Tweede deel IPR
Stappenplan
1. Internationale feiten?
2. Kwalificatie? Soort overeenkomst
1. Aanduiding probleem
3. IPR vraag? Welke IPR vraag?
4. Bronnen?
1. Verordeningen, verdragen en nationale regels
5. Toepassingsgebied (bij internationale bronnen)?
1. Materieel, formeel en temporeel
6. Samenloop?
7. Toepassing van de bron
Week 5: Contractuele verbintenissen
Geen inhoudelijke vragen over EVO, omdat deze niet meer in de bundel staat. Moet wel kunnen
uitleggen wanneer je een instument gebruikt ipv EVO.
- EVO is voorloper op Rome I Verdrag
Rome I Verdrag:
- welk recht is van toepassing.
- Bij geen rechtskeuze gemaakt of nagaan of rechtskeuze geldig is
Toepassingsgebieden en samenloop (vraag 5 en 6)
1. Bronnen /Toepassingsgebied
a. Materieel: hetzelfde voor Rome I en EVO
i. verb. uit ovk (art. 1)
1. geen onderscheid type ovk
ii. uitzonderingen artikel 1 lid 2
b. Formeel: hetzelfde voor Rome I en EVO
i. universeel (art. 2)
ii. toepasselijk, ongeacht het het recht van een lidstaat is fZ
c. temporeel: art 28
i. Rome I: overeenkomsten gesloten op of na 17 dec 2009
ii. EVO: voor 17 dec 2009, maar ook daarna nog samenloop, art 24 RomeI
1. Verordening vervangt verdrag, binnen EU lidstaten
d. Welke onderwerpen? Art. 10 Verdrag /art. 12 Verordening, met name:
i. Uitleg
ii. Nakoming
iii. Tekortkoming
iv. tenietgaan van ovk
v. gevolgen van nietigheid
Toepassing (vraag 7)
2. Art 3 Rome I: subjectieve verwijzing → partijautonomie
a. Partijen mogen kiezen → contractsvrijheid
i. partijen mogen kiezen tussen ieder statelijk recht
ii. recht om te kiezen in onbeperkt
iii. 3(4): Europese casus met rechtskeuze buiten EU recht dwingende
bepalingen EU recht blijven geldig
1
, iv. 3(3): nationale casus met internationale rechtskeuze dwingende
bepalingen nationaal recht blijven geldig
b. Formele vereisten
i. uitdrukkelijk, dan wel duidelijk blijken uit de bepalingen ovk
ii. dépeçage toegestaan
1. voor bepaalde delen een ander rechtsstelsel gebruikt dan bij een
ander deel
iii. bestaan en geldigheid getoetst ogv art 10, gebruikt recht van gekozen recht
om te bepalen of het aan de formele eisen voldoet
iv. art 11 en 13
c. Effecten
i. toegepast op alle aspecten, art 12
ii. mogen wijzigen, maar geen effect door derde
3. art 5-8 Rome I: uitzonderingen zwakke partijen: rechtskeuze is wel mogelijk, maar wel
bescherming in artikel
a. art 5 vervoer
b. art 6 consumenten
i. voor pakketreis geldt consumentenbescherming niet
c. art 7 verzekering
d. art 8 arbeidsovk
4. art 4 Rome I: objectieve verwijzing → geen rechtskeuze gemaakt
a. Art. 4(1)(a-h): specifieke contracten uitgeselecteerd
i. even kijken wat voor soort contract het is, deze toepassen
b. Art. 4(2): indien niet onder 4(1) valt of onder meerdere van 4(1), dan recht van
gewone verblijfplaats van kenmerkende prestant
i. meerdere: bijv telefoon kopen (koopovk) met abonnement (dienst)
ii. kenmerkende prestant: de persoon die de belangrijkste prestaties levert in
een contract, wat de kernactiviteit van de overeenkomst is
iii. Begrip gewone verblijfplaats: Art. 19 Rome I
1. plaats van hoofdbestuur
2. natuurlijk persoon: plaats van uitoefening bedrijfsactiviteit
(hoofdvestiging)
c. Art. 4(3): ontsnapping indien kennelijk nauwer verbonden met ander recht
i. Is dan wel al een vermoeden
d. Art. 4(4): indien 4(1)-4(2) niet van toepassing, dan recht dat het meest nauw is
verbonden
i. degene die de zaak brengt, heeft de vrijheid om alles mee te nemen
e. Rome verdrag: art 4(1): nauwst verbonden recht + vermoeden, tenzij
ontsnappingscausule → wordt niet meer gebruikt
5. art 9 en 21: uitzonderingen → ook al is ander recht van toepassing (op basis van keuze), zijn
er rechten die niet opzij kunnen worden gezet
a. art 9 dwingende bepalingen (definitie in lid 1) voorrangsregels op internationaal
niveau
i. lid 2: van de lex fori → De rechter van het forumland (de behandelende
rechter) mag altijd zijn eigen dwingende bepalingen toepassen
ii. lid 3: derde land (land van uitvoering) → De rechter kan rekening houden
met de dwingende bepalingen van een ander land (meestal het land waar
het contract wordt uitgevoerd), mits:
1. De bepalingen een nauwe band met de zaak hebben,
2. En toepassing ervan gerechtvaardigd is.
b. art 21: openbare orde → verboden, maakt niet uit welk recht van toepassing is
2
,Weens Koopverdrag:
- wat zijn de rechten en plichten bij koop?
- Geünificeerd materieel recht, als WKV van toepassing is hoef je niet meer op zoek naar
toepasselijk recht, dan is het WKV het toepasselijk recht
- Bij toepasselijke nationale recht kijken of dit het recht is van een WKV-land
o Zo ja, kijken of WKV van toepassing is
o Zo nee, nationaal recht zonder WKV
Toepassingsgebieden WKV (vraag 5)
1. Toepassing
a. materiële toepassing, art 1-5
i. B2B contracten
1. Ongeacht rechtspersoon of bedrijf geen consumenten
ii. bedrijven gevestigd in verschillende staten
iii. uitgezonderd art 2 en 3: consumenten ovk, veiling, executoriale koop, koop
van effecten, waardepapieren, schepen, luchtvaartuigen, elektriciteit
b. temporele toepassing: art 99-100
i. contracten gesloten na WKV in werking getreden in betrokken landen
ii. in NL nooit echt een probleem datum ligt ver in verleden
c. formele toepassing
i. Wanneer beide staten verdragsluitende staten zijn, of
1. Art 1, lid 1 sub a
ii. Wanneer volgens de regels van ipr het recht van een verdragsluitende staat
van toepassing is, dan is het verdrag alsnog van toepassing
1. Art 1, lid 1 sub b:
a. welk recht zou van toepassing zijn op dit contract? Rome I en
EVO stap 4, 5, 6 en 7 opnieuw
b. als toepasselijk recht het recht zou zijn van verdragsluitende
staat, dan WKV alsnog van toepassing
2. Keuze, art 6
a. Artikel 6: mag kiezen voor niet toepassen
i. Dan nationaal kooprecht van toepasselijk nationale recht
b. Mag ook inopteren door te kiezen voor WKV door beide partijen (ook al eigenlijk niet
van toepassing), mits ipr het toelaat (in NL, kijk naar beperkingen in art. 3 Rome I)
Commune IPR: Burgerlijk Wetboek en Rome I
- Art. 10:154 BW
o Rome I ook geldig ondanks eigenlijk niet binnen werkingssfeer
3
, Week 6: Niet-contractuele verbintenissen
Niet-contractuele verbintenissen, toepasselijk recht
- Europese verordeningen: Rome II
o Kent geen EU voorloper
- Internationale verdragen: HVOV 1971, HPAV 1973
- Commune IPR: titel 14, boek 10 BW
Toepasselijk recht probleem
- Grensoverschrijdend geval – partijen, en/of locatie van OD
- Wat wordt door dit recht geregeld? Art. 15, Rome II
o Wat is een OD?
o Criteria voor aansprakelijkheid, uitzonderingen, beperkingen
o Type aansprakelijkheid
o Wie aansprakelijk kan worden gehouden
o Remedies en schadevergoeding
Wanneer Titel 14, Boek 10 BW
1. Is Rome II van toepassing? Zo ja, toch nog naar stap 2
2. Instrumenten HVOV 1971 of HPAV 1973 van toepassing? Zo nee, dan naar stap 3
a. JA, evenals Rome II, dan: art. 28(1) Rome II
i. lid 1: EU + niet-EU
1. verdrag is ook door niet-EU-staten is geratificeerd, dan geldt het
verdrag vóór Rome II
2. niet de Rome II verordening voorrang, maar het verdrag, ook binnen
EU
ii. lid 2: alleen door EU-lidstaten geratificeerde verdragen
1. niet het verdrag gaat voor, maar Rome II verordening
3. Géén toepasselijke verdragen? Dus, geen HVOV 1971 of HPAV 1973 of Rome II
a. Dan terugvallen op titel 14 boek 10
i. stuurt je terug naar regels Rome II, art 10:159
4
Stappenplan
1. Internationale feiten?
2. Kwalificatie? Soort overeenkomst
1. Aanduiding probleem
3. IPR vraag? Welke IPR vraag?
4. Bronnen?
1. Verordeningen, verdragen en nationale regels
5. Toepassingsgebied (bij internationale bronnen)?
1. Materieel, formeel en temporeel
6. Samenloop?
7. Toepassing van de bron
Week 5: Contractuele verbintenissen
Geen inhoudelijke vragen over EVO, omdat deze niet meer in de bundel staat. Moet wel kunnen
uitleggen wanneer je een instument gebruikt ipv EVO.
