Werkcollege 1
Opdracht 1
A. Opsporing is deel van het voorbereidend onderzoek (art 132a sv). Onderzoek
voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting.
Definitie opsporing heeft een neutraal karakter: het is niet nodig om een verdenking
te hebben in de zin van art 27 sv etc.
Het gaat puur om de vraag of er onderzoek wordt gedaan die verband houdt met
strafbare feiten om een tenlastelegging kan opleggen.
B. Toezicht (preventieve controle): ziet op de controle op de naleving van vergunningen.
Als je geen vergunning hebt, pleeg je geen strafbaar feit > geen onderzoek naar
strafbare feiten.
Opsporing ziet echt op strafbare feiten.
Repressieve controle; alcoholcontrole. Het op voorhand willen ontdekken van
strafbare feiten. Een vorm van opsporing.
C. Sfeerovergang: toepassen van preventieve controle/ toezicht leidt tot verdenking
waarvan opsporingsbevoegdheden worden ingezet zuivere overgang: binnen
zelfde wet.
Voortgezette toepassing: switchen van wetgeving; van alcoholwet naar Opiumwet. Je
bent aan het controle/toezicht houden of opsporen op grond van een wet, maar
tijdens het uitvoeren van de taak ontdek je een ander strafbaar feit waarvoor je
switcht naar andere wetgeving. (Valt onder sfeer overgang, aangeven op tentamen).
Sfeercumulatie: uitoefenen van controlebevoegdheden (toezicht) als de
opsporingsfase eigenlijk al is aangevangen (er is al een verdenking).
Opsporing is een beginpunt van de strafvordering > er moet rekening gehouden worden met
waarborgen.
Politie toezicht houden of opsporen? Het zwaartepunt is gelegen in het doel waarmee die
bevoegdheden worden toegepast.
Opdracht 2
a. Er is hier sprake van voortgezette toepassing. Dit is toegestaan mits er wordt voldaan
aan twee voorwaarden (HR geweer). Er moet worden voldaan aan de
toepassingsvoorwaarden van de opsporingsbevoegdheid die wordt ingezet
(aangenomen dat hieraan is voldaan). En het strafbare feit waarvoor wordt
overgegaan op de andere wet moet per toeval zijn ontdekt. (Er mag geen sprake van
zijn van misbruik van recht/detournement de pouvoir). De agente stopte de auto om
controle uit te voeren zoals opgenomen in art 160 lid 1 jo art 4 WVW. De agenten
hadden al een vermoeden dat ze wat zouden tegen komen gezien zijn al langere tijd
aan het volgen waren, en zij al weten in wat voor milieu zij deelnemen. HR opsporing
vs. Controle stelt dat de controlebevoegdheid slecht niet uitsluitend is gebruikt voor
een ander doel dan waarvoor deze is verleend. HR dynamische verkeerscontrole vult
dit verder aan. Zo impliceert het daadwerkelijk uitoefenen van de bevoegdheid dat de
, bevoegdheid mede gebruikt is voor het doel waarvoor zij in het leven is geroepen. en
er dus geen sprake is van detournement de pouvoir. Doordat Jacquiline inzage
vordert in het rijbewijs en de kentekenpapieren van bestuurder is hieraan voldaan. Er
is verder ook geen sprak van etnisch profileren (HR dynamische verkeerscontrole) en
daarmee is de verkeerscontrole rechtmatig verlopen.
b. Er is dan sprake van sfeercumulatie. Het bestaan van een redelijk vermoeden dat
iemand zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit staat niet in de weg van het
uitoefenen van controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren, mits er wordt
voldaan aan twee cumulatieve voorwaarden (HR controle vs opsporing). Bij het
uitvoeren van de toezichtsbevoegdheden dient er jegens de verdachte toekomende
waarborgen in acht genomen te worden. En er mag geen sprake zijn van misbruik van
bevoegdheid/detournement de pouvoir. De bevoegdheid mag dus niet uitsluitend
worden gebruikt om op te sporen. De bevoegdheid moet wel mede uitgeoefend
worden voor het doel waarvoor zij is verleend. Dit is het geval indien het toezicht
daadwerkelijk is uitgeoefend (HR dynamische verkeerscontrole.
Opdracht 3
1. Is het nemo tenetur-beginsel van toepassing?
- Verkrijging van materiaal ondeer dwang of druk
- Tijdens het strafproces/buiten strafproces, maar het materiaal wil gebruikt
worden in het strafproces (art. 6 evrm)
2. Valt het bewijsmateriaal binnen de reikwijdte van het beginsel?
EHRM Saunders: het beginsel strekt zicht slechts uit tot wilsafhankelijk materiaal.
Wilsonafhankelijk bewijsmateriaal wordt niet gedekt door het nemo-tenetur
beginsel.
- Wilsafhankelijk materiaal valt binnen reikwijdte
o Verklaringen, documenten waar overheid niet van bestaan afweet fishing
expedition.
- Wilsonafhankelijk materiaal
o Bloed, documenten zonder fishing expedition – overheid weet van
bestaan af
3. EHRM Jalloh: indien bewijs is verkregen door schending van art 3 EVRM (foltering)
wordt het materiaal beschermd door het nemo-tenetur beginsel, ookal is het
wilsonafhankelijk van aard.
Laatste stap: bepalen of er sprake is van dwang ja of nee en of dit gebruik gemaakt kan
worden in een proces.
Bij ehrm jalloh: dwang was significant hoger dan bij wilsonafhankelijk materiaal als dna etc.
5:20 awb; medewerkingsplicht tegelijkertijd bij opsporing zwijgrecht etc.
Nemotenteur: onschuldpresumptie: niet verplicht om mee te werken.
,Werkcollege 2
Dwangmiddelen: bijzondere opsporingsbevoegdheden. Men heeft niet door dat deze
bevoegdheden tegen hen wordt gebruikt.
Klassieke opsporing: Ophelderen van een strafbaar feit, wat is er gebeurd en wie is gebeurd.
Geen eis om al een verdachte te hebben. Poging en voorbereiding kan ook niet alleen
voltooide.
Vroegsporing: redelijk vermoeden dat er iets wordt beraamd. Beramen: alles wat in verband
staat vooraf het plegen van een strafbaar feit. Er moet een relatie staan tussen
betrokkenheid (georganiseerde verband) en wat er gepleegd gaat worden (misdrijf).
Klassieke dwangmiddelen: aanhouden, staande houden, vasthouden, inverzekeringstelling.
Onderzoek naar aanleiding van aanwijzingen dat een terroristische aanslag gaat worden
gepleegd. Tekens, signalen, aanknopingspunten die zich nader laten onderzoeken. Heeft niet
veel nodig. Moeilijk verifieerbare geruchten zijn dus voldoende, om ingrijpbare middelen te
gebruiken.
Observatie: in de gate houden, iets waarnemen
Stelselmatige inwinning van informatie: stapje verder, praatje maken etc. (wat actiever)
Infiltratie: je doet echt mee, je wordt lid van de criminele organisatie. Om de overtuiging te
houden.
Pseudokoop en -dienstverlening: dingen kopen van die organisatie of aanbieden dat je iets
wil doen voor hen.
Naar mate de bevoegdheden zwaarder zijn en meer inbreuk maakt, hoe meer eisen je moet
voldoen om die bevoegdheden te mogen gebruiken.
Inkijkoperatie: een plek betreden om een kijkje te nemen. Maar ook sporen opnemen
(vingerafdrukken), of een technisch middel aan te brengen.
Opnemen vertrouwelijk communicatie: een gesprek tussen personen opnemen
(microfoontje plaatsen). (Vertrouwelijk heeft te maken met ruimte: gesloten plaats)
(openbare plek is niet vertrouwelijk) Uitwisselen van berichten: verondersteld verplaatsen
van een keylocher en onderscheppen van een bericht vooraf het is verstuurd.
Opnemen van communicatie via een aanbieder van een communicatiedienst (telefoontap):
gesprek via de telefoon bellend, berichten, mailen. Kan ook gaan door justitie hoeft niet altijd
door communicatiedienst.
Verschil: de wijze waarop de communicatie waarneemt
, Take down bevel: een procedure waarbij een partij in kennis wordt gesteld van onmiskenbaar
onrechtmatig of strafbaar materieel op een online platform met dit verzoek dit materiaal te
verwijderen 125p.
Hackbevoegdheid: binnendringen in een geautomatiseerd netwerk, inkijken, maar ook
mogelijk om uw microfoon aan te zetten, en/of camera.
Het hangt samen met de grootte van de inbreuk. Als er geen of geen grote inbreuk wordt
gemaakt op rechten en vrijheden kan het via art 3 politiewet. De bevoegdheid mag geen
risico’s brengen voor de Integriteit en beheersbaarheid voor de opsporing.
Opdracht 1
Klassieke opsporing
Art. 126g Sv e.v.
I. Feiten en omstandigheden
II. Waaruit een redelijk vermoeden volgt,
III. Een strafbaar feit is gepleegd.
Vroegsporing/opsporing in het domein van het georganiseerd verband
Art. 1260 sv e.v.
I. Redelijk vermoeden georganiseerd verband (2 of meer personen)
II. Misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis hebben benoemd in art 67
III. Ernstige inbreuk op de rechtsorde
IV.
V.
VI.
Opsporing van terrorisme
Art. 126zf Sv e.v.
I.
II.
III.
IV.
Stelselmatige observatie Art 126o Sv
I. Een redelijk vermoeden
II. Dat in georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd
Stelselmatige inwinning van informatie
I.
II. (a)
(B)
III.
IV.
Opnemen van vertrouwelijke communicatie
I.
II.
Opdracht 1
A. Opsporing is deel van het voorbereidend onderzoek (art 132a sv). Onderzoek
voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting.
Definitie opsporing heeft een neutraal karakter: het is niet nodig om een verdenking
te hebben in de zin van art 27 sv etc.
Het gaat puur om de vraag of er onderzoek wordt gedaan die verband houdt met
strafbare feiten om een tenlastelegging kan opleggen.
B. Toezicht (preventieve controle): ziet op de controle op de naleving van vergunningen.
Als je geen vergunning hebt, pleeg je geen strafbaar feit > geen onderzoek naar
strafbare feiten.
Opsporing ziet echt op strafbare feiten.
Repressieve controle; alcoholcontrole. Het op voorhand willen ontdekken van
strafbare feiten. Een vorm van opsporing.
C. Sfeerovergang: toepassen van preventieve controle/ toezicht leidt tot verdenking
waarvan opsporingsbevoegdheden worden ingezet zuivere overgang: binnen
zelfde wet.
Voortgezette toepassing: switchen van wetgeving; van alcoholwet naar Opiumwet. Je
bent aan het controle/toezicht houden of opsporen op grond van een wet, maar
tijdens het uitvoeren van de taak ontdek je een ander strafbaar feit waarvoor je
switcht naar andere wetgeving. (Valt onder sfeer overgang, aangeven op tentamen).
Sfeercumulatie: uitoefenen van controlebevoegdheden (toezicht) als de
opsporingsfase eigenlijk al is aangevangen (er is al een verdenking).
Opsporing is een beginpunt van de strafvordering > er moet rekening gehouden worden met
waarborgen.
Politie toezicht houden of opsporen? Het zwaartepunt is gelegen in het doel waarmee die
bevoegdheden worden toegepast.
Opdracht 2
a. Er is hier sprake van voortgezette toepassing. Dit is toegestaan mits er wordt voldaan
aan twee voorwaarden (HR geweer). Er moet worden voldaan aan de
toepassingsvoorwaarden van de opsporingsbevoegdheid die wordt ingezet
(aangenomen dat hieraan is voldaan). En het strafbare feit waarvoor wordt
overgegaan op de andere wet moet per toeval zijn ontdekt. (Er mag geen sprake van
zijn van misbruik van recht/detournement de pouvoir). De agente stopte de auto om
controle uit te voeren zoals opgenomen in art 160 lid 1 jo art 4 WVW. De agenten
hadden al een vermoeden dat ze wat zouden tegen komen gezien zijn al langere tijd
aan het volgen waren, en zij al weten in wat voor milieu zij deelnemen. HR opsporing
vs. Controle stelt dat de controlebevoegdheid slecht niet uitsluitend is gebruikt voor
een ander doel dan waarvoor deze is verleend. HR dynamische verkeerscontrole vult
dit verder aan. Zo impliceert het daadwerkelijk uitoefenen van de bevoegdheid dat de
, bevoegdheid mede gebruikt is voor het doel waarvoor zij in het leven is geroepen. en
er dus geen sprake is van detournement de pouvoir. Doordat Jacquiline inzage
vordert in het rijbewijs en de kentekenpapieren van bestuurder is hieraan voldaan. Er
is verder ook geen sprak van etnisch profileren (HR dynamische verkeerscontrole) en
daarmee is de verkeerscontrole rechtmatig verlopen.
b. Er is dan sprake van sfeercumulatie. Het bestaan van een redelijk vermoeden dat
iemand zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit staat niet in de weg van het
uitoefenen van controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren, mits er wordt
voldaan aan twee cumulatieve voorwaarden (HR controle vs opsporing). Bij het
uitvoeren van de toezichtsbevoegdheden dient er jegens de verdachte toekomende
waarborgen in acht genomen te worden. En er mag geen sprake zijn van misbruik van
bevoegdheid/detournement de pouvoir. De bevoegdheid mag dus niet uitsluitend
worden gebruikt om op te sporen. De bevoegdheid moet wel mede uitgeoefend
worden voor het doel waarvoor zij is verleend. Dit is het geval indien het toezicht
daadwerkelijk is uitgeoefend (HR dynamische verkeerscontrole.
Opdracht 3
1. Is het nemo tenetur-beginsel van toepassing?
- Verkrijging van materiaal ondeer dwang of druk
- Tijdens het strafproces/buiten strafproces, maar het materiaal wil gebruikt
worden in het strafproces (art. 6 evrm)
2. Valt het bewijsmateriaal binnen de reikwijdte van het beginsel?
EHRM Saunders: het beginsel strekt zicht slechts uit tot wilsafhankelijk materiaal.
Wilsonafhankelijk bewijsmateriaal wordt niet gedekt door het nemo-tenetur
beginsel.
- Wilsafhankelijk materiaal valt binnen reikwijdte
o Verklaringen, documenten waar overheid niet van bestaan afweet fishing
expedition.
- Wilsonafhankelijk materiaal
o Bloed, documenten zonder fishing expedition – overheid weet van
bestaan af
3. EHRM Jalloh: indien bewijs is verkregen door schending van art 3 EVRM (foltering)
wordt het materiaal beschermd door het nemo-tenetur beginsel, ookal is het
wilsonafhankelijk van aard.
Laatste stap: bepalen of er sprake is van dwang ja of nee en of dit gebruik gemaakt kan
worden in een proces.
Bij ehrm jalloh: dwang was significant hoger dan bij wilsonafhankelijk materiaal als dna etc.
5:20 awb; medewerkingsplicht tegelijkertijd bij opsporing zwijgrecht etc.
Nemotenteur: onschuldpresumptie: niet verplicht om mee te werken.
,Werkcollege 2
Dwangmiddelen: bijzondere opsporingsbevoegdheden. Men heeft niet door dat deze
bevoegdheden tegen hen wordt gebruikt.
