In het Verenigd Koninkrijk was verkrachting binnen een huwelijk tot 1995 niet strafbaar. Van
oudsher baseerde men de straffeloosheid op de gedachte dat in het jawoord van de vrouw
ook toestemming tot gemeenschap besloten lag. Verkrachting was destijds in het Wetboek
van Sr opgenomen als wederrechtelijke seksuele aanranding waar de vrouw niet mee
instemt. Binnen een huwelijk is er volgens de voorgaande redenatie altijd instemming,
waardoor verkrachting niet mogelijk is. De Engelse Hoge Raad besloot echter in 1995 om
verkrachting binnen het huwelijk alsnog strafbaar te stellen. De rechtsvraag die hierbij
opbloeit is: Is deze veranderde toepassing van verkrachting in strijd met art. 7 EVRM (Lex
praevia)? Het EHRM oordeelde dat een schending van rechtszekerheid in dit geval niet te
voorkomen is. Als de rechter een strafbepaling nader invult zal er altijd sprake zijn van een
rechtsontwikkeling. Volgens het Hof volgde de beslissing van de Engelse rechter de lijn die
eerder in de rechtspraak was uitgelegd en waarbij de immuniteit van de echtgenoot
langzaam werd afgebroken. Het afschaffen van deze immuniteit was dan ook volgens het
Hof redelijk voorzienbaar, ook al had de wetgever tot die tijd de wet en de daarin opgenomen
immuniteit onveranderd gelaten.
HR Krulsla
De verdachte in deze zaak werd verweten dat hij zijn krulsla met een te hoog nitraatgehalte
volgens de Warenwetregeling Nitraatgehalte groenten op de markt heeft aangeboden en in
voorraad heeft. Sla mag tot 3500 mg/kg nitraat bevatten. De verdachte voert aan dat krulsla
echter qua structuur aanmerkelijk verschillend is, hierdoor is het logisch dat zijn krulsla meer
nitraat bevat dan het maximumgehalte van sla in de wet. Hij heeft dus in zijn optiek niet in
strijd met de wet gehandeld, want krulsla is zo verschillend van andere soorten sla, waardoor
men niet kan stellen dat krulsla onder ‘sla’ valt. Hij doet een beroep op art. 7 EVRM. De
Hoge Raad oordeelde in deze zaak dat krulsla in dit geval gewoon onder ‘sla’ valt. ‘De
wetgever moet soms met een zekere vaagheid delicten omschrijven om te voorkomen dat
gedragingen die strafwaardig zijn buiten het bereik van de DO vallen. Die vaagheid kan
onvermijdelijk zijn’ … ‘De omstandigheid dat in het toepasselijk voorschrift slechts de soort is
genoemd en geen subcategorieën zijn aangeduid brengt niet mee dat in een geval als het
onderhavige daaruit de slotsom mag worden getrokken dat subcategorieën niet aan de in het
voorschrift gestelde beperkingen zijn onderworpen.’
HR Muilkorf
In de gemeente Bergen op Zoom was het – conform de politieverordening – verboden om
honden die langer waren dan 65 cm zonder muilkorf te laten loslopen. Dit was bepaald in art.
214 lid 1 APV. In het tweede lid stond vermeld, dat als de politie op straat een hond aantrof
waarvan zij het vermoeden had dat deze langer was dan 65 cm, de hond op aanwijzing van
de politie naar het bureau moest worden gebracht om te worden opgemeten. De verdachte
verzuimde om zijn hond een muilkorf om te doen en weigerde de boete te betalen. De Hoge
Raad oordeelt dat een APV geen strafvorderlijke bepalingen mag bevatten, dit is vastgelegd
in art. 1 Sv. De Hoge Raad oordeelt dat lid twee niet verbindend wordt verklaard.
HR Verpleegster
Een verpleegster hield een flesje met de verkeerde vloeistof voor aan een andere
verpleegster, die de injectiespuit vulde. Vervolgens diende de chirurg de vloeistof aan de
patiënt toe. De patiënt kwam te overlijden. Aan de eerste verpleegster wordt dood door
schuld ten laste gelegd. De Hoge Raad oordeelde dat de verpleegster vooral uit den aard
van de werkzaamheden, de opleiding en het vertrouwen dat in haar moest worden gesteld te
, kort is geschoten voor wat betreft de op haar rustende plicht om de nodige oplettendheid te
betrachten. De HR introduceert hiermee de Garantenstellung: men mag meer verwachten
van mensen die zijn gespecialiseerd in hun vak.
