschap over veiligheid centraliseren.
Verder wordt ingegaan op de kwetsbaarheid van bestuur op supranationaal niveau, met name in de
Europese Unie, waarbij wordt verwezen naar opkomend populisme en conflicten tussen lidstaten.
De tekst suggereert dat het traditionele concept van burgerschap, gebaseerd op burgerrechten,
mogelijk niet meer adequaat is in een tijdperk van mondialisering en individualisering, en pleit voor
een verschuiving naar een concept van burgerschap dat zich richt op civiele competenties, zoals
kritisch denken en participatie.
Ten slotte wordt betoogd dat bestaande visies op burgerschap, inclusief die gebaseerd op
fundamentele rechten of rationeel eigenbelang, mogelijk ontoereikend zijn om aan de hedendaagse
eisen en behoeften te voldoen.
● Profiel van de Nederlandse overheid H1
o De overheid is overal. De overheid grijpt in onze maatschappij diep in. Maar de overheid is
niet altijd te begrijpen of te volgen.
o De discipline (de studie) die de overheid centraal stelt heet bestuurskunde.
Bestuurskunde: ‘De kunde van het besturen’ oftewel de discipline die zich
bezighoudt met de voorbereiding, de bepaling, de uitvoering en de evaluatie van
overheidsbeleid.
Bestuurskunde helpt de overheid zelf om effectiever te werken.
Bestuurskunde helpt andere om doelgerichter met de overheid om te gaan.
o De totstandkoming van beleid wordt zelden de technische ‘beste’ oplossing gekozen.
● Profiel van de Nederlandse overheid H2
o Het is gebruikelijk om van een staat te spreken als er voldaan is aan drie criteria:
1. (Afgegrensd) grondgebied.
2. (Geaccepteerd) bestuursgezag.
3. (Te onderscheiden) staatsvolk.
o Veel moderne staten kennen 2 pijlers die ten grondslag liggen aan de inrichting van hun
bestuur:
1. De scheiding tussen kerk en staat.
In vroegere tijden bestond er geen scheiding tussen kerk en staat; de kerk was de
staat.
2. De scheiding van de drie machten.
De manier waarop ‘de macht’ wordt verdeeld, speelt een belangrijke rol bij de opbouw
van een staat.
o Verschillende soorten samenlevingen:
Samenlevingen op basis van gelijkheid.
Voorbeeld: Jagers- en verzamelaarssamenleving. Hier leefden de mensen in
groepen waarin de individuen redelijk gelijkwaardig waren. Toch kende dit
soort groepen wel een soort leiderschap op deelgebieden.
Pagina 4 van 32