GZW)
Deel 1: Fundamenten van Innovatie
1. Wat is het definitieverschil tussen uitvinding en innovatie?
• Antwoord: Een uitvinding is de eerste creatie van een nieuw idee of een nieuw
product. Innovatie is het commercieel succesvol toepassen van een uitvinding (of een
nieuwe combinatie van bestaande kennis) in de markt of in een organisatie.
2. Noem de vier hoofdtypen van innovatie zoals beschreven door de OECD.
• Antwoord: 1. Productinnovatie, 2. Procesinnovatie, 3. Marketinginnovatie, 4.
Organisatorische innovatie.
3. Wat is een radicale innovatie?
• Antwoord: Een innovatie die een fundamentele verandering teweegbrengt in de
technologie of markt, waardoor bestaande industrieën worden verstoord en nieuwe
worden gecreëerd.
4. Wat is een incrementele innovatie?
• Antwoord: Een kleine, geleidelijke verbetering van bestaande producten, diensten of
processen binnen de bestaande technologische trajecten en markten.
5. Wat is het verschil tussen technologie-push en markt-pull?
• Antwoord: Technologie-push betekent dat innovatie wordt gedreven door nieuwe
technologische mogelijkheden, zonder directe vraag vanuit de markt. Markt-
pull betekent dat innovatie wordt gedreven door specifieke behoeften en vraag van
klanten.
6. Wat wordt bedoeld met "architectural innovation"?
• Antwoord: Een innovatie waarbij de kerncomponenten fundamenteel ongewijzigd
blijven, maar de architectuur (de manier waarop deze componenten zijn verbonden en
samenwerken) verandert.
7. Wat is "disruptive innovation" volgens Christensen?
, • Antwoord: Een innovatie die begint in een nichemarkt of de onderkant van de markt,
met een eenvoudiger en goedkoper aanbod, en uiteindelijk de gevestigde marktleiders
verdringt.
8. Noem een voorbeeld van een competentie-versterkende en een competentie-vernietigende
innovatie.
• Antwoord: Versterkend: Een snellere processor in een laptop. Vernietigend: De opkomst
van digitale camera's die de fabrikanten van analoge camera's verdrong.
Deel 2: Innovatiestrategie en -modellen
9. Wat beschrijft het "U-vormige" verband tussen innovatie en prestatie?
• Antwoord: Dit verband suggereert dat zowel een zeer lage als een zeer hoge mate van
innovatie (bijv. in R&D-uitgaven) kunnen leiden tot lagere prestaties, terwijl een
gematigd niveau de beste resultaten oplevert.
10. Wat is het doel van een innovatiestrategie?
• Antwoord: Het richting geven aan de innovatie-inspanningen van een organisatie,
resources toe te wijzen en keuzes te maken over welk type innovatie te omarmen en
welke markten en technologieën te verkennen.
11. Wat is het "Ambidextrous Organization" model?
• Antwoord: Een organisatiemodel waarbij een bedrijf tegelijkertijd exploiteert
(exploitation: efficiënt beheren van bestaande business) en exploreert (exploration:
zoeken naar nieuwe kansen en innovaties).
12. Wat is "Open Innovation"?
• Antwoord: Een innovatieparadigma waarbij bedrijven niet alleen vertrouwen op interne
R&D, maar ook actief ideeën, technologieën en kennis van buitenaf (bijv. startups,
klanten, universiteiten) in- en uitlicensiëren.
13. Wat is het verschil tussen "Outside-in" en "Inside-out" Open Innovation?
• Antwoord: Outside-in: Externe kennis en ideeën integreren in de eigen
innovatieprocessen. Inside-out: Interne ideeën en technologieën naar buiten brengen
(bijv. via licensing) om ze door anderen te laten commercialiseren.
14. Wat is het "Stage-Gate" model?