H8: Gedeelde bestuursverantwoordelijkheid: verplichtingen van nationale
bestuursorganen
Terugblik:
H7 De verplichtingen die op EU-lidstaten rusten bij de uitvoering en handhaving van het EU-
recht.
Dit hoofdstuk (H8):
De wijze hoe NLse bestuursorganen of nationale autoriteiten vormgeven aan de
verplichtingen tot uitvoering en handhaving van het EU-recht; ofwel de bestuurstaak die het
EU-recht meebrengt.
Specifieke onderwerpen gerelateerd aan de bestuurstaak, zoals:
o Financiële verplichtingen van de centrale overheid
o Het verbod van nationale steunmaatregelen (ofwel staatssteunverboden)
o Aanbestedingsregels en structuurfondsen
De bespreking blijft beperkt tot uitvoering van het EU-recht in NL op hoofdlijnen.
Aan wie worden uitvoeringstaken (ofwel bestuurstaken) en bevoegdheden opgedragen?
Welke EU-regels gelden er?
Tot welke algemene constitutionele vragen geeft dat aanleiding?
Dit hoofdstuk bespreekt niet gedetailleerd de vraag of en op welke wijze de EU-uitvoerings- of -
bestuurstaken worden beheerst door het nationale bestuursrecht of welk Europees bestuursrecht
relevant is – dit betreft namelijk een apart leerstuk dat in aparte handboeken wordt behandeld.
Pag. 1 van 20
,8.1 De uitvoering van EU-bepalingen vergeleken met de uitvoering van Nederlandse
wetgeving
De uitvoering van nationale wetgeving is doorgaans de verantwoordelijkheid van:
de regering – bij koninklijk besluit op voordracht van en onder verantwoordelijkheid van een
minister;
individuele ministers;
colleges met eigen wettelijke bevoegdheden (bijv. het College voor de beoordeling van
geneesmiddelen);
ambtenaren met eigen wettelijke bevoegdheden (bijv. inspecteurs der rijksbelastingen).
decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) – zoals bepalingen uit de
Woningwet en Wet ruimtelijke ordening.
Art. 1:1 lid 1 Awb = De uitvoering van nationale wetgeving geschiedt via besluiten van
bestuursorganen – op enkele uitzonderingen na.
8.1.1 Verantwoordelijkheid voor bestuursbesluiten
In NL worden bestuursbevoegdheden en -taken altijd o.g.v. een wettelijk voorschrift toegekend of
opgedragen. Soms gebeurt dat aan een nationaal lichaam of orgaan dat weer uit verschillende
organen bestaat; wie is dan precies bevoegd en verantwoordelijk voor een genomen besluiten?
Welk bestuursorgaan verantwoordelijkheid is voor besluiten blijkt in NL uit de ondertekening:
Voorbeeld:
De regeringsbesluiten worden door de koning(in) en de verantwoordelijke ministers of
staatssecretarissen ondertekend.
Ministeriele besluiten worden door de minister zelf of krachtens mandaat door ambtenaren
ondertekend.
Art. 297 VWEU =
Lid 1: EU-wetgevingshandelingen worden ondertekend door de voorzitters van het Europees
Parlement en de Raad van Ministers.
Lid 2: Niet-EU-wetgevingshandelingen, indien vastgesteld in de vorm van gedelegeerde
richtlijnen of verordeningen, worden ondertekend door de voorzitter van de instelling die ze
vaststelt.
Art. 250 VWEU = Voor overige niet-EU-wetgevingsbesluiten (zoals bestuursbesluiten) ontbreken
bepalingen.
Dit artikel bepaalt slechts dat besluiten van de Europese Commissie worden genomen bij
meerderheid van stemmen.
De Europese Commissie is collegiaal verantwoordelijk voor de uitoefening van bestuurstaken en -
bevoegdheden.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen:
Originaire bestuurstaak
= De uitoefening van bevoegdheden die in het Verdrag aan de Europese Commissie zijn
toegekend.
Afgeleide bestuurstaak
= De uitvoeringsbevoegdheden voor de uitvoering van de door de Raad vastgestelde
bepalingen.
In NL wordt een bevoegdheid tot het nemen van besluiten nooit toegekend aan de gehele
ministerraad, maar aan afzonderlijke ministers.
Art. 250 VWEU = In de EU bestaat geen afzonderlijke commissaris (behalve voor de
buitenlandcoördinator); de besluiten van de Europese Commissie worden collegiaal genomen bij
meerderheid van stemmen van haar leden, mits het bepaalde aantal leden aanwezig is.
Akizo-arrest: De Europese Commissie mag in beperkte mate één van haar leden machtigen om
bepaalde besluiten in haar naam te nemen.
Pag. 2 van 20
, Pag. 3 van 20
bestuursorganen
Terugblik:
H7 De verplichtingen die op EU-lidstaten rusten bij de uitvoering en handhaving van het EU-
recht.
Dit hoofdstuk (H8):
De wijze hoe NLse bestuursorganen of nationale autoriteiten vormgeven aan de
verplichtingen tot uitvoering en handhaving van het EU-recht; ofwel de bestuurstaak die het
EU-recht meebrengt.
Specifieke onderwerpen gerelateerd aan de bestuurstaak, zoals:
o Financiële verplichtingen van de centrale overheid
o Het verbod van nationale steunmaatregelen (ofwel staatssteunverboden)
o Aanbestedingsregels en structuurfondsen
De bespreking blijft beperkt tot uitvoering van het EU-recht in NL op hoofdlijnen.
Aan wie worden uitvoeringstaken (ofwel bestuurstaken) en bevoegdheden opgedragen?
Welke EU-regels gelden er?
Tot welke algemene constitutionele vragen geeft dat aanleiding?
Dit hoofdstuk bespreekt niet gedetailleerd de vraag of en op welke wijze de EU-uitvoerings- of -
bestuurstaken worden beheerst door het nationale bestuursrecht of welk Europees bestuursrecht
relevant is – dit betreft namelijk een apart leerstuk dat in aparte handboeken wordt behandeld.
Pag. 1 van 20
,8.1 De uitvoering van EU-bepalingen vergeleken met de uitvoering van Nederlandse
wetgeving
De uitvoering van nationale wetgeving is doorgaans de verantwoordelijkheid van:
de regering – bij koninklijk besluit op voordracht van en onder verantwoordelijkheid van een
minister;
individuele ministers;
colleges met eigen wettelijke bevoegdheden (bijv. het College voor de beoordeling van
geneesmiddelen);
ambtenaren met eigen wettelijke bevoegdheden (bijv. inspecteurs der rijksbelastingen).
decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) – zoals bepalingen uit de
Woningwet en Wet ruimtelijke ordening.
Art. 1:1 lid 1 Awb = De uitvoering van nationale wetgeving geschiedt via besluiten van
bestuursorganen – op enkele uitzonderingen na.
8.1.1 Verantwoordelijkheid voor bestuursbesluiten
In NL worden bestuursbevoegdheden en -taken altijd o.g.v. een wettelijk voorschrift toegekend of
opgedragen. Soms gebeurt dat aan een nationaal lichaam of orgaan dat weer uit verschillende
organen bestaat; wie is dan precies bevoegd en verantwoordelijk voor een genomen besluiten?
Welk bestuursorgaan verantwoordelijkheid is voor besluiten blijkt in NL uit de ondertekening:
Voorbeeld:
De regeringsbesluiten worden door de koning(in) en de verantwoordelijke ministers of
staatssecretarissen ondertekend.
Ministeriele besluiten worden door de minister zelf of krachtens mandaat door ambtenaren
ondertekend.
Art. 297 VWEU =
Lid 1: EU-wetgevingshandelingen worden ondertekend door de voorzitters van het Europees
Parlement en de Raad van Ministers.
Lid 2: Niet-EU-wetgevingshandelingen, indien vastgesteld in de vorm van gedelegeerde
richtlijnen of verordeningen, worden ondertekend door de voorzitter van de instelling die ze
vaststelt.
Art. 250 VWEU = Voor overige niet-EU-wetgevingsbesluiten (zoals bestuursbesluiten) ontbreken
bepalingen.
Dit artikel bepaalt slechts dat besluiten van de Europese Commissie worden genomen bij
meerderheid van stemmen.
De Europese Commissie is collegiaal verantwoordelijk voor de uitoefening van bestuurstaken en -
bevoegdheden.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen:
Originaire bestuurstaak
= De uitoefening van bevoegdheden die in het Verdrag aan de Europese Commissie zijn
toegekend.
Afgeleide bestuurstaak
= De uitvoeringsbevoegdheden voor de uitvoering van de door de Raad vastgestelde
bepalingen.
In NL wordt een bevoegdheid tot het nemen van besluiten nooit toegekend aan de gehele
ministerraad, maar aan afzonderlijke ministers.
Art. 250 VWEU = In de EU bestaat geen afzonderlijke commissaris (behalve voor de
buitenlandcoördinator); de besluiten van de Europese Commissie worden collegiaal genomen bij
meerderheid van stemmen van haar leden, mits het bepaalde aantal leden aanwezig is.
Akizo-arrest: De Europese Commissie mag in beperkte mate één van haar leden machtigen om
bepaalde besluiten in haar naam te nemen.
Pag. 2 van 20
, Pag. 3 van 20