Alkaanaminen = alkanen waar h-atoom is vervangen door de nh2 groep
Alkanen = alleen enkele bindingen – CnH2n+2
Alkenen = dubbele binding aanwezig – CnH2n
Alkynen = drievoudige binding – CnH2n-2
Cycloalkanen = ringstructuur – CnH2n
Paragraaf 2 – systematische naamgeving
Achtervoegsel = karakteristieke groep met de hoogste prioriteit geeft het
achtervoegsel aan de naam van een stof
Hst 8 – Ruimtelijke bouw van moleculen
Paragraaf 1 – lewisstructuren
Valentie-elektronen bepalen de covalentie, elektrovalentie en bouw van
molecule
De lewistheorie voorspelt de stabiliteit van een deeltje
In een lewisstructuur worden alle elektronen weergegeven
Elektronenparen = streepje of 2 puntjes, 1 elektron = puntje
Een deeltje is het stabielst
o Alle elektronen zijn gepaard
o Alle atomen aan de edelgasconfiguratie voldoen
o Zo min mogelijk formele ladingen in een deeltje aanwezig zijn
Elektronnegativiteit = mate waarin een atoom aan de omringende elektronen trekt
Formele lading = lading op het atoom, elektronen op atoom wijkt af van valentie-
elektronen
Grensstructuren = verschillende mogelijke lewisstructuren van deeltje die allebei
bestaan
Lewisstructuur = structuurformule met alle valentie elektronen ook niet in binding
Mesomerie = verschijnsel dat er meer lewisstructuren kunnen worden opgesteld
Oktetregel = alle atoomsoorten behalve H streven naar 8 elektronen buitenste schil
Radicaal = deeltje dat ongepaard elektron bevat
Paragraaf 2 – ruimtelijke bouw
De VSEPR- methode gaat uit van dat gelijke ladingen elkaar afstoten
Omringingsgetal is het aantal niet bindende en gebonden atomen optellen
o 2 = lineaire bouw = 180*
o 3 = trigonale bouw = 120*
o 4 = tetraëder = 109.5*
Dipoolmoleculen krijg je als partiele negatieve lading niet overeen komt met
partiele positieve lading
Het dipoolmoment bepaal je aan de hand van de ruimtelijke bouw en de
elektronnegativiteit van de atomen
Binding naar voren = dikke streep, naar achter = gestreepte streep
Dipool-dipoolbinding = aantrekkingskracht tussen dipoolmoleculen
Dipoolmolecuul = ene kant positieve lading andere kant negatieve lading
Omringinsgetal = voorspelt de ruimtelijke bouw
Polaire atoombinding = atoombinding waarin beide atomen aan de binding een
verschil in elektronnegativiteit hebben
Vsepr methode = afstoten daarom atomen zover mogelijk van elkaar
, Paragraaf 3 – Cis-Trans-Isomerie
Dezelfde structuurformule kan leiden tot andere ruimtelijke bouw
Voorwaarden voor cis-trans
o Er is een starre binding (dubbele binding of meer)
o Aan 2 kanten bevingen zich 2 verschillende atomen
Bij het tekenen moet je zoveel mogelijk de ruimtelijke bouw tekenen
o Dubbele binding, hoeken van 120*
o Ring, loodrecht op het vlak
Cis-trans isomeren hebben andere fysische, chemische en biologische
eigenschappen
Cis trans isomerie = vorm van stereoisomerie waarbij zijgroepen aan een starre
binding in 2 verschillende oriëntaties kunnen worden geplaatst
Stereoisomeren = stoffen met dezelfde structuurformule maar met een andere
ruimtelijke rangschikking van de atomen
Structuur isomeren = stoffen met dezelfde molecuulformule maar een andere
structuurformule
Paragraaf 4 – spiegelbeeldisomerie
Kan optreden als een atoom 4 verschillende groepen aan zich gebonden heeft
Een c-atoom met 4 verschillende groepen, een chiraal c-atoom geef je aan met
een sterretje *
Zoveel mogelijk de ruimtelijke bouw tekenen
Enantiomeren hebben dezelfde chemische eigenschappen maar reageren vaak
verschillend in biologische systemen
Het smelt- en koopunt van spiegelbeeldisomeren zijn exact gelijk
Spiegelbeeldisomeren vertonen optische activiteit. De ene enantiomeer draait
het licht naar rechts en de andere naar links
Assymetrisch c-atoom = vier verschillende groepen
Chiraal c-atoom = assymetrisch c-atoom
Enantiomeren = spiegelbeeldisomeren
Inwendig spiegelvlak = denkbeeldig vlak dat door een ruimtelijke structuur kan
worden getekend waarbij de ene helft van het molecuul gelijk is aan het spiegelbeeld
van de ander helft van het molecuul
Optische activiteit = vermogen om het trillingsvlak van gepolariseerd licht te
draaien
Racemisch mengsel = mengsel spiegelbeeldisomeren dat netto geen optische
activiteit heeft, omdat beide dezelfde concentratie hebben
Spiegelbeeldisomerie = vorm van stereo- isomerie waarbij een molecuul geen
inwendig spiegelvlak heeft, hierdoor bestaan 2 stereo isomeren van het molecuul die
niet identiek zijn, maar elkaars spiegelbeeld