Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Alle casuïstiek domein gedrag (BBG-2)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
51
Geüpload op
08-12-2025
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van alle casussen binnen het domein gedrag tijdens BBG-2

Voorbeeld van de inhoud

Casus 1.

1. Anatomie wervelkolom en Cauda Equina.

Anatomie wervelkolom

De wervelkolom vormt het benige kanaal waar
ruggenmerg en zenuwwortels doorheen lopen.
Cervicaal zijn de wervellichamen relatief klein,
thoracaal middelgroot en lumbaal het grootst,
omdat de lage rug meer belasting draagt. De
processus spinosi variëren per regio: cervicale
spinae zijn kort, thoracaal lang en lumbaal weer
iets korter. De foramina vertebralia hebben per
regio een ander silhouet (cervicaal driehoekig,
thoracaal ronder, lumbaal opnieuw driehoekig),
waarbij het lumbaal soms relatief nauwer is, dit
verklaart mede waarom stenose daar het vaakst
optreedt. De facetgewrichten verbinden de
wervels onderling en bepalen samen met discus
en ligamenten de bewegingsrichting en -omvang.


Anatomie Cauda Equina

Het ruggenmerg zelf reikt tot ongeveer L1, waar het vernauwt tot de
conus medullaris. Daaronder lopen de lumbosacrale zenuwwortels
als een bundel door het wervelkanaal: de cauda equina. Door
ascensus medullae liggen ruggenmergsegmenten hoger dan de
wervels met dezelfde naam.


Dit is klinisch relevant:

→ Laesies van de conus geven vaak symmetrische

rijbroekstoornissen met vroege blaas- en rectumproblemen,

→ Caudalaesies geven vaker asymmetrische, pijnlijke

wortelprikkeling.

,Ruggenmerg eindigt rond L1, daaronder zit cauda equina, het rijbroekgebied loopt van S2
tot S5.
2. Radiculair syndroom

Een radiculair syndroom is uitstralende pijn in arm of been met sensibele, motorische en/of
reflexafwijkingen passend bij één zenuwwortel. De meest voorkomende oorzaak is een
hernia nuclei pulposi (HNP), andere oorzaken bestaan maar zijn minder frequent.

Symptomen
Bij lumbale betrokkenheid staat ischialgie centraal. Pijn loopt via de bil over de dorsolaterale
zijde van het been naar de voet of tenen. Drukverhoging (hoesten, niezen, persen) kan de
pijn uitlokken. Patiënten melden vaak doofheid of tintelingen volgens het dermatoom en
krachtsverlies in de bijbehorende spiergroep. Bij onderzoek zie je geregeld een antalgische
houding, beperkte anteflexie en stoornissen in hak- en tenenlopen (meest voorkomend zijn
L5/S1). Bij cervicale radiculopathie domineren nek- en armpijn, met provocatie door
nekextensie of axiale compressie (Spurling-test).

Oorzaak
Meest frequente oorzaak van een radiculair syndroom is een
hernia nuclei pulposi (HNP). Door fissuren in de anulus fibrosus
puilt nucleair materiaal posteromediaal of mediolateraal uit.
Kenmerkend zijn radiculaire pijn, sensibiliteitsstoornissen
volgens dermatoom en wortelspecifieke krachts- en
reflexverlies.


→ Onthoud: Bij een HNP op Lx - Ly is zenuwwortel Ly aangedaan!


Andere oorzaken van radiculair syndroom zijn
● Spondylartrose met foraminale stenose → centrale kanaalstenose.
● Tumor/metastasen
● Ontsteking (spondylodiscitis).
● Radiculitis
● Diabetische radiculopathie.
● Perifere zenuwpathologie met pseudoradiculaire pijn.

Risicofactoren
Radiculair syndroom komt het meest voor op een leeftijd tussen de 25 en 50 jaar, mannen
vaker dan vrouwen. Lumbale HNP zit meestal op L4/L5 en L5/S1. Werkbelasting (tillen),
grote lichaamslengte, overgewicht, degeneratie, leeftijd, genetische aanleg, langdurig
autorijden, en mentale stress dragen bij aan het risico op een HNP. Onder de 50 jaar is
nucleus pulposus beweeglijker, vanaf 50 jaar wordt deze stugger.

,Dermatomen
In de praktijk komt een lumbale HNP het meeste voor op niveau L3 - L4, L4 - L5, en L5 - S1.

→ bovenste afbeelding = pijn

→ onderste afbeelding = sensibiliteit


Uitval van L4 leidt tot pijn aan de ventrolaterale zijde
van het been, sensorisch verlies aan de ventromediale
zijde van het been, en een verminderde kniepeesreflex.
Extensie knie en opstaan uit hurkpositie aangedaan.



Uitval van L5 leidt tot pijn aan de laterale zijde van het
been en sensorisch verlies aan de laterale zijde van
het onderbeen die dorsaal over de voet naar mediaal
(tot dig 1) trekt. Dorsaalflexie voet (tibialis anterior) en
dig 1 aangedaan. Haklopen verstoord, reflexen intact.



Uitval van S1 leidt tot pijn aan de dorsale zijde van het
been die doortrekt naar de laterale zijde van de voet en
sensorisch verlies in de kuit en laterale zijde van de
voet. Plantairflexie voet en tenenlopen aangedaan.
Achillespeesreflex verminderd.


De meest voorkomende cervicale HNP’s komen voor op C5 - C6, C6 - C7, en C7 - C8.

Uitval van C6 leidt tot pijn en sensorisch verlies volgens
dermatoom. Bicepsreflex verminderd.

Uitval van C7 leidt tot pijn en sensorisch verlies volgens
dermatoom. Tricepsreflex en brachioradialisreflex
verminderd.

Uitval van C8 leidt tot pijn en sensorisch verlies volgens
dermatoom. Tricepsreflex verminderd

, Rode vlaggen bij radiculair syndroom

● Rijbroekanesthesie
● Mictie- of defecatiestoornissen.
● Progressieve motorische uitval (bv. klapvoet).
● Vermoeden maligniteit of systemische alarmsymptomen (nachtpijn, nachtzweten,
onverklaard gewichtsverlies).
● Koorts of hevige nachtelijke pijn (→ infectie).
● Significant trauma, langdurig corticosteroïdgebruik, IV-medicatie, deformiteiten (bv.
lumbale kyfose).
● Niet-mechanische of nachtelijke pijn die persisteert of erger wordt.
● Bilaterale uitvalsverschijnselen, ernstig beperkt gangbeeld.
● Recente ingreep aan de rug (<3 dagen, bij antistolling <14 dagen).

Diagnostiek

De diagnose is in eerste instantie klinisch.
Let bij lichamelijk onderzoek op houding, bewegingsbeperking, sensibiliteit, kracht (bij
voorkeur tegen de zwaartekracht in zit), reflexen, hak- en tenenloop, en rechts/links
verschillen.

Provocatietesten:
Lasègue (SLR): radiculaire pijn tussen 30–70°,
ondersteunt L5/S1-prikkeling.

Gekruiste Lasègue: vergelijkbaar Lasègue, optillen
van niet-aangedane zijde leidt tot pijn in aangedane
zijde.

Reverse Lasègue (prone knee bending test): prikkelt
vooral L2–L4.

Bragard: Begint hetzelfde als Lasègue, zodra patiënt pijn benoemt wordt het been wat
gezakt (tot de pijn weg is) en de voet in dorsaalflexie gebracht, de test is positief als dit voor
een toename in pijn zorgt.

Documentinformatie

Geüpload op
8 december 2025
Aantal pagina's
51
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€8,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
erroldekoning

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
erroldekoning Maastricht University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen