Project E-health
Namen en studentnummers:
Klas:
Examinator:
Studieonderdeel: Project e-health
Studiegidsnummer: 2500PJEH16
Aantal woorden:
Datum inleveren:
1
, Inhoudsopgave
1. Inleiding …………………………………………………..……….………. blz. 3
1.1 Doelgroepomschrijving ……………………………..…….……….... blz. 3
1.2 Voorbeeldcasus ………………………………………………..……. blz. 5
1.3 Gezondheidsprobleem ………………………………………..……. blz. 6
1.4 Vraagstelling …………………………………………………………..blz. 7
2. Methode .……………………………………………………………..….. blz. 8
2.1 Overzicht methode afzonderlijke literatuurstudies ...……..…...… blz. 8
2.2 Praktijkonderzoek …………………………………………………… blz. 9
3. Resultaten ………………………………………………………….....…. blz. 10
3.1 Resultaten voorafgaande literatuurstudies ………………..…….. blz. 10
3.1.1. Zelfmanagement ………………………………………….…blz.10
3.1.2. Ziekteperceptie …………………………………………….. blz.10
3.1.3. Coping ……………………………………………………….. blz. 11
3.1.4. Sociaaleconomische status ……………………………….. blz. 11
3.1.5. Sociale steun ………………………………………………... blz. 11
3.2 Informatie betreffende relevantie en functionaliteit …………...... blz. 13
3.2.1. Betrouwbaarheid ………………………………………….... blz. 13
3.2.2. Veiligheid ……………………………………………………. blz. 13
3.2.3. Gebruikersvriendelijkheid …………………………………..blz. 13
3.2.4. Informatie-uitwisseling ……………………………………...blz.14
3.2.5. Voorwaarde app functies ………………………….………..blz.14
3.3 Praktijkonderzoek apps ……………………………………………. blz.15
4. Discussie …………………………………………………………..…..... blz. 17
4.1 Antwoord op de vraagstelling ………………………………...…... blz. 17
4.2 Digitale aspecten ……………………………………………..….… blz. 18
4.2.1. Veiligheid en betrouwbaarheid ………………………..…... blz. 18
4.2.2. Gebruikersvriendelijkheid en informatie-uitwisseling.....… blz. 18
4.3 Functies binnen de app ……….………………………………..…. blz. 19
4.3.1. Informatie over longkanker………….....….……………..… blz. 19
4.3.2. Hulp optie, inclusief uitleg over de functies van de app en FAQ
…………………………………………………………………………….. blz. 19
4.3.3. Uitleg over behandelingen ……………………………........ blz. 19
4.3.4. Chatten met ervaringsdeskundigen….……………………. blz. 20
4.3.5. Persoonlijke tijdlijn ………………………………………….. blz. 20
4.3.6. Emotie dagboek ..…………………………………………... blz. 20
4.3.7. Persoonlijke gegevens …………………………………….. blz. 21
4.3.8. Instellingen ………………………………………………….. blz. 21
4.4 Kanttekening ……………………………………………………….. blz. 21
5. Bronnenlijst ……………………………………………………………... blz. 22
Bijlagen ………………………………………………………………….….. blz. 24
Bijlage A: Menu overzicht …………………………………….…… blz. 24
Bijlage B: Plan van aanpak ……………………………………….. blz. 26
Bijlage C: Logboek ……………………………………………….... blz. 31
2
, 1. Inleiding
1.1 Doelgroepomschrijving
In dit adviesrapport richten wij ons op patiënten die gediagnosticeerd zijn met
longkanker. Wanneer longkanker wordt geconstateerd bij een patiënt, volgt er vaak
een slechte prognose (1). Bij onze doelgroep zijn wij niet op zoek naar genezing of
herstel van de patiënten omdat dit vaak onmogelijk is, maar kijken we naar de
mogelijkheden om het kwaliteit van leven te verbeteren. Hierbij kan bijvoorbeeld
worden gekeken naar het verbeteren van het fysieke welzijn, meer sociale steun uit
de omgeving van de patiënt en het emotionele welzijn van de patiënt. Er wordt dus
niet alleen gericht op het fysieke aspect, maar ook op het mentale welzijn van de
patiënten om ervoor te zorgen dat het kwaliteit van leven verbetert.
Hieronder volgt een voorbeeld casus, aan de hand van de informatie gevonden in de
literatuurstudies.
Beschrijving van de aandoening
Longkanker ofwel longcarcinoom is een kwaadaardige tumor die zich in de longen of
luchtpijp bevindt. De tumor kan zich op verschillende plekken in de longen bevinden.
Dit kan dichterbij de luchtpijp of dieper in de longen bij de longblaasjes zijn (2).
Welke behandeling iemand krijgt hangt af van welke vorm van longkanker diegene
heeft. Er zijn in totaal twee hoofdsoorten van longkanker: kleincellige longkanker en
niet-kleincellige lonkanker. Niet-kleincellige longkanker wordt onderscheidt in drie
verschillende soorten (2):
- Plaveiselcelarcinoom
- Adenocarcinoom
- Grootcellig carcinoom
Voor niet-kleincellige longkanker zijn er verschillende behandelmethoden (1):
1. Chemotherapie, hierbij wordt gebruik gemaakt van celdodende
geneesmiddelen als de ziekte uitzaaiingen heeft.
2. Operatie, hierbij wordt zowel de tumor als het omliggende longweefsel
verwijderd.
3. Doelgerichte therapie
4. Bestraling (radiotherapie), hierbij wordt zowel de tumor als de aangrenzende
lymfeknopen bestraald.
5. Immuuntherapie, hierbij vindt stimulatie plaats van het eigen afweersysteem
om de kanker te bevechten.
6. Voor kleincellige kanker wordt er gekozen voor chemotherapie. Een operatie
is niet meer mogelijk omdat de kanker al uitgezaaid is (2).
Voor kleincellige kanker wordt er gekozen voor chemotherapie. Een operatie is niet
meer mogelijk omdat de kanker al uitgezaaid is (2).
3