Weblectures onderzoek Estella
De probleemanalyse van het onderzoek:
Onderzoeks cyclus:
Probleemanalyse > Onderzoeksontwerp> Dataverzameling> Data-analyse >
Rapportage.
(Het kan dat er aan het einde nog meer onderzoek nodig is)
Doel probleemanalyse:
Bereiken van afbakening van de doel- en vraagstelling.
Het probleem:
Het echte probleem zien te weten te krijgen.
Goed nadenken over wat de oorzaak van het probleem is.
Start probleemanalyse:
6-W formule
Typologie 1:
Interviewen:
Typologie van onderzoeksinterviews:
Saunders:
Mate van structuur en formeelheid
Mate van interactie
Mate van structuur en formeelheid:
Gestructureerde interviews:
Face to face enquetes.
Vragen zijn vooraf opgesteld inclusief de antwoorden.
Semi-gestructureerde interviews:
Er is wel een lijst met vragen en thema’s, maar er zijn geen vragen en
mogelijke antwoorden van te voren geformuleerd. Het gaat diep in op
het waarom van het onderwerp. Er wordt vaak verder doorgevraagd.
Handig om hier aantekeningen van te maken of het gesprek op te
nemen. De volgorde van de vragen kan je aanpassen tijdens het
interview. Werk zo snel mogelijk het interview uit.
Ongestructureerde interviews:
Diepte interviews
Er zijn van te voren geen vragen opgesteld, maar alleen thema’s. De
interviewer heeft veel vrijheid om zelf zijn vragen te stellen tijdens het
gesprek. Deze soort wordt vooral gebruikt als iemand nog weinig weet
, over het antwoord. Een nadeel kan zijn dat je aan het einde nog niet
antwoord hebt op de vragen die je eigenlijk nodig hebt.
Typologie 2:
Mate van interactie:
1 op 1 : Face to face of facetime gesprek
1 op velen: Focusgroep interviews. Je neemt een interview op met een
groepje. (Doelgroep) Je kunt zo goed de interactie tussen de
respondenten zien.
Triangulatie:
Kwalitatief en kwantitatief in 1 onderzoek.
Interview: Problemen met logistiek en middelen:
-Interviewen is tijdrovend
-Waar wil je gaan interviewen?
-Kies je voor openvragen of bewust voor gesloten vragen?
-Wat wil je precies vragen?
-Koppelen aan je deelvraag
-Volgorde van de vragen
-Werk de opname zo snel mogelijk uit
Interview: Problemen met de kwaliteit van de gegevens:
-Semi en (on)gestructureerde interviews:
Gebrek aan standaardisatie (Niet elke vraag wordt op de zelfde manier
aan verschillende mensen gevraagd.)
-Bias:
Interviewerbias: het gedrag van de interviewer. Je bent je eigen ideeen
aan het opdringen bij de respondent, je kan de antwoorden op
verschillende manier interpreteren.
Respondentenbias: Heeft te maken met het vertrouwen dat je
respondent heeft, durft hij echt alles te vertellen? Of antwoord hij sociaal
menselijk?
Beginzinnen:
De probleemanalyse van het onderzoek:
Onderzoeks cyclus:
Probleemanalyse > Onderzoeksontwerp> Dataverzameling> Data-analyse >
Rapportage.
(Het kan dat er aan het einde nog meer onderzoek nodig is)
Doel probleemanalyse:
Bereiken van afbakening van de doel- en vraagstelling.
Het probleem:
Het echte probleem zien te weten te krijgen.
Goed nadenken over wat de oorzaak van het probleem is.
Start probleemanalyse:
6-W formule
Typologie 1:
Interviewen:
Typologie van onderzoeksinterviews:
Saunders:
Mate van structuur en formeelheid
Mate van interactie
Mate van structuur en formeelheid:
Gestructureerde interviews:
Face to face enquetes.
Vragen zijn vooraf opgesteld inclusief de antwoorden.
Semi-gestructureerde interviews:
Er is wel een lijst met vragen en thema’s, maar er zijn geen vragen en
mogelijke antwoorden van te voren geformuleerd. Het gaat diep in op
het waarom van het onderwerp. Er wordt vaak verder doorgevraagd.
Handig om hier aantekeningen van te maken of het gesprek op te
nemen. De volgorde van de vragen kan je aanpassen tijdens het
interview. Werk zo snel mogelijk het interview uit.
Ongestructureerde interviews:
Diepte interviews
Er zijn van te voren geen vragen opgesteld, maar alleen thema’s. De
interviewer heeft veel vrijheid om zelf zijn vragen te stellen tijdens het
gesprek. Deze soort wordt vooral gebruikt als iemand nog weinig weet
, over het antwoord. Een nadeel kan zijn dat je aan het einde nog niet
antwoord hebt op de vragen die je eigenlijk nodig hebt.
Typologie 2:
Mate van interactie:
1 op 1 : Face to face of facetime gesprek
1 op velen: Focusgroep interviews. Je neemt een interview op met een
groepje. (Doelgroep) Je kunt zo goed de interactie tussen de
respondenten zien.
Triangulatie:
Kwalitatief en kwantitatief in 1 onderzoek.
Interview: Problemen met logistiek en middelen:
-Interviewen is tijdrovend
-Waar wil je gaan interviewen?
-Kies je voor openvragen of bewust voor gesloten vragen?
-Wat wil je precies vragen?
-Koppelen aan je deelvraag
-Volgorde van de vragen
-Werk de opname zo snel mogelijk uit
Interview: Problemen met de kwaliteit van de gegevens:
-Semi en (on)gestructureerde interviews:
Gebrek aan standaardisatie (Niet elke vraag wordt op de zelfde manier
aan verschillende mensen gevraagd.)
-Bias:
Interviewerbias: het gedrag van de interviewer. Je bent je eigen ideeen
aan het opdringen bij de respondent, je kan de antwoorden op
verschillende manier interpreteren.
Respondentenbias: Heeft te maken met het vertrouwen dat je
respondent heeft, durft hij echt alles te vertellen? Of antwoord hij sociaal
menselijk?
Beginzinnen: