Inholland
Naam: _________________________
Studentnummer: _________________________
Datum: _________________________
Instructies:
• Beantwoord de onderstaande vragen in het Nederlands.
• Wees zo duidelijk en volledig mogelijk.
• Gebruik waar mogelijk de geleerde methodische begrippen.
Deel 1: Meerkeuzevragen (Kennis)
1. Wat is de belangrijkste focus van de methodiek 'Opbouwwerk'?
a) Het geven van directe, individuele hulpverlening zoals budgetbegeleiding.
b) Het versterken van de sociale samenhang en zelfredzaamheid in wijken en gemeenschappen.
c) Het behandelen van complexe psychische aandoeningen.
d) Het begeleiden van mensen naar betaald werk.
2. Tijdens de 'diagnosefase' van de methodische cyclus:
a) Voer je direct de interventies uit.
b) Stel je een hulpverleningsplan op.
c) Verzamel en analyseer je informatie over de cliënt en diens situatie.
d) Evalueer je de effecten van de geboden hulp.
3. Een 'methodische grondhouding' betekent vooral:
a) Strak vasthouden aan één bepaalde methodiek.
b) Een bewuste, professionele en reflectieve manier van handelen.
c) Altijd vriendelijk en begripvol zijn tegen de cliënt.
d) Zoveel mogelijk protocollen volgen.
4. Welke van de volgende competenties is het meest direct verbonden met methodisch
handelen?
a) Samenwerken.
b) Ondernemend gedrag.
, c) Signaleren.
d) Professioneel handelen.
5. De term 'cliëntsysteem' verwijst naar:
a) Alleen de individuele cliënt.
b) De computerregistratie van de cliënt.
c) De cliënt en zijn/haar directe sociale omgeving (gezin, familie, vrienden).
d) Het netwerk van hulpverleners rondom de cliënt.
Deel 2: Open Vragen (Begrip en Toepassing)
6. Leg in eigen woorden uit wat het verschil is tussen 'methodisch handelen' en 'methodisch
werken'.
Antwoord:
Methodisch handelen is de bewuste, doordachte en systematische manier waarop een
professional te werk gaat in contact met een cliënt. Het gaat om de basishouding. Methodisch
werken is het daadwerkelijk doorlopen van een vaste, cyclische structuur (zoals de methodische
cyclus: intake, diagnose, plan, uitvoering, evaluatie) om tot een professioneel resultaat te
komen. Handelen is de mentaliteit, werken is het proces.
7. Noem de vijf fasen van de methodische cyclus en geef bij elke fase een korte beschrijving.
Antwoord:
1. Intake/Contact: Het eerste contact met de cliënt. Doel: kennismaking, verhelderen van
de hulpvraag en bepalen of er een klik is en of de organisatie passende hulp kan bieden.
2. Diagnose/Analyse: Het verzamelen en analyseren van informatie over de cliënt en zijn
situatie. Doel: een goed beeld krijgen van de problemen, krachten en hulpbronnen.
3. Plan/Doelstelling: Het opstellen van een plan van aanpak met haalbare, meetbare
doelen. Doel: vastleggen wat er gaat gebeuren, door wie en wanneer.
4. Uitvoering/Interventie: Het uitvoeren van de afgesproken interventies en activiteiten.
Doel: het realiseren van de gestelde doelen.
5. Evaluatie/Afsluiting: Het beoordelen of de doelen zijn behaald en wat het resultaat is
geweest. Doel: leren van het proces en afronden of bijstellen van de hulp.
8. Je begeleidt een gezin waar veel spanningen zijn. De ouders geven aan dat ze het opvoeden
zwaar vinden. Welke twee methodieken die je in periode 1 hebt geleerd, zou je kunnen
inzetten? Licht je keuze kort toe.
Antwoord: