Agogiek
Contents
Samenvatting Periode 1 Social Work – Psychologie & Agogiek ..................................... 1
Psychologie......................................................................................................... 2
1. Geest, gedrag & wetenschap .......................................................................... 2
2. Sensatie & perceptie ...................................................................................... 3
3. Leren ............................................................................................................ 4
4. Geheugen ..................................................................................................... 5
6. Motivatie en emotie ....................................................................................... 6
7. Persoonlijkheid.............................................................................................. 7
8. Stress, gezondheid & welzijn........................................................................... 7
Agogiek ............................................................................................................... 8
1. Verandering & agogie ..................................................................................... 8
2. Wat verandering stimuleert ............................................................................ 9
3. Wat verandering in de weg kan zitten ............................................................. 10
4. Het procesmatige karakter van verandering ................................................... 11
5. Bruikbare theorieën over verandering ............................................................ 11
6. Methodisch & professioneel werken.............................................................. 14
7. Extra literatuur ............................................................................................. 14
Oefentoets ......................................................................................................... 16
Antwoorden .................................................................................................... 21
,Psychologie
1. Geest, gedrag & wetenschap
Psychologie houdt zich bezig met zowel interne processen als externe gedragingen. Er
zijn drie soorten psychologen: experimenteel psychologen, docenten psychologie en
toegepast psychologen. Psychiatrie is specifieker en bekijkt patiënten vanuit een
medische invalshoek. Er zijn zes belangrijke perspectieven van psychologie:
• Biologisch perspectief
Beschouwt de geest als een product van de hersenen en zoekt naar oorzaken van
gedrag in zenuwen, hormonen en genen. Neurowetenschap is hier een belangrijk deel
van. Volgens de evolutionaire psychologie komt het meeste menselijk gedrag vanuit de
evolutie.
• Cognitieve perspectief
, Bij de eerste psychologische experimenten werden reacties op verschillende prikkels
beschreven, een techniek die introspectie heet. De zoektocht naar de elementen van
het bewustzijn heet het structuralisme. Volgens het functionalisme is het bewustzijn
juist meer dan alleen bepaalde elementen. In het cognitieve perspectief ligt de nadruk
op mentale activiteit.
• Behavioristisch perspectief
Het behaviorisme is de wetenschap van het gedrag en omstandigheden in de omgeving
die dit beïnvloeden. Het vraagt aandacht voor hoe ons handelen wordt gevormd door de
consequenties ervan.
• Vanuit de gehele persoon
Volgens de psychodynamische psychologie wordt de persoonlijkheid gemotiveerd door
de onbewuste geest. Volgens de humanistische psychologie zijn innerlijke processen
minstens even belangrijk als de omgeving. Volgens de psychologie van karaktertrekken
en temperament ontstaan verschillen tussen mensen uit verschillen in kenmerken en
neigingen, zoals introversie en extraversie.
• Ontwikkelingsperspectief
Veranderingen zijn het gevolg van interactie tussen erfelijke eigenschappen en de
omgeving. Mensen denken en handelen verschillend op verschillende tijdstippen in hun
leven.
• Sociocultureel perspectief
Het idee van sociale invloed staat centraal. Crosscultureel psychologen beoordelen
psychologie aan de hand van andere culturele normen.
De zes perspectieven vormen een holistisch beeld van menselijk gedrag.
2. Sensatie & perceptie
Sensatie is de eerste gewaarwording van de stimulus. Het interpreteren daarvan is
perceptie, of waarneming. Transductie is het proces van het omzetten van fysische
energie naar neurale impulsen. De neuronen in het specifieke zintuig zijn receptoren.
Sensorische adaptatie wil zeggen dat zintuigen minder gevoelig worden naarmate een
stimulus langer aanhoudt. De absolute drempelwaarde is de minimumhoeveelheid
fysische energie die nodig is voor een sensorische ervaring. De verschildrempel is het
kleinste verschil tussen twee stimuli dat iemand betrouwbaar kan opmerken. Een
percept is ook de betekenis die bij de sensatie hoort.
Stimulatie → transductie → sensatie→ perceptie
Volgens de signaaldetectietheorie is sensatie afhankelijk van kenmerken van de
stimulus, achtergrondstimuli en de detector. Bij bottom-up verwerking hebben