Periode 3
1. Wat is het primaire doel van de projectdefinitiefase?
Antwoord: Het vaststellen en gezamenlijk vastleggen van de scope, doelen, deliverables, tijdlijn
en belanghebbenden van het project.
2. Noem de vier belangrijkste onderdelen van een projectplan.
Antwoord: Doelstellingen, Planning, Begroting en Kwaliteitseisen.
3. Wat is een SMART-doelstelling? Geef een voorbeeld.
Antwoord: SMART staat voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.
Voorbeeld: "Het ontwikkelen van een functionerende website met 5 pagina's voor klant X, die
op 15 december is goedgekeurd."
4. Wat is het verschil tussen een hoofddoel en een deeldoel?
Antwoord: Een hoofddoel is het algemene, overkoepelende doel van het project. Een deeldoel
is een concrete tussenstap die bijdraagt aan het bereiken van het hoofddoel.
5. Wat is een 'deliverable'?
Antwoord: Een waarneembaar en meetbaar resultaat, product of dienst dat aan het einde van
een (deel)taak of project wordt opgeleverd.
6. Wat is een risicoanalyse en waarom is deze belangrijk?
Antwoord: Het proactief identificeren, beoordelen en plannen van maatregelen voor potentiële
problemen die het project kunnen bedreigen. Het voorkomt vertraging en kostenoverschrijding.
7. Noem drie veelgebruikte projectmethoden.
Antwoord: Watervalmethode, Scrum (Agile) en PRINCE2.
8. Wat is een 'kick-off' meeting?
Antwoord: De eerste bijeenkomst van het projectteam waarin het projectplan wordt
gepresenteerd, rollen worden bevestigd en iedereen op één lijn wordt gebracht.
9. Wat is de functie van een planning met mijlpalen (milestones)?
Antwoord: Mijlpalen markeren belangrijke momenten of de afronding van een belangrijke fase
in het project. Ze helpen de voortgang te monitoren.
10. Wat wordt bedoeld met de 'scope' van een project?
Antwoord: De grenzen van het project: wat hoort er wel en wat hoort er niet bij.
,11. Wat is 'scope creep'?
Antwoord: Het geleidelijk uitbreiden van de projectscope zonder formele goedkeuring, wat
vaak leidt tot vertraging en budgetoverschrijding.
12. Noem twee tools die je kunt gebruiken voor het maken van een planning.
Antwoord: Gantt-chart (bijv. in MS Project of Excel) en een Kanban-bord (bijv. in Trello).
13. Wat is een begroting en welke soorten kosten kun je daarin opnemen?
Antwoord: Een financieel overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven. Kosten kunnen
zijn: materiaalkosten, urenkosten en eventuele externe kosten.
14. Wie zijn de 'stakeholders' (belanghebbenden) van een project?
Antwoord: Alle personen, groepen of organisaties die direct of indirect worden beïnvloed door
het project of er invloed op hebben (bijv. opdrachtgever, eindgebruikers, projectteam).
15. Wat is een PvA?
Antwoord: Plan van Aanpak. Het document waarin de aanpak van het project gedetailleerd
wordt beschreven.
16. Wat is het verschil tussen een taak en een mijlpaal?
Antwoord: Een taak is een activiteit die uitgevoerd moet worden. Een mijlpaal is een significant
moment dat de voltooiing van een reeks taken markeert.
17. Waarom is het belangrijk om de eisen (requirements) van de opdrachtgever vast te
leggen?
Antwoord: Om misverstanden te voorkomen en als objectieve meetlat voor de uiteindelijke
oplevering en acceptatie.
18. Wat is een 'werkpakket' in een project?
Antwoord: Een afgebakend deel van het projectwerk dat als eenheid kan worden gepland en
toegewezen aan een persoon of team.
19. Hoe schat je de benodigde tijd in voor een taak?
Antwoord: Door de taak op te delen in subtaken, ervaring te raadplegen, met teamleden te
overleggen en een marge voor onvoorziene omstandigheden toe te voegen.
20. Wat is de definitie van 'kwaliteit' in een projectcontext?
Antwoord: Het voldoen aan de vooraf vastgestelde eisen en specificaties van de opdrachtgever.
21. Noem een techniek voor het identificeren van risico's.
Antwoord: Brainstormen met het projectteam of het gebruik van een checklist gebaseerd op
ervaringen uit eerdere projecten.
,22. Wat is een afhankelijkheid (dependency) in een planning?
Antwoord: Een relatie tussen twee taken, waarbij de ene taak pas kan beginnen als de andere is
afgerond.
23. Wat houdt 'capaciteitsplanning' in?
Antwoord: Het inplannen van mensen en middelen op basis van hun beschikbaarheid en de
eisen van het project.
24. Wat is het doel van een haalbaarheidsstudie?
Antwoord: Bepalen of een project haalbaar is qua tijd, geld, techniek en organisatie voordat er
een definitief groen licht wordt gegeven.
25. Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de goedkeuring van het projectplan?
Antwoord: De opdrachtgever of de projecteigenaar.
Deel 2: Projectuitvoering & Methoden (Vragen 26-50)
26. Wat is het belangrijkste verschil tussen de Waterval- en Scrum-methodiek?
Antwoord: Waterval is een lineaire, sequentiële aanpak waar je pas naar de volgende fase gaat
als de vorige is afgerond. Scrum is iteratief (in korte sprints) en flexibel, waardoor je tussentijds
kunt bijsturen.
27. Wat is een 'sprint' in Scrum?
Antwoord: Een vaste, korte periode (meestal 1-4 weken) waarin een werkend deelproduct
wordt opgeleverd.
28. Noem drie rollen binnen het Scrum-team.
Antwoord: Product Owner, Scrum Master en het Ontwikkelteam.
29. Wat is een 'backlog'?
Antwoord: Een geordende lijst met alles wat nodig is in het product, beheerd door de Product
Owner.
30. Wat is het doel van een dagelijkse stand-up (of daily scrum)?
Antwoord: Het team synchroniseert: Wat heb ik gedaan? Wat ga ik doen? Loop ik ergens
tegenaan? (Maximaal 15 minuten).
31. Wat is een 'burn-down chart'?
Antwoord: Een grafiek die het resterende werk in de sprint backlog visualiseert, zodat het team
de voortgang kan zien.
, 32. Wat is 'Agile' werken?
Antwoord: Een flexibele, iteratieve werkwijze waarbij in korte cycli wordt gewerkt en waarbij
men zich gemakkelijk aanpast aan veranderende wensen.
33. Wat is het verschil tussen 'incrementeel' en 'iteratief' ontwikkelen?
Antwoord: Incrementeel: het product wordt in delen opgebouwd (als een stapel stenen).
Iteratief: het product wordt in cycli verbeterd en verfijnd (als een schets die steeds
gedetailleerder wordt). Scrum combineert beide.
34. Wat is een 'minimum viable product' (MVP)?
Antwoord: De meest eenvoudige versie van een product die nog wel waarde heeft voor de
gebruiker en waarmee je feedback kunt ophalen.
35. Hoe monitor je de voortgang tijdens de projectuitvoering?
Antwoord: Door regelmatig teammeetings te houden, de actuele status te vergelijken met de
planning en gebruik te maken van tools zoals Gantt-charts of burn-down charts.
36. Wat doe je als je tijdens de uitvoering merkt dat je achter gaat lopen op de planning?
Antwoord: Dit direct communiceren naar de projectleider/opdrachtgever, de oorzaak
analyseren en een bijgesteld plan (bijgestuurde planning of aangepaste scope) voorstellen.
37. Wat is 'kwaliteitsborging' (quality assurance)?
Antwoord: Het proces om ervoor te zorgen dat aan de kwaliteitseisen wordt voldaan door
preventieve maatregelen en processen.
38. Wat is 'kwaliteitscontrole' (quality control)?
Antwoord: Het controleren van de deliverables om te verifiëren of ze voldoen aan de
specificaties (bijv. testen).
39. Noem een veelvoorkomend valkuil tijdens de uitvoeringsfase.
Antwoord: Slechte communicatie, waardoor problemen te laat worden gemeld en escaleren.
40. Wat is 'change management'?
Antwoord: Het gestructureerd omgaan met wijzigingsverzoeken tijdens het project, om chaos
en scope creep te voorkomen.
41. Wat is een 'testplan'?
Antwoord: Een document dat beschrijft wat, wanneer, hoe en door wie er getest wordt.
42. Waarom is documentatie tijdens de uitvoering belangrijk?
Antwoord: Voor transparantie, overdracht, kennisbehoud en als bewijsmateriaal bij discussies.