H6: Gelijkheden
6.1 Het verbod van discriminatie o.g.v. nationaliteit
6.1.1 T.a.v. andere personen dan werknemers
Het EU-recht kent geen algemene gelijkheidsbepaling zoals art. 1 Gw, maar wel een algemeen
verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit dat bepaald is in art. 18 VWEU.
Art. 18 VWEU (het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit) wordt in aantal VWEU-artikelen nader
uitgewerkt, zoals:
Art. 45 VWEU: Het verbod van de beperking van het vrije verkeer van vestiging
Art. 56 VWEU: Het verbod van de beperking van het vrije verkeer van diensten
Het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit heef directe werking en verplicht nationale
regelgevers (dus EU-lidstaten):
om bestaande discriminerende regels af te schaffen en;
geen nieuwe discriminerende regels in te voeren.
EU-lidstaten mogen wel regels maken, maar niet uitsluitend voorbehouden aan eigen EU-
onderdanen (dus geen onderscheid maken tussen eigen onderdanen en de andere EU-onderdanen).
Voorbeeld:
België mocht de advocatuur niet voorbehouden aan haar Belgische onderdanen.
NL mocht niet eisen dat een assurantietussenpersoon in NL gevestigd moest zijn; dit is in
strijd met art. 56 VWEU.
6.1.2 T.a.v. werknemers
Het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit is vooral van betekenis voor EU-werknemers.
Art. 45 lid 2 VWEU = ‘’Het vrije verkeer van werknemers’’ houdt in de afschaffing van elke vorm
van discriminatie o.g.v. nationaliteit tussen werknemers van de eigen EU-lidstaat en andere EU-
lidstaten op het gebied van: werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden.
M.a.w.: Een werkgever mag dus niet een systeem hanteren waarbij met EU-werknemers van andere
EU-lidstaten andere arbeidscontracten worden gesloten dan met de nationale EU-werknemers.
Voorbeeld:
Spotti-arrest: Duitsland mocht EU-werknemers van andere EU-lidstaten geen slechter
arbeidscontract (tijdelijk contract voor 5 jaar) aanbieden dan Duitse docenten (contract voor
onbepaalde tijd.
Pokrzeptowicz-arrest: De lijn van het Spotti-arrest werd in dit arrest voortgezet, niet o.b.v. art. 45
VWEU (het vrije verkeer van werknemers) maar o.b.v. de Associatieovereenkomst Gemeenschap-
Polen. Deze overeenkomst bevatte een anti-discriminatiebepaling die volgens het HvJ EU in de zin
van art. 45 VWEU moest worden uitgelegd.
Art. 45 lid 4 VWEU = Dit betreft een uitzondering op het vrije verkeer van werknemers, namelijk:
het beperkingsverbod op het vrije verkeer van werknemers geldt niet op betrekkingen in
overheidsdiensten.
Collegio Officiales de la Marina Mercante Espanola-arrest: Het HvJ EU legt art. 45 lid 4 VWEU
restrictief uit. Slechts functies waarin daadwerkelijk openbaar gezag wordt uitgeoefend (zoals
politie, leger en diplomatie) mogen beperkt wordt tot eigen EU-onderdanen. Functies met weinig
openbaar gezag (zoals openbaar onderwijs) vallen niet onder de uitzondering van art. 45 lid 4
VWEU.
Pag. 1 van 9
, Het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit van EU-werknemers (art. 45 lid 2 VWEU) is nader
uitgewerkt in Verordening 1612/68.
Art. 7 lid 2 Verordening 1612/68 = EU-lidstaten zijn verplicht om EU-werknemers uit andere EU-
lidstaten dezelfde sociale en fiscale voordelen te geven als de eigen nationale EU-werknemers.
Met ‘’sociale voordelen’’ wordt bedoeld alle voordelen welke in het algemeen aan nationale EU-
werknemers worden toegekend o.g.v. hun hoedanigheid van werknemer waarvan de uitbreiding tot
werknemers die onderdanen zijn van andere EU-lidstaten geschikt is om hun mobiliteit binnen de
EU-lidstaat te vergroten.
Voorbeelden van ‘’sociale voordelen’’
Kortingskaarten voor de spoorwegen;
Toestemming voor de ongehuwde partner om bij de EU-werknemer van de andere EU-
lidstaat te wonen (Ann Florence Reed-arrest).
Voorbeeld:
Carpenter-arrest: In deze zaak werd toegang tot NL voor een niet-EU echtgenoot (Filipijnse vrouw
die gehuwd was met een EU-burger van VK) mede gebaseerd op:
Het beperkingsverbod van het vrije verkeer van EU-werknemers (art. 45 lid 2 VWEU) en;
Het recht op gezinsleven (art. 8 EVRM).
Dit betreft dus ook een vorm van ‘’sociaal voordeel’’ als bedoeld in art. 7 lid 2 Verordening 1612/68
wat art. 45 lid 2 VWEU nader aanvult.
Pag. 2 van 9
6.1 Het verbod van discriminatie o.g.v. nationaliteit
6.1.1 T.a.v. andere personen dan werknemers
Het EU-recht kent geen algemene gelijkheidsbepaling zoals art. 1 Gw, maar wel een algemeen
verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit dat bepaald is in art. 18 VWEU.
Art. 18 VWEU (het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit) wordt in aantal VWEU-artikelen nader
uitgewerkt, zoals:
Art. 45 VWEU: Het verbod van de beperking van het vrije verkeer van vestiging
Art. 56 VWEU: Het verbod van de beperking van het vrije verkeer van diensten
Het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit heef directe werking en verplicht nationale
regelgevers (dus EU-lidstaten):
om bestaande discriminerende regels af te schaffen en;
geen nieuwe discriminerende regels in te voeren.
EU-lidstaten mogen wel regels maken, maar niet uitsluitend voorbehouden aan eigen EU-
onderdanen (dus geen onderscheid maken tussen eigen onderdanen en de andere EU-onderdanen).
Voorbeeld:
België mocht de advocatuur niet voorbehouden aan haar Belgische onderdanen.
NL mocht niet eisen dat een assurantietussenpersoon in NL gevestigd moest zijn; dit is in
strijd met art. 56 VWEU.
6.1.2 T.a.v. werknemers
Het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit is vooral van betekenis voor EU-werknemers.
Art. 45 lid 2 VWEU = ‘’Het vrije verkeer van werknemers’’ houdt in de afschaffing van elke vorm
van discriminatie o.g.v. nationaliteit tussen werknemers van de eigen EU-lidstaat en andere EU-
lidstaten op het gebied van: werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden.
M.a.w.: Een werkgever mag dus niet een systeem hanteren waarbij met EU-werknemers van andere
EU-lidstaten andere arbeidscontracten worden gesloten dan met de nationale EU-werknemers.
Voorbeeld:
Spotti-arrest: Duitsland mocht EU-werknemers van andere EU-lidstaten geen slechter
arbeidscontract (tijdelijk contract voor 5 jaar) aanbieden dan Duitse docenten (contract voor
onbepaalde tijd.
Pokrzeptowicz-arrest: De lijn van het Spotti-arrest werd in dit arrest voortgezet, niet o.b.v. art. 45
VWEU (het vrije verkeer van werknemers) maar o.b.v. de Associatieovereenkomst Gemeenschap-
Polen. Deze overeenkomst bevatte een anti-discriminatiebepaling die volgens het HvJ EU in de zin
van art. 45 VWEU moest worden uitgelegd.
Art. 45 lid 4 VWEU = Dit betreft een uitzondering op het vrije verkeer van werknemers, namelijk:
het beperkingsverbod op het vrije verkeer van werknemers geldt niet op betrekkingen in
overheidsdiensten.
Collegio Officiales de la Marina Mercante Espanola-arrest: Het HvJ EU legt art. 45 lid 4 VWEU
restrictief uit. Slechts functies waarin daadwerkelijk openbaar gezag wordt uitgeoefend (zoals
politie, leger en diplomatie) mogen beperkt wordt tot eigen EU-onderdanen. Functies met weinig
openbaar gezag (zoals openbaar onderwijs) vallen niet onder de uitzondering van art. 45 lid 4
VWEU.
Pag. 1 van 9
, Het verbod op discriminatie o.g.v. nationaliteit van EU-werknemers (art. 45 lid 2 VWEU) is nader
uitgewerkt in Verordening 1612/68.
Art. 7 lid 2 Verordening 1612/68 = EU-lidstaten zijn verplicht om EU-werknemers uit andere EU-
lidstaten dezelfde sociale en fiscale voordelen te geven als de eigen nationale EU-werknemers.
Met ‘’sociale voordelen’’ wordt bedoeld alle voordelen welke in het algemeen aan nationale EU-
werknemers worden toegekend o.g.v. hun hoedanigheid van werknemer waarvan de uitbreiding tot
werknemers die onderdanen zijn van andere EU-lidstaten geschikt is om hun mobiliteit binnen de
EU-lidstaat te vergroten.
Voorbeelden van ‘’sociale voordelen’’
Kortingskaarten voor de spoorwegen;
Toestemming voor de ongehuwde partner om bij de EU-werknemer van de andere EU-
lidstaat te wonen (Ann Florence Reed-arrest).
Voorbeeld:
Carpenter-arrest: In deze zaak werd toegang tot NL voor een niet-EU echtgenoot (Filipijnse vrouw
die gehuwd was met een EU-burger van VK) mede gebaseerd op:
Het beperkingsverbod van het vrije verkeer van EU-werknemers (art. 45 lid 2 VWEU) en;
Het recht op gezinsleven (art. 8 EVRM).
Dit betreft dus ook een vorm van ‘’sociaal voordeel’’ als bedoeld in art. 7 lid 2 Verordening 1612/68
wat art. 45 lid 2 VWEU nader aanvult.
Pag. 2 van 9