Klassieke opsporing: Ophelderen van een strafbaar feit, wat is er gebeurd en wie is gebeurd.
Geen eis om al een verdachte te hebben. Poging en voorbereiding kan ook niet alleen
voltooide.
Vroegsporing: redelijk vermoeden dat er iets wordt beraamd. Beramen: alles wat in verband
staat vooraf het plegen van een strafbaar feit. Er moet een relatie staan tussen
betrokkenheid (georganiseerde verband) en wat er gepleegd gaat worden (misdrijf).
Klassieke dwangmiddelen: aanhouden, staande houden, vasthouden, inverzekeringstelling.
Onderzoek naar aanleiding van aanwijzingen dat een terroristische aanslag gaat worden
gepleegd. Tekens, signalen, aanknopingspunten die zich nader laten onderzoeken. Heeft niet
veel nodig. Moeilijk verifieerbare geruchten zijn dus voldoende, om ingrijpbare middelen te
gebruiken.
Observatie: in de gate houden, iets waarnemen
Stelselmatige inwinning van informatie: stapje verder, praatje maken etc. (wat actiever)
Infiltratie: je doet echt mee, je wordt lid van de criminele organisatie. Om de overtuiging te
houden.
Pseudokoop en -dienstverlening: dingen kopen van die organisatie of aanbieden dat je iets
wil doen voor hen.
Naar mate de bevoegdheden zwaarder zijn en meer inbreuk maakt, hoe meer eisen je moet
voldoen om die bevoegdheden te mogen gebruiken.
Inkijkoperatie: een plek betreden om een kijkje te nemen. Maar ook sporen opnemen
(vingerafdrukken), of een technisch middel aan te brengen.
Opnemen vertrouwelijk communicatie: een gesprek tussen personen opnemen
(microfoontje plaatsen). (Vertrouwelijk heeft te maken met ruimte: gesloten plaats)
(openbare plek is niet vertrouwelijk) Uitwisselen van berichten: verondersteld verplaatsen
van een keylocher en onderscheppen van een bericht vooraf het is verstuurd.
Opnemen van communicatie via een aanbieder van een communicatiedienst (telefoontap):
gesprek via de telefoon bellend, berichten, mailen. Kan ook gaan door justitie hoeft niet altijd
door communicatiedienst.
Verschil: de wijze waarop de communicatie waarneemt
, Take down bevel: een procedure waarbij een partij in kennis wordt gesteld van onmiskenbaar
onrechtmatig of strafbaar materieel op een online platform met dit verzoek dit materiaal te
verwijderen 125p.
Hackbevoegdheid: binnendringen in een geautomatiseerd netwerk, inkijken, maar ook
mogelijk om uw microfoon aan te zetten, en/of camera.
Het hangt samen met de grootte van de inbreuk. Als er geen of geen grote inbreuk wordt
gemaakt op rechten en vrijheden kan het via art 3 politiewet. De bevoegdheid mag geen
risico’s brengen voor de Integriteit en beheersbaarheid voor de opsporing.
Opdracht 1
Klassieke opsporing
Art. 126g Sv e.v.
I. Feiten en omstandigheden
II. Waaruit een redelijk vermoeden volgt,
III. Een strafbaar feit is gepleegd.
Vroegsporing/opsporing in het domein van het georganiseerd verband
Art. 1260 sv e.v.
I. Redelijk vermoeden georganiseerd verband (2 of meer personen)
II. Misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis hebben benoemd in art 67
III. Ernstige inbreuk op de rechtsorde
IV.
V.
VI.
Opsporing van terrorisme
Art. 126zf Sv e.v.
I.
II.
III.
IV.
Stelselmatige observatie Art 126o Sv
I. Een redelijk vermoeden
II. Dat in georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd
Stelselmatige inwinning van informatie
I.
II. (a)
(B)
III.
IV.
Opnemen van vertrouwelijke communicatie
I.
II.