Answers Summary
1. Geschiedenis en Grondbeginselen
• Geschiedenis: Van de holistische opvattingen van Aristoteles, via de localisatieleer (Franz
Joseph Gall, phrenologie) naar de moderne neuropsychologie. Belangrijke casussen zoals
Phineas Gage (persoonlijkheid/gedrag) en patient H.M. (geheugen) benadrukken de
relatie tussen hersenen en functie.
• Grondbeginselen:
o Localisatie vs. Connectiviteit: Functies zijn gelokaliseerd in specifieke netwerken,
maar deze netwerken werken samen (connectiviteit).
o Lateralisatie: De linker- en rechterhersenhelft hebben gespecialiseerde functies
(bijv. taal vs. ruimtelijke verwerking).
o Neuroplasticiteit: Het vermogen van de hersenen om zich aan te passen en te
reorganiseren na schade of door ervaring.
o Biopsychosociaal model: Gedrag en cognitie worden bepaald door een interactie
tussen biologische, psychologische en sociale factoren.
2. Functionele Neuroanatomie
• Het Neuron: De bouwsteen van het zenuwstelsel. Bestaat uit een cellichaam, dendrieten
(ontvangen signalen) en een axon (zendt signalen uit). Communicatie via synapsen met
neurotransmitters.
• Centraal Zenuwstelsel (CZS):
o Ruggenmerg: Geleidt informatie van/naar de hersenen; reflexen.
o Hersenstam: Vitale functies (ademhaling, hartslag), slaap, arousal. Omvat de
medulla oblongata, pons en middenhersenen.
o Cerebellum (Kleine Hersenen): Coördinatie van beweging, evenwicht, motorisch
leren.
o Diencephalon: Thalamus (relaystation voor sensorische informatie),
hypothalamus (homeostase, hormonen, motivatie).
, o Limbisch Systeem: Emotie, geheugen, motivatie. Omvat de hippocampus
(geheugenvorming), amygdala (emotie, vooral angst), en de fornix.
o Basale Ganglia: Initiatie en inhibitie van beweging, gewoontegedrag, beloning.
Stoornissen: Parkinson, Huntington.
o Cerebrale Cortex (Grote Hersenschors): Verwerkt complexe informatie.
▪ Frontale Kwab: Executieve functies, planning, impulscontrole,
persoonlijkheid, primaire motorische schors.
▪ Pariëtale Kwab: Sensorische integratie, ruimtelijke oriëntatie, aandacht
(rechter kwab).
▪ Temporale Kwab: Gehoor, taalbegrip (Wernicke), geheugen,
objectherkenning.
▪ Occipitale Kwab: Visuele verwerking.
3. Lateralisatie van Functies
• Linker Hersenhelft: Gespecialiseerd in taal (productie en begrip bij de meeste
rechtshandigen), analytisch denken, logica, sequentiële verwerking.
• Rechter Hersenhelft: Gespecialiseerd in ruimtelijke verwerking, gezichtsherkenning,
muziek, holistische verwerking, emotionele prosodie.
• Corpus Callosum: Verbindt de twee hemisferen en zorgt voor communicatie. Bij splitsing
(split-brain) kunnen de helften onafhankelijk functioneren.
4. Sensatie, Perceptie en Aandacht
• Sensatie: Omzetting van fysieke energie naar neurale signalen.
• Perceptie: Organisatie en interpretatie van sensorische informatie in de hersenen.
• Aandacht: Het vermogen om zich op bepaalde stimuli te concentreren en andere te
negeren.
o Neglect: Een aandachtsstoornis, vaak na rechts-pariëtale schade, waarbij
patiënten de contralaterale (meestal linker) kant van de ruimte negeren.
5. Geheugen en Amnesie
• Geheugentypen:
o Expliciet (Declaratief): Bewust herinneren van feiten en gebeurtenissen.
, ▪ Episodisch: Persoonlijke gebeurtenissen.
▪ Semantisch: Feiten en kennis.
o Impliciet (Niet-declaratief): Onbewust, zoals vaardigheden (proceduraal),
priming, conditionering.
• Belangrijke Hersenstructuren:
o Hippocampus: Cruciaal voor de consolidatie van expliciete herinneringen (van
kort naar lang termijn).
o Amygdala: Emotioneel geheugen.
o Cerebellum & Basale Ganglia: Impliciet (proceduraal) geheugen.
• Amnesie:
o Anterograde Amnesie: Onvermogen om nieuwe herinneringen te vormen
(patient H.M.).
o Retrograde Amnesie: Verlies van herinneringen van voor het letsel.
6. Executieve Functies
• Hogere cognitieve processen gemediëerd door de prefrontale cortex.
• Functies: Planning, probleemoplossen, inhibitie (impulscontrole), cognitieve flexibiliteit
(taakwisseling), werkgeheugen, besluitvorming.
• Stoornissen: Dysexecutief syndroom: desorganisatie, apathie, impulsiviteit, slechte
planning.
7. Emotie
• Theorieën: James-Lange (lichamelijke reactie -> emotie), Cannon-Bard (gelijktijdige
reactie), Schachter-Singer (two-factor: arousal + cognitie).
• Hersenstructuren:
o Amygdala: Snel verwerken van emotionele stimuli (vooral angst), conditionering
van angst.
o Prefrontale Cortex: Regulatie van emoties, besluitvorming gebaseerd op emotie
(o.a. ventromediale PFC).
o Insula: Betrokken bij walging, interoceptie (waarnemen van lichaamstoestand)
en empathie.