Verdieping conflictoplossing, mediation en onderhandelen
Week 1
Introductie Conflictoplossing
Er zijn verschillende redenen om verder te kijken dan alleen juridische geschilbeslechting:
01. Juridische aanpak is vaak ontoereikend: conflicten gaan vaak verder dan het juridische;
02. Praktisch gezien zijn juridische procedures vaak tijdrovend, duur, belastend en onvoorspelbaar.
03. Procedures kunnen standpunten verharden en zakelijke relaties onder druk zetten.
04. Afhankelijkheid van overheidsrechter past minder bij de instelling van hedendaagse burger. Men houdt het liefst
zo veel mogelijk zelf de regie
05. Opkomst van ADR (Alternative Dispute Resolution): zoals arbitrage, bindend advies en mediation.
⇒ Focus verschuift van enkel juridisch correcte uitkomst naar maatschappelijk effectieve rechtspraak: oplossingen waar
partijen én samenleving beter van worden.
Maatschappelijk effectieve rechtspraak
Goede rechtspraak gaat verder dan alleen
het doorhakken van juridische knopen. Het
doel is ook om maatschappelijke problemen
van burgers waar mogelijk écht op te
lossen. Onder de noemer maatschappelijk
effectieve rechtspraak ontwikkelt de
Rechtspraak initiatieven die ervoor zorgen dat rechterlijke uitspraken niet alleen juridisch correct zijn, maar ook
daadwerkelijk bijdragen aan oplossingen die effect hebben voor partijen en de samenleving. De jurist en rechter zijn steeds
meer geschiloplosser.
Faciliterende rechtspraak: de rechtspraak helpt partijen om samen tot een oplossing te komen, en ook buitengerechtelijke
oplossingen stimuleert. Een voorbeeld is de deelgeschilprocedure, waarbij de rechter één knelpunt in de onderhandelingen
oplost zodat partijen verder kunnen met de buitengerechtelijke afwikkeling.
Een praktijkvoorbeeld: na een verkeersongeval zijn partijen het niet eens over de vraag of het slachtoffer
gedeeltelijk zelf schuldig is. De rechter beslist hierover in een deelgeschil, waarna partijen de schadeafhandeling
verder onderling kunnen afronden.
MER kwam specifiek op de agenda in Nederland in 2016 door de Voorzitter van de Raad van Rechtspraak Frits Bakker, die
zorg uitte over de relevantie van de rechtspraak en de behoefte van rechters om maatschappelijke impact te hebben, niet
alleen het "juridische topje van de ijsberg" op te lossen.
Naast dat MER en ADR kunnen zorgen voor een meer bevredigende oplossing, is een andere reden om ze te stimuleren
kostenbesparing, omdat er minder gebruik wordt gemaakt van de rechtspraak.
Arno Akkermans in zijn artikel ‘Het geheel is meer dan de som der delen. Een algehele transformatie binnen de
conflictoplossende functie van het rechtssysteem’, beschrijft Akkermans een geleidelijke transformatie van de
conflictoplossende functie van het rechtssysteem.
1
,Vrije Universiteit 2025
Volgens Akkermans heeft de informatie een bredere impact. Niet alleen procedures veranderen in het rechtssysteem, maar
ook hoe professionals hun functie en taken zien. Een voorbeeld is de next level gemeentejurist. Deze jurist kijkt verder dan
de wet, denkt mee over oplossingen en past regels flexibel toe. Hij combineert juridische expertise met sterke
communicatieve vaardigheden en oog voor ontwikkelingen zoals legal tech en AI. Een echte T-shaped allround jurist.
Praktijkvoorbeeld: Bij de vergunningaanvraag voor een buurtinitiatief blijkt het plan niet volledig te passen binnen
de bestaande regels. In plaats van de aanvraag direct af te wijzen, onderzoekt de gemeentejurist mogelijke
uitzonderingen, denkt mee over aanpassingen en overlegt met bewoners en andere afdelingen. Met behulp van
digitale hulpmiddelen (zoals AI-ondersteunde risicoanalyse) vindt hij een juridisch verantwoorde én werkbare
oplossing, waardoor het initiatief toch doorgang kan vinden.
De bredere impact bestaat ook uit het veranderen van materiële wetgeving, waarin meer ruimte is voor maatwerk. Ook
het mensbeeld veranderd van een smal mensbeeld — gericht op regels en financiële belangen — naar een breed
mensbeeld waarin ook emoties, erkenning, rechtvaardigheid en herstel centraal staan. Conflictoplossing richt zich daardoor
meer op wat mensen écht nodig hebben om verder te kunnen.
Voorbeelden van de transformatie in de praktijk:
01. In het civiele recht: mondelinge behandelingen en pleidooi voor achterliggende belangen.
02. In het strafrecht: verschuiving naar consensuele afdoening, strafbeschikking, herstelbemiddeling en pilots met
mediation naast strafrecht. Ook probleemoplossend strafrecht (bijv. wijkrechtspraak).
03. ‘Informele aanpak’ en ‘Burgergericht werken’ door overheid (Ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie en
Veiligheid), waarbij ambtenaren getraind worden in communicatie- en mediationvaardigheden.
Akkermans concludeert dat
ontwikkelingen binnen en buiten de
overheidsrechtspraak naar elkaar
lijken toegroeien (convergentie).
Traditioneel waren er scherpere
scheidslijnen tussen bijvoorbeeld
gerechtelijke geschillenbeslechting
en buitengerechtelijke
conflictoplossing. Nu ziet men dat
de rechtspraak steeds vaker
probeert partijen zelf te betrekken
bij het bereiken van oplossingen en
meer oplossingsgericht werkt. Dit
wederzijds toenaderen wordt ook
geïllustreerd door de trend dat
'boven partijen'
conflictoplossingsmechanismen
steeds vaker ruimte bieden voor bijdragen van partijen zelf aan de oplossing. Er is sprake van een continuüm.
Akkermans stelt dat er drie theorieën die in verband kunnen worden gelegd met de transformatie:
01. Nonet en Selznick ⇒ Responsief Recht
a. Er zijn drie manieren waarop het recht zit tot
de maatschappij verhoudt. Elk stadium bouwt
voort op het vorige en lost problemen uit
eerdere fasen op. Repressief recht zorgt voor
politieke orde, autonoom recht legt de basis
voor een rechtsstaat, en responsief recht benut het recht voor maatschappelijke vooruitgang.
2
,Vrije Universiteit 2025
Repressief recht: Autonoom recht: Responsief recht:
Het recht wordt gebruikt als Het recht fungeert als een Het recht wordt een instrument
instrument van de politieke macht autonoom en neutraal systeem, van maatschappelijke verandering
om sociale orde te handhaven en en wordt ingezet om sociale
gericht op bescherming tegen
afwijkend gedrag te onderdrukken. problemen actief aan te pakken.
Kenmerkend voor autoritaire machtsmisbruik door de politieke Instituties van het recht zijn
regimes en dictaturen. elite. flexibel en passen zich aan
Op termijn leidt de instabiliteit van De "rule of law" is een belangrijk maatschappelijke behoeften aan.
repressief recht echter vaak tot principe: het recht moet boven Kenmerkend voor
een overgang naar autonoom politieke willekeur staan. sociaal-progressieve rechtsstelsels.
recht. Kenmerkend voor democratische Hoewel dit systeem beter kan
inspelen op sociale behoeften,
rechtsstaten.
brengt het risico’s met zich mee,
Een overmatige focus op zoals een verlies aan juridische
procedurele rechtmatigheid kan legitimiteit en een mogelijke
het gevoel van inhoudelijke terugval naar repressief recht.
rechtvaardigheid ondermijnen. Dit
kan leiden tot een verdere
evolutie richting responsief recht.
Thomas Riesthuis gaat in Geschilbeslechting en probleemoplossing: twee vliegen in één klap? ook in op deze
theorie. Riesthuis ziet MER als een vorm van responsief recht. Riesthuis is hierbij kritisch. Hij vraagt zich af of de
doelgerichtheid van MER niet onