K | WG9 | KEA: Beslisbomen & Kosteneffectiviteit berekenen
Casus 4: Valpreventie bij Ouderen “digitale monitoring”
Oudere mensen die zelfstandig wonen, lopen een hoog risico op vallen. Valincidenten
kunnen leiden tot ernstig letsel, ziekenhuisopnames en verlies van zelfstandigheid. In
casus 2 van werkgroep 7 hebben jullie eerder gekeken naar het STAP-programma, dat
valpreventie aanbiedt via fysiotherapie aan huis en woningaanpassingen. Dit werd
vergeleken met standaardzorg zonder actief valpreventieprogramma.
De gemeente Amsterdam heeft STAP nog niet geïmplementeerd, maar heeft
inmiddels ook gehoord over een nieuwe strategie: digitale monitoring. Bij deze
aanpak worden sensoren in huis geplaatst die beweging en valdetectie registreren.
Wanneer een val wordt waargenomen, ontvangt een zorgverlener direct een melding,
waardoor sneller kan worden ingegrepen. Het idee is dat snelle opvolging de kans op
ernstige gevolgen vermindert en ziekenhuisopnames na een val kan voorkomen. Deze
aanpak combineert technologie met continue monitoring, maar brengt ook hogere
structurele kosten met zich mee.
De gemeente Amsterdam overweegt nu om zowel STAP als digitale monitoring te
vergelijken met de standaardzorg zonder actief valpreventiebeleid – én met elkaar.
Hieronder vind je aanvullende gegevens over digitale monitoring. Alle overige
waarden kun je overnemen uit casus 2 van werkgroep 7, waaronder de QALY bij een
ziekenhuisopname van 0,65.
Aanvullende parameters “digitale monitoring”
Parameter Waarde
Jaarlijkse kans op valincident 35%
Kans op ziekenhuisopname bij val 15%
Kosten ziekenhuisopname per val €8.000
Kosten interventie per patiënt/jaar €800
QALY per jaar 0,82
Ga bij deze gehele casus uit van een kosteneffectiviteit drempelwaarde van €20.000 per
QALY.
,Opdrachtvragen:
1. Geef de PICOs voor deze vergelijking.
P= zelfstandigwonende oudere verhoogd val risico
I= digitale monitoring, sensoren in huis geplaatst die beweging en valdetectie
registreren. Wanneer een val wordt waargenomen, ontvangt een zorgverlener direct
een melding,
C= geen digitale monitoring
O= valpreventie , kosten
2. Breid de beslisboom uit van casus 2 van werkgroep 7.
3. Bereken de totale kosten per patiënt per jaar.
4. Bereken de totale QALY’s per patiënt per jaar
, 5. Bereken de IKERs voor de PICO’s die je bij vraag 1 hebt opgesteld.
6. Wat zou jij adviseren aan de gemeente Amsterdam?
• Op het eerste gezicht zle je dat bij STAP de kans op een val met 10 procentpunt afneemt ten opzichte van
standaardzorg (35% → 25%) Bij digitale monitoring daalt het valrisico niet, maar neemt juist de kans op
ziekenhuisopname bij een val af (25% → 15%)
• Kijk je naar de kans op ziekenhuisopname per persoon per jaar, dan daalt die in beide interventies ten
opzichte van standaardzorg: Standaardzorg: 8,75%, STAP: 6,25%, Digitale monitoring: 5,25%
• Qua kosteneffectiviteit zljn beide interventies kosteneffectief circa €10.000 per gewonnen QALY voor
STAP en C13.000 per gewonnen QALY voor digitale monitoring. Beide gaan gepaard met hogere kosten, maar
leveren ook meer QALY's op dan standaardzorg.
Vergelijk je de interventies onderling, dan heeft STAP lagere kosten en lagere QALY-winst, terwijl digitale
monitoring hogere kosten én hogere QALY-winst heeft. Wat leidt tot een IKER van ongeveer €16.000 per
gewonnen QALY wanneer je de ene met de ander vergelijkt en vice versa.
Advies hangt af wat je belangrijk vindt:
Wil je maximale qualy winst en minder ziekenhuisopnames, en er is budget? → kies
digitale monitoring
Is kosteneffectiviteit per ero leidend → kies STAP
Een grote groep verzorgingstehuizen in Zuid-Holland is ook geïnteresseerd in STAP
en digitale monitoring, maar zij kijken niet naar ziekenhuisopnames of QALY's. Zij zijn
juist benieuwd naar natuurlijke of klinische uitkomstmaten die relevant zijn voor hun
bewoners.
7. Welke natuurlijke of klinische uitkomstmaten zouden voor
verzorgingstehuizen interessant kunnen zijn om te bepalen of STAP of
digitale monitoring zinvol is?
Voorbeelden:
• Vallen met letsel en/ of zwaar letsel: Als bewoners na een val letsel (bijv. kneuzingen, wonden) of zwaar
letsel (heupfractuur, hoofdletsell) oplopen, is extra medische zorg, observatie en revalidatie nodig, wat de
personeelsinzet en kosten verhoogt.
• Complicaties na val: Als na een val complicaties optreden (bijv. delier, pneumonie, decubitus, infecties),
neemt de zorgzwaarte toe en is meer behandeling, monitoring en ondersteuning nodig, wat extra personele inzet
en middelen vergt.
Hulpbehoeften in dagelijkse handelingen: Als bewoners na een val meer hulp nodig hebben bij ADL/IADL (bijv.
wassen, aankleden, transfers), is er extra personeelsinzet nodig en nemen tijdsdruk en kosten toe.
8. Hoe zou je deze uitkomstmaten kunnen meten? Beschrijf hoe je deze data
zou verzamelen en hoe je deze kunt inzetten in een kosten-
effectiviteitsanalyse.
Voorbeelden:
• Retrospectief dossieronderzoek: Achteraf EPD/incidentenregistraties doorzoeken om aantallen vallen,
(ernstig) letsel, complicaties en zorggebruik in kaart te brengen. Te gebruiken voor baseline/trends.
• Prospectief observatieonderzoek: Vooruit monitoren met gestandaardiseerde registraties (door personeel)
en/of sensorlogdata om vallen, responstijd, time on floor en functionele tests vast te leggen. Te gebruiken om
interventie-effect direct te meten.
, Vragenlijsten (PROMs & PREMs): Periodiek afnemen van vragenlijsten voor bijvoorbeeld valangst,
zelfredzaamheid en evt. kwaliteit van leven. Te gebruiken voor welzijn/functionaliteit berekeningen.
Casus 5: DigiPreg bij zwangerschapsdiabetes
Het Moeder- en Kindcentrum van het Spinoza MC onderzoekt DigiPreg, een
gedeeltelijke gedigitaliseerde zorgpad, geschikt is om in te zetten bij zwangere
vrouwen met zwangerschapsdiabetes. Deze groep vraagt doorgaans om intensieve
begeleiding en extra consulten ten opzichte van reguliere zwangerschappen. DigiPreg
zou de vrouwen meer flexibiliteit bieden en een deel van de reis naar het ziekenhuis,
dat in een druk stadscentrum ligt, vermijden.
Wat biedt DigiPreg?
- Korte digitale consulten met verloskundigen
- Inzicht in zelfmetingen (bloedglucose, gewicht)
- Vroegtijdige signalering
- Betere voorbereiding op fysieke afspraken
De centrale vraag van het Moeder- en Kindcentrum is:
Levert DigiPreg voldoende gezondheidswinst en/of kostenbesparing op per
zwangerschap om de investering te rechtvaardigen, vergeleken met de huidige
standaardzorg waarbij intensieve fysieke consulten en multidisciplinaire overleggen de
norm zijn?
Inputgegevens per zwangerschap
Consult structuur
Kostengegevens
Standaardzorg DigiPreg
10 digitale con
Consulten 14 fysieke consulten
consulten
60 min observa
Observatietijd n.v.t.
observatie arts
Multidisciplinair overleg 3 overleggen 3 overleggen
- Fysiek consult: €180 60 min observatie verloskundige + 30 min observatie
10 digitale consulten (45 min elk) + 2 fysieke consulten
arts
- Digitaal consult: €135
Casus 4: Valpreventie bij Ouderen “digitale monitoring”
Oudere mensen die zelfstandig wonen, lopen een hoog risico op vallen. Valincidenten
kunnen leiden tot ernstig letsel, ziekenhuisopnames en verlies van zelfstandigheid. In
casus 2 van werkgroep 7 hebben jullie eerder gekeken naar het STAP-programma, dat
valpreventie aanbiedt via fysiotherapie aan huis en woningaanpassingen. Dit werd
vergeleken met standaardzorg zonder actief valpreventieprogramma.
De gemeente Amsterdam heeft STAP nog niet geïmplementeerd, maar heeft
inmiddels ook gehoord over een nieuwe strategie: digitale monitoring. Bij deze
aanpak worden sensoren in huis geplaatst die beweging en valdetectie registreren.
Wanneer een val wordt waargenomen, ontvangt een zorgverlener direct een melding,
waardoor sneller kan worden ingegrepen. Het idee is dat snelle opvolging de kans op
ernstige gevolgen vermindert en ziekenhuisopnames na een val kan voorkomen. Deze
aanpak combineert technologie met continue monitoring, maar brengt ook hogere
structurele kosten met zich mee.
De gemeente Amsterdam overweegt nu om zowel STAP als digitale monitoring te
vergelijken met de standaardzorg zonder actief valpreventiebeleid – én met elkaar.
Hieronder vind je aanvullende gegevens over digitale monitoring. Alle overige
waarden kun je overnemen uit casus 2 van werkgroep 7, waaronder de QALY bij een
ziekenhuisopname van 0,65.
Aanvullende parameters “digitale monitoring”
Parameter Waarde
Jaarlijkse kans op valincident 35%
Kans op ziekenhuisopname bij val 15%
Kosten ziekenhuisopname per val €8.000
Kosten interventie per patiënt/jaar €800
QALY per jaar 0,82
Ga bij deze gehele casus uit van een kosteneffectiviteit drempelwaarde van €20.000 per
QALY.
,Opdrachtvragen:
1. Geef de PICOs voor deze vergelijking.
P= zelfstandigwonende oudere verhoogd val risico
I= digitale monitoring, sensoren in huis geplaatst die beweging en valdetectie
registreren. Wanneer een val wordt waargenomen, ontvangt een zorgverlener direct
een melding,
C= geen digitale monitoring
O= valpreventie , kosten
2. Breid de beslisboom uit van casus 2 van werkgroep 7.
3. Bereken de totale kosten per patiënt per jaar.
4. Bereken de totale QALY’s per patiënt per jaar
, 5. Bereken de IKERs voor de PICO’s die je bij vraag 1 hebt opgesteld.
6. Wat zou jij adviseren aan de gemeente Amsterdam?
• Op het eerste gezicht zle je dat bij STAP de kans op een val met 10 procentpunt afneemt ten opzichte van
standaardzorg (35% → 25%) Bij digitale monitoring daalt het valrisico niet, maar neemt juist de kans op
ziekenhuisopname bij een val af (25% → 15%)
• Kijk je naar de kans op ziekenhuisopname per persoon per jaar, dan daalt die in beide interventies ten
opzichte van standaardzorg: Standaardzorg: 8,75%, STAP: 6,25%, Digitale monitoring: 5,25%
• Qua kosteneffectiviteit zljn beide interventies kosteneffectief circa €10.000 per gewonnen QALY voor
STAP en C13.000 per gewonnen QALY voor digitale monitoring. Beide gaan gepaard met hogere kosten, maar
leveren ook meer QALY's op dan standaardzorg.
Vergelijk je de interventies onderling, dan heeft STAP lagere kosten en lagere QALY-winst, terwijl digitale
monitoring hogere kosten én hogere QALY-winst heeft. Wat leidt tot een IKER van ongeveer €16.000 per
gewonnen QALY wanneer je de ene met de ander vergelijkt en vice versa.
Advies hangt af wat je belangrijk vindt:
Wil je maximale qualy winst en minder ziekenhuisopnames, en er is budget? → kies
digitale monitoring
Is kosteneffectiviteit per ero leidend → kies STAP
Een grote groep verzorgingstehuizen in Zuid-Holland is ook geïnteresseerd in STAP
en digitale monitoring, maar zij kijken niet naar ziekenhuisopnames of QALY's. Zij zijn
juist benieuwd naar natuurlijke of klinische uitkomstmaten die relevant zijn voor hun
bewoners.
7. Welke natuurlijke of klinische uitkomstmaten zouden voor
verzorgingstehuizen interessant kunnen zijn om te bepalen of STAP of
digitale monitoring zinvol is?
Voorbeelden:
• Vallen met letsel en/ of zwaar letsel: Als bewoners na een val letsel (bijv. kneuzingen, wonden) of zwaar
letsel (heupfractuur, hoofdletsell) oplopen, is extra medische zorg, observatie en revalidatie nodig, wat de
personeelsinzet en kosten verhoogt.
• Complicaties na val: Als na een val complicaties optreden (bijv. delier, pneumonie, decubitus, infecties),
neemt de zorgzwaarte toe en is meer behandeling, monitoring en ondersteuning nodig, wat extra personele inzet
en middelen vergt.
Hulpbehoeften in dagelijkse handelingen: Als bewoners na een val meer hulp nodig hebben bij ADL/IADL (bijv.
wassen, aankleden, transfers), is er extra personeelsinzet nodig en nemen tijdsdruk en kosten toe.
8. Hoe zou je deze uitkomstmaten kunnen meten? Beschrijf hoe je deze data
zou verzamelen en hoe je deze kunt inzetten in een kosten-
effectiviteitsanalyse.
Voorbeelden:
• Retrospectief dossieronderzoek: Achteraf EPD/incidentenregistraties doorzoeken om aantallen vallen,
(ernstig) letsel, complicaties en zorggebruik in kaart te brengen. Te gebruiken voor baseline/trends.
• Prospectief observatieonderzoek: Vooruit monitoren met gestandaardiseerde registraties (door personeel)
en/of sensorlogdata om vallen, responstijd, time on floor en functionele tests vast te leggen. Te gebruiken om
interventie-effect direct te meten.
, Vragenlijsten (PROMs & PREMs): Periodiek afnemen van vragenlijsten voor bijvoorbeeld valangst,
zelfredzaamheid en evt. kwaliteit van leven. Te gebruiken voor welzijn/functionaliteit berekeningen.
Casus 5: DigiPreg bij zwangerschapsdiabetes
Het Moeder- en Kindcentrum van het Spinoza MC onderzoekt DigiPreg, een
gedeeltelijke gedigitaliseerde zorgpad, geschikt is om in te zetten bij zwangere
vrouwen met zwangerschapsdiabetes. Deze groep vraagt doorgaans om intensieve
begeleiding en extra consulten ten opzichte van reguliere zwangerschappen. DigiPreg
zou de vrouwen meer flexibiliteit bieden en een deel van de reis naar het ziekenhuis,
dat in een druk stadscentrum ligt, vermijden.
Wat biedt DigiPreg?
- Korte digitale consulten met verloskundigen
- Inzicht in zelfmetingen (bloedglucose, gewicht)
- Vroegtijdige signalering
- Betere voorbereiding op fysieke afspraken
De centrale vraag van het Moeder- en Kindcentrum is:
Levert DigiPreg voldoende gezondheidswinst en/of kostenbesparing op per
zwangerschap om de investering te rechtvaardigen, vergeleken met de huidige
standaardzorg waarbij intensieve fysieke consulten en multidisciplinaire overleggen de
norm zijn?
Inputgegevens per zwangerschap
Consult structuur
Kostengegevens
Standaardzorg DigiPreg
10 digitale con
Consulten 14 fysieke consulten
consulten
60 min observa
Observatietijd n.v.t.
observatie arts
Multidisciplinair overleg 3 overleggen 3 overleggen
- Fysiek consult: €180 60 min observatie verloskundige + 30 min observatie
10 digitale consulten (45 min elk) + 2 fysieke consulten
arts
- Digitaal consult: €135