- EVO is voorloper op Rome I Verdrag
Rome I Verdrag:
- welk recht is van toepassing.
- Bij geen rechtskeuze gemaakt of nagaan of rechtskeuze geldig is
Toepassingsgebieden en samenloop (vraag 5 en 6)
1. Bronnen /Toepassingsgebied
a. Materieel: hetzelfde voor Rome I en EVO
i. verb. uit ovk (art. 1)
1. geen onderscheid type ovk
ii. uitzonderingen artikel 1 lid 2
b. Formeel: hetzelfde voor Rome I en EVO
i. universeel (art. 2)
ii. toepasselijk, ongeacht het het recht van een lidstaat is fZ
c. temporeel: art 28
i. Rome I: overeenkomsten gesloten op of na 17 dec 2009
ii. EVO: voor 17 dec 2009, maar ook daarna nog samenloop, art 24 RomeI
1. Verordening vervangt verdrag, binnen EU lidstaten
d. Welke onderwerpen? Art. 10 Verdrag /art. 12 Verordening, met name:
i. Uitleg
ii. Nakoming
iii. Tekortkoming
iv. tenietgaan van ovk
v. gevolgen van nietigheid
Toepassing (vraag 7)
2. Art 3 Rome I: subjectieve verwijzing → partijautonomie
a. Partijen mogen kiezen → contractsvrijheid
i. partijen mogen kiezen tussen ieder statelijk recht
ii. recht om te kiezen in onbeperkt
iii. 3(4): Europese casus met rechtskeuze buiten EU recht dwingende
bepalingen EU recht blijven geldig
1
, iv. 3(3): nationale casus met internationale rechtskeuze dwingende
bepalingen nationaal recht blijven geldig
b. Formele vereisten
i. uitdrukkelijk, dan wel duidelijk blijken uit de bepalingen ovk
ii. dépeçage toegestaan
1. voor bepaalde delen een ander rechtsstelsel gebruikt dan bij een
ander deel
iii. bestaan en geldigheid getoetst ogv art 10, gebruikt recht van gekozen recht
om te bepalen of het aan de formele eisen voldoet
iv. art 11 en 13
c. Effecten
i. toegepast op alle aspecten, art 12
ii. mogen wijzigen, maar geen effect door derde
3. art 5-8 Rome I: uitzonderingen zwakke partijen: rechtskeuze is wel mogelijk, maar wel
bescherming in artikel
a. art 5 vervoer
b. art 6 consumenten
i. voor pakketreis geldt consumentenbescherming niet
c. art 7 verzekering
d. art 8 arbeidsovk
4. art 4 Rome I: objectieve verwijzing → geen rechtskeuze gemaakt
a. Art. 4(1)(a-h): specifieke contracten uitgeselecteerd
i. even kijken wat voor soort contract het is, deze toepassen
b. Art. 4(2): indien niet onder 4(1) valt of onder meerdere van 4(1), dan recht van
gewone verblijfplaats van kenmerkende prestant
i. meerdere: bijv telefoon kopen (koopovk) met abonnement (dienst)
ii. kenmerkende prestant: de persoon die de belangrijkste prestaties levert in
een contract, wat de kernactiviteit van de overeenkomst is
iii. Begrip gewone verblijfplaats: Art. 19 Rome I
1. plaats van hoofdbestuur
2. natuurlijk persoon: plaats van uitoefening bedrijfsactiviteit
(hoofdvestiging)
c. Art. 4(3): ontsnapping indien kennelijk nauwer verbonden met ander recht
i. Is dan wel al een vermoeden
d. Art. 4(4): indien 4(1)-4(2) niet van toepassing, dan recht dat het meest nauw is
verbonden
i. degene die de zaak brengt, heeft de vrijheid om alles mee te nemen
e. Rome verdrag: art 4(1): nauwst verbonden recht + vermoeden, tenzij
ontsnappingscausule → wordt niet meer gebruikt
5. art 9 en 21: uitzonderingen → ook al is ander recht van toepassing (op basis van keuze), zijn
er rechten die niet opzij kunnen worden gezet
a. art 9 dwingende bepalingen (definitie in lid 1) voorrangsregels op internationaal
niveau
i. lid 2: van de lex fori → De rechter van het forumland (de behandelende
rechter) mag altijd zijn eigen dwingende bepalingen toepassen
ii. lid 3: derde land (land van uitvoering) → De rechter kan rekening houden
met de dwingende bepalingen van een ander land (meestal het land waar
het contract wordt uitgevoerd), mits:
