Inhoudsopgave
Les 1.............................................................................................................................................................. 2
1.1 Definitie van armoede en schulden dossier blz 8 t/m 10 en 25 t/m 30..........................................................2
1.3 Verklaringsmodel voor armoede van Van Robaeys & Driessen:....................................................................3
1.4 Mechanismen die ten grondslag liggen aan armoede...................................................................................4
1.5 Wat is armoede: blz 158 t/m160....................................................................................................................4
Les 2: Naar welke voorzieningen kunt u doorverwijzen? Samenvatting nog maken.........................................6
2.1 verwijshulp......................................................................................................................................................6
Les 3.............................................................................................................................................................. 6
3.1 Een model voor krachtgericht werken met mensen in armoede de brede basis van he sociaal werk blz 160
t/m163/ 166 t/m170............................................................................................................................................6
3.2 Over generalistisch sociaal werkers en netwerken........................................................................................6
3.2 veerkracht en coping samen werken aan gezondheid blz 187 t/m189..........................................................7
3.3 werkwijzer Werkwijzer 2, Gespreksvoering. Hoe activeer je mensen om met hun schulden aan de slag te
gaan? paragraaf 1 en 2........................................................................................................................................7
3.4 Het veerkrachthuis..........................................................................................................................................8
Les 4.............................................................................................................................................................. 8
4.1 Uitvoeren: basis boek sociaal werk 5.2..........................................................................................................8
4.2 Werkwijzer 2, Gespreksvoering. Hoe activeer je mensen om met hun schulden aan de slag te gaan?
Paragraaf met effectieve gesprekstechnieken t/m bijna het einde van de werkwijzer.......................................9
Les 5............................................................................................................................................................ 10
5.1 Samenwerken aan gezondheid blz 197 t/m199...........................................................................................10
5.2 Effectieve armoede interventies nog doorlezen...........................................................................................11
1
, Methodiek
Les 1
1.1 Definitie van armoede en schulden dossier blz 8 t/m 10 en 25 t/m
30
In dit dossier spreken we van armoede in situaties waarin mensen onvoldoende materiële,
culturele en sociale middelen hebben, waardoor zij zijn uitgesloten van een levensstandaard
die in de samenleving waarin zij leven als minimaal wordt gezien.
Ook rondom het begrip ‘schulden’ circuleren verschillende definities. Bijna iedereen heeft
schulden, zoals huiseigenaren met een hypotheekschuld, hoger opgeleiden met een
studieschuld, en wie met een creditcard betaalt heeft een tijdelijke lening bij de
creditcardverstrekker. In deze gevallen gaat het om een schuld waarbij ‘een ander nog geld
van je krijgt’ ofwel een betalingsverplichting.
In dit dossier gaat het over problematische schulden. We spreken van problematische
schulden als mensen niet in staat zijn om binnen 36 maanden aan hun
afbetaalverplichtingen te voldoen.
1.2 Oorzaken van armoede
1 conjunctureel: vanuit een economisch oogpunt. Hoog en laagconjunctuur hebben allebei
invloed op het armoedecijfer.
2 structurele ontwikkeling: heeft te maken met maatschappelijke veranderingen op lange
termijn. Denk hierbij aan discriminatie, polarisatie en bijvoorbeeld technologische
ontwikkelingen die zorgen voor automatisering.
3 demografisch: gaat om de bevolkingssamenstelling. Gebieden waar bijvoorbeeld veel
mensen wonen met een laag inkomen, veel mensen met een migratieachtergrond en/of veel
eenoudergezinnen, kunnen meer kwetsbaar zijn voor armoede.
4 cultureel: de waarden en normen die onder bepaalde groepen heersen. Zo stelt de
klassieke culture of poverty-theorie dat onder meer genderrollen, werkattitudes en
gezinsorganisatie intergenerationeel worden overgedragen. Problemen zoals school drop-
outs, tienerzwangerschappen en alleenstaand ouderschap worden min of meer van ouder
op kind overgedragen, en zorgen dat armoede in stand blijft. Dit heeft onder meer een
gering sociaal netwerk en geringe kapitaaloverdracht tot gevolg. Dit wordt in deze theorie
aangeduid als ‘lagere culturele verklaringen’. Dit zou dan, volgens de culture of poverty, een
directe weerspiegeling zijn van gebrek aan sociale binding of netwerken en isolement van de
grootstedelijke arbeidersklasse die (voorheen) in de industrie werkt(e). Dit hangt dan weer
nauw samen met de demografische verklaring van armoede
2