Deel 1: Organisatie & Omgeving (Marketing & HRM)
1. Vraag: Wat is de definitie van marketing?
Antwoord: Marketing is het proces van het identificeren, anticiperen en bevredigen van
klantwensen op een winstgevende manier.
2. Vraag: Noem de 4 P's van de marketingmix.
Antwoord: Product, Prijs, Promotie en Plaats (Place).
3. Vraag: Wat is het verschil tussen een B2B- en een B2C-markt?
Antwoord: B2B (Business-to-Business) is handel tussen bedrijven, B2C (Business-to-Consumer)
is handel tussen een bedrijf en de eindconsument.
4. Vraag: Wat is het primaire doel van Human Resource Management (HRM)?
Antwoord: Het aantrekken, ontwikkelen, motiveren en behouden van de juiste medewerkers
om de organisatiedoelen te bereiken.
5. Vraag: Noem twee interne en twee externe wervingskanalen.
Antwoord: Intern: Interne vacaturebank, promotie. Extern: Recruitmentbureaus, online
vacaturesites.
6. Vraag: Wat is het verschil tussen on-the-job en off-the-job training?
Antwoord: On-the-job training vindt plaats tijdens het werk (bijv. coaching), off-the-job training
vindt plaats buiten de werkplek (bijv. een cursus).
7. Vraag: Wat is een 'soft launch' van een product?
Antwoord: Het gelimiteerd uitbrengen van een product om eerst marktfeedback te verzamelen
voordat het volledig op de markt wordt gebracht.
8. Vraag: Welke twee hoofdstromingen zijn er binnen de motivationstheorieën?
Antwoord: Inhoudstheorieën (wat motiveert) en proces-theorieën (hoe motivatie tot stand
komt).
9. Vraag: Noem een voorbeeld van een inhoudstheorie.
Antwoord: De behoeftehiërarchie van Maslow.
10. Vraag: Wat is segmentatie in marketing?
Antwoord: Het opdelen van een heterogene markt in kleinere, homogene groepen (segmenten)
met gelijke behoeften of kenmerken.
,11. Vraag: Wat is het doel van een functioneringsgesprek?
Antwoord: Het bespreken van de prestaties, ontwikkeling en toekomstverwachtingen van een
medewerker.
12. Vraag: Noem drie veelvoorkomende beloningsvormen.
Antwoord: Vast salaris, provisie, en bonussen.
13. Vraag: Wat is employer branding?
Antwoord: Het opzettelijk en strategisch vormgeven van de reputatie van een organisatie als
een aantrekkelijke werkgever.
14. Vraag: Wat is het verschil tussen demotie en ontslag?
Antwoord: Demotie is het plaatsen van een medewerker in een lagere functie, ontslag is het
beëindigen van de arbeidsovereenkomst.
15. Vraag: Leg uit wat een 'Unique Selling Proposition' (USP) is.
Antwoord: Het unieke kenmerk of voordeel van een product/dienst dat het onderscheidt van
de concurrentie.
Deel 2: Organisatie & Omgeving (Organisatiestructuren & Omgeving)
16. Vraag: Wat is een organisatiestructuur?
Antwoord: De formele manier waarop taken, verantwoordelijkheden en communicatielijnen
binnen een organisatie zijn verdeeld en gecoördineerd.
17. Vraag: Noem de drie basisvormen van organisatiestructuren.
Antwoord: Lijnstructuur, lijn-staforganisatie en projectmatige organisatie.
18. Vraag: Wat is het belangrijkste kenmerk van een lijnstructuur?
Antwoord: Duidelijke, hiërarchische gezagslijnen; elke medewerker heeft één directe
leidinggevende.
19. Vraag: Wat is het verschil tussen centrale en decentrale besluitvorming?
Antwoord: Centraal: beslissingen worden aan de top genomen. Decentraal:
beslissingsbevoegdheid wordt lager in de organisatie gedelegeerd.
20. Vraag: Wat wordt bedoeld met de 'omgeving' van een organisatie?
Antwoord: Alle externe factoren die van invloed zijn op de organisatie, zoals concurrenten,
wetgeving en economie.
21. Vraag: Noem twee krachten uit het 'Vijfkrachtenmodel' van Porter.
Antwoord: Dreiging van nieuwe toetreders en onderhandelingskracht van afnemers.
, 22. Vraag: Wat is een stakeholdersanalyse?
Antwoord: Het in kaart brengen en beoordelen van de belangen en invloed van verschillende
belanghebbenden (stakeholders).
23. Vraag: Noem twee voordelen van een matrixorganisatie.
Antwoord: Betere samenwerking tussen afdelingen en flexibele inzet van specialistische kennis.
24. Vraag: Wat is een nadeel van een zeer formele organisatiestructuur?
Antwoord: Het kan traag en bureaucratisch zijn, met weinig ruimte voor innovatie en snelle
aanpassing.
25. Vraag: Wat is de rol van een 'staffunctionaris'?
Antwoord: Het adviseren en ondersteunen van de lijnmanagers, zonder directe
beslissingsbevoegdheid over de uitvoering.
26. Vraag: Wat is het primaire doel van een partnership of joint venture?
Antwoord: Het delen van kennis, middelen en risico's om een gezamenlijk doel te bereiken.
27. Vraag: Noem een macro-economische factor die van invloed kan zijn op een bedrijf.
Antwoord: Economische groei (of recessie).
28. Vraag: Wat is corporate governance?
Antwoord: Het systeem van richtlijnen, processen en wetten waarmee een bedrijf wordt
bestuurd en gecontroleerd.
29. Vraag: Wat is het verschil tussen een multidivisionele structuur en een holdingstructuur?
Antwoord: Bij een multidivisionele structuur heeft het hoofdkantoor veel controle over de
divisies; bij een holding heeft de moedermaatschappij vaak een meer afstandelijke, financiële
rol.
30. Vraag: Leg uit wat 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' (MVO) inhoudt.
Antwoord: Het vrijwillig integreren van sociale en milieubelangen in de bedrijfsvoering en in de
interactie met stakeholders.
Deel 3: Financiële Rekenkunde
31. Vraag: Een product kost €80 exclusief btw. Het btw-tarief is 21%. Bereken de prijs inclusief
btw.
Antwoord: €80 * 1.21 = €96,80.
32. Vraag: Een laptop kost €599 inclusief 21% btw. Bereken de prijs exclusief btw.
Antwoord: €.21 = €495,04.