1. De bepalingen een nauwe band met de zaak hebben,
2. En toepassing ervan gerechtvaardigd is.
b. art 21: openbare orde → verboden, maakt niet uit welk recht van toepassing is
2
,Weens Koopverdrag:
- wat zijn de rechten en plichten bij koop?
- Geünificeerd materieel recht, als WKV van toepassing is hoef je niet meer op zoek naar
toepasselijk recht, dan is het WKV het toepasselijk recht
- Bij toepasselijke nationale recht kijken of dit het recht is van een WKV-land
o Zo ja, kijken of WKV van toepassing is
o Zo nee, nationaal recht zonder WKV
Toepassingsgebieden WKV (vraag 5)
1. Toepassing
a. materiële toepassing, art 1-5
i. B2B contracten
1. Ongeacht rechtspersoon of bedrijf geen consumenten
ii. bedrijven gevestigd in verschillende staten
iii. uitgezonderd art 2 en 3: consumenten ovk, veiling, executoriale koop, koop
van effecten, waardepapieren, schepen, luchtvaartuigen, elektriciteit
b. temporele toepassing: art 99-100
i. contracten gesloten na WKV in werking getreden in betrokken landen
ii. in NL nooit echt een probleem datum ligt ver in verleden
c. formele toepassing
i. Wanneer beide staten verdragsluitende staten zijn, of
1. Art 1, lid 1 sub a
ii. Wanneer volgens de regels van ipr het recht van een verdragsluitende staat
van toepassing is, dan is het verdrag alsnog van toepassing
1. Art 1, lid 1 sub b:
a. welk recht zou van toepassing zijn op dit contract? Rome I en
EVO stap 4, 5, 6 en 7 opnieuw
b. als toepasselijk recht het recht zou zijn van verdragsluitende
staat, dan WKV alsnog van toepassing
2. Keuze, art 6
a. Artikel 6: mag kiezen voor niet toepassen
i. Dan nationaal kooprecht van toepasselijk nationale recht
b. Mag ook inopteren door te kiezen voor WKV door beide partijen (ook al eigenlijk niet
van toepassing), mits ipr het toelaat (in NL, kijk naar beperkingen in art. 3 Rome I)
Commune IPR: Burgerlijk Wetboek en Rome I
- Art. 10:154 BW
o Rome I ook geldig ondanks eigenlijk niet binnen werkingssfeer
3
, Week 6: Niet-contractuele verbintenissen
Niet-contractuele verbintenissen, toepasselijk recht
- Europese verordeningen: Rome II
o Kent geen EU voorloper
- Internationale verdragen: HVOV 1971, HPAV 1973
- Commune IPR: titel 14, boek 10 BW
Toepasselijk recht probleem
- Grensoverschrijdend geval – partijen, en/of locatie van OD
- Wat wordt door dit recht geregeld? Art. 15, Rome II
o Wat is een OD?
o Criteria voor aansprakelijkheid, uitzonderingen, beperkingen
o Type aansprakelijkheid
o Wie aansprakelijk kan worden gehouden
o Remedies en schadevergoeding
Wanneer Titel 14, Boek 10 BW
1. Is Rome II van toepassing? Zo ja, toch nog naar stap 2
2. Instrumenten HVOV 1971 of HPAV 1973 van toepassing? Zo nee, dan naar stap 3
a. JA, evenals Rome II, dan: art. 28(1) Rome II
i. lid 1: EU + niet-EU
1. verdrag is ook door niet-EU-staten is geratificeerd, dan geldt het
verdrag vóór Rome II
2. niet de Rome II verordening voorrang, maar het verdrag, ook binnen
EU
ii. lid 2: alleen door EU-lidstaten geratificeerde verdragen
1. niet het verdrag gaat voor, maar Rome II verordening
3. Géén toepasselijke verdragen? Dus, geen HVOV 1971 of HPAV 1973 of Rome II
a. Dan terugvallen op titel 14 boek 10
i. stuurt je terug naar regels Rome II, art 10:159
4