theorie, voorbeelden en uitwerkingen van
gegeven arresten tijdens het college
1. Vraag: Noem de vier klassieke Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur.
Antwoord: Het motiveringsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel
(ook wel: vertrouwensbeginsel en het speciale daarvan, het legaliteitsbeginsel), en het
evenredigheidsbeginsel.
2. Vraag: Wat is de kern van het motiveringsbeginsel?
Antwoord: Een bestuursorgaan moet de gronden voor zijn besluit bekendmaken. Deze
motivering moet de feiten, de belangen en de rechtsgronden omvatten.
3. Vraag: Wanneer is een besluit onvoldoende gemotiveerd in de zin van het
motiveringsbeginsel?
Antwoord: Als de motivering niet voldoet aan de wettelijke eisen, tegenstrijdig is, of zodanig
onduidelijk dat de belanghebbende niet kan begrijpen waarom het besluit is genomen (HR 22
juni 1990, Staat der Nederlanden/Kroon).
4. Vraag: Wat houdt het specifieke vertrouwensbeginsel in?
Antwoord: Dit beginsel vereist dat een bestuursorgaan zich aan zijn eerdere, specifieke
toezeggingen houdt, tenzij zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.
5. Vraag: Wat is het verschil tussen het algemene en het bijzondere legaliteitsbeginsel?
Antwoord: Het algemene legaliteitsbeginsel houdt in dat bestuurshandelen een grondslag moet
hebben in een formele wet. Het bijzondere legaliteitsbeginsel (art. 89 Gemeentewet, art. 104
Provinciewet) vereist dat delegatie van regelgevende bevoegdheid bij formele wet moet
gebeuren.
6. Vraag: Welke drie stappen kent de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel?
Antwoord: 1. Is het gestelde doel legitiem? 2. Is het gekozen middel geschikt om dat doel te
bereiken? 3. Weegt het gekozen middel niet zwaarder dan noodzakelijk is voor het doel (het
subsidiariteits- en proportionaliteitscriterium)?
7. Vraag: Wat is het gelijkheidsbeginsel en in welke wetsbepaling is het verankerd?
Antwoord: Het gelijkheidsbeginsel verbiedt willekeurig onderscheid tussen gelijke gevallen. Het
is verankerd in artikel 1 van de Grondwet.
,8. Vraag: Wat is het fair play-beginsel?
Antwoord: Een open norm die vereist dat een bestuursorgaan zich in zijn contacten met burgers
hoffelijk, zorgvuldig en niet misleidend opstelt.
9. Vraag: Noem een arrest waar het zorgvuldigheidsbeginsel centraal staat.
Antwoord: ABRvS 18 februari 1987, Waterpakt.
10. Vraag: Kan een bestuursorgaan een eenmaal verleende vergunning altijd intrekken op
grond van het rechtszekerheidsbeginsel?
Antwoord: Nee, de rechthebbende mag erop vertrouwen dat een verleende vergunning blijft
bestaan, tenzij er zwaarwegende algemene belangen zijn die intrekking rechtvaardigen en de
schade vergoed wordt (art. 4:49 Awb).
Bevoegdheid en Doorwerking van Recht
11. Vraag: Wat is het non-delegatiebeginsel?
Antwoord: Een bestuursorgaan dat een bevoegdheid bij wet heeft gekregen, mag die
bevoegdheid niet overdragen aan een ander orgaan, tenzij de wet dat uitdrukkelijk toestaat.
12. Vraag: Wat is het dualisme tussen publiek- en privaatrecht?
Antwoord: Het onderscheid tussen het publiekrecht (rechtsverhoudingen tussen overheid en
burger) en het privaatrecht (rechtsverhoudingen tussen burgers onderling). De overheid kan
ook handelen in het privaatrecht (bijv. een koopovereenkomst sluiten).
13. Vraag: Wat is het "Schipholt-arrest" en welk leerstuk illustreert het?
Antwoord: HR 22 mei 1981, Gemeente Schipholt/Schipper. Het illustreert de ondoorwerking van
onrechtmatig verkregen bewijs in het bestuursrecht. Een vergunning kan niet worden geweigerd
alleen omdat de aanvraag is gedaan met informatie die onrechtmatig is verkregen.
14. Vraag: Wat is het "Bodem-arrest" en welk beginsel bevestigt het?
Antwoord: HR 18 maart 1988, Bodem/Burgemeester en Wethouders van Haarlem. Het bevestigt
dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur doorwerken in privaatrechtelijke verhoudingen
wanneer de overheid haar overheidsgezag gebruikt.
15. Vraag: Wat is het verschil tussen formele en materiële rechtmatigheid?
Antwoord: Formele rechtmatigheid gaat over de procedure (bevoegdheid,
vormvereisten). Materiële rechtmatigheid gaat over de inhoud van het besluit (evenredigheid,
motivering).
Besluit, Beschikking en Toezegging
,16. Vraag: Geef de wettelijke definitie van een "besluit" (Awb).
Antwoord: Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling (art. 1:3 lid 2 Awb).
17. Vraag: Wat is een "beschikking"?
Antwoord: Een besluit dat niet van algemene strekking is, inclusief een afwijzing van een
aanvraag daartoe (art. 1:3 lid 1 Awb). Het is een individueel, concreet gebonden besluit.
18. Vraag: Wat is het verschil tussen een beschikking en een beleidsregel?
Antwoord: Een beschikking is een individueel besluit. Een beleidsregel (art. 1:3 lid 4 Awb) is een
algemeen verbindend voorschrift dat de afweging van belangen bij een beschikking voorbereidt.
19. Vraag: Wanneer is een toezegging van een bestuursorgaan verbindend?
Antwoord: Als het een specifieke, onvoorwaardelijke en ondubbelzinnige toezegging is, en de
burger er redelijkerwijs op heeft vertrouwd (specifiek vertrouwensbeginsel).
20. Vraag: Noem een arrest over het verbindend karakter van een toezegging.
Antwoord: ABRvS 1 december 1993, Goudse riool.
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) - Algemene Bepalingen
21. Vraag: Wat is het toepassingsbereik van de Awb?
Antwoord: De Awb is van toepassing op alle bestuursorganen van de centrale overheid,
provincies, gemeenten en waterschappen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald (art.
1:2 Awb).
22. Vraag: Wat is een "belanghebbende" in de zin van de Awb?
Antwoord: Iemand wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken (art. 1:2 lid 1 Awb).
Dit kan een subjectief recht zijn, maar ook een ander (bijv. economisch, ideëel) belang.
23. Vraag: Wat is het doel van het bezwaarschrift?
Antwoord: Het biedt de belanghebbende de mogelijkheid het bestuursorgaan te bewegen het
besluit te herzien, voordat hij naar de rechter stapt (intern beroep).
24. Vraag: Wat is de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift?
Antwoord: Binnen zes weken na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt (art. 6:7 Awb).
25. Vraag: Wat zijn de vereisten voor een goed bezwaarschrift?
Antwoord: Het moet schriftelijk zijn, ondertekend, en de gronden van het bezwaar bevatten
(art. 6:5 Awb).
26. Vraag: Wat is het vereiste van hoorplicht (art. 7:2 Awb)?
Antwoord: Het bestuursorgaan moet de indiener van een bezwaarschrift in de gelegenheid
, stellen zijn zienswijze mondeling toe te lichten, tenzij het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of
kennelijk ongegrond is.
27. Vraag: Wat is een "vooroverleg" en is dit wettelijk verplicht?
Antwoord: Een informeel overleg tussen een aanvrager en het bestuursorgaan voorafgaand aan
een aanvraag. Het is niet algemeen wettelijk verplicht, maar kan wel in specifieke regelingen of
beleid zijn opgenomen.
28. Vraag: Wat is de "Wet openbaarheid van bestuur" (Wob) en welk beginsel beoogt zij?
Antwoord: Een wet die burgers het recht geeft informatie bij de overheid op te vragen. Zij
beoogt de openbaarheid en transparantie van het bestuur te vergroten.
29. Vraag: Wat is het verschil tussen een aanvullend en een nieuw advies in de bezwaarfase?
Antwoord: Een aanvullend advies betreft nieuwe feiten of omstandigheden die na het
oorspronkelijke besluit zijn ontstaan. Een nieuw advies betreft een nieuwe beoordeling van de
oorspronkelijke feiten. Voor een nieuw advies gelden strengere eisen.
30. Vraag: Wat is de "Hardheidsclausule" (art. 4:84 Awb)?
Antwoord: Een bepaling die de bestuursrechter de bevoegdheid geeft om een besluit dat in
strijd is met het recht, toch in stand te laten wegens bijzondere feiten of omstandigheden,
waarbij de afwijking van het recht moet worden aanvaard.
Het Bestuursprocesrecht (Beroep bij de Rechtbank)
31. Vraag: Wat is het verschil tussen hoger beroep en beroep in eerste aanleg?
Antwoord: Hoger beroep is een herbeoordeling van een zaak door een hogere rechter na een
eerdere uitspraak. Beroep in eerste aanleg is de eerste behandeling van een bestuursrechtelijke
geschil door de rechtbank.
32. Vraag: Welke termijn geldt voor het indienen van beroepschrift bij de rechtbank?
Antwoord: Binnen zes weken na de dag van de bekendmaking van het besluit (of het besluit op
bezwaar) (art. 6:7 Awb).
33. Vraag: Wat is de "concentratieregel" in het bestuursprocesrecht?
Antwoord: Dat alle gronden en stukken bij het beroepschrift moeten worden ingediend. Later
indienen is alleen mogelijk met toestemming van de rechter (art. 8:41 Awb).
34. Vraag: Wat is een verzoek om een voorlopige voorziening?
Antwoord: Een verzoek aan de voorzieningenrechter om een spoedmaatregel te treffen, vaak
schorsing van het bestreden besluit, in afwachting van de definitieve uitspraak in de hoofdzaak
(art. 8:81 Awb).