HR Hoornse taart
Een inwoner van Hoorn heeft ruzie met de marktmeester aldaar. Hij besluit om vanaf
Amsterdam een taart met rattengif naar de marktmeester op te sturen in de hoop dat hij van
de taart zal eten en komt te overlijden. Op weg terug naar Hoorn komt de inwoner tot de
veronderstelling dat de marktmeester mogelijk helemaal niet van de taart zal eten. Hierbij
veronderstelt hij dat de vrouw van de marktmeester weliswaar gek is op taarten. De inwoners
vindt dat geen reden om zijn actie ongedaan te maken en vindt dat de moord op de vrouw
van de marktmeester hem ook genoeg voldoening zal geven. In dit arrest wordt het concept
van voorwaardelijke opzet geïntroduceerd. Het doel van de inwoners was oorspronkelijk niet
het vermoorden van de vrouw, maar hij stelt zich wel willens en wetens bloot aan de
aanmerkelijke kans dat de vrouw komt te overlijden. Hij aanvaard deze kans, waardoor er
sprake is van voorwaardelijke opzet. De man werd door de Hoge Raad veroordeeld voor
moord op de vrouw van de marktmeester.
HR Enkhuizer doodslag
Een man rijdt met de terreinwagen naar huis vanaf het café, waar hij naar eigen zeggen
veertig glazen bier had gedronken. Hij rijdt met zijn terreinwagen ruim 100 kilometer per uur
door de dorpsweggetjes van Sint-Michielsgestel. In deze straat rijdt hij met onverminderde
snelheid een groepje fietsers aan, waarna een van hen komt te overlijden. De vraag voor de
Hoge Raad is in dit geval of er sprake is van opzet, waardoor het misdrijf als doodslag wordt
gekwalificeerd. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag positief, omdat de verdachte zich
willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans op schadelijke gevolgen. De
verdachte besluit namelijk na een veel te hoog promillage alcohol in zijn bloed achter het
stuur te stappen en aanvaart daarmee de gevolgen van dien. Er is hier sprake van
voorwaardelijke opzet, waardoor de verdachte wordt veroordeeld wegens doodslag.
HR Porsche
Een man heeft na een avondje biertjes vatten besloten om met zijn Porsche naar huis te
rijden. Hij doet vier maal de poging om een voorligger in te halen via de linker
tegemoetkomende rijstrook. De eerste drie keer slaagt hij erin om net voor er een tegenligger
aankomt snel naar rechts op te schuiven. De vierde keer botst hij frontaal tegen een
tegemoetkomende auto. De bestuurder van de Porsche is de enige overlevende. De
rechtsvraag die hier opbloeit luidt als volgt: Is er hier sprake van opzet? Hiervoor is het
relevant om te achterhalen of de bestuurder de aanmerkelijke kans op schadelijke gevolgen
willens en wetens heeft aanvaard. De Hoge Raad oordeelt dat, doordat de bestuurder
telkens naar rechts probeerde op te schuiven bij tegemoetkomend verkeer, en dat de kans
op overlijden voor hemzelf ook aanzienlijk was, het niet aannemelijk is dat hij de kans op
schadelijke gevolgen willens en wetens op de koop heeft toegenomen. Opzet kan niet
bewezen worden.
HR Spookrijder
Een bestuurder heeft spookgereden op de vluchtstrook van de snelweg en daarbij
meermaals op het tegemoetkomend verkeer ingestuurd. In tegenstelling tot het Porsche
arrest, waarbij de verdachte telkens trachtte uit te wijken voor tegemoetkomend verkeer,
heeft de verdachte de aanmerkelijke kans op schade bewust op de koop toegenomen. Hij
wilde een botsing niet voorkomen om terug te sturen naar de vluchtstrook, maar besloot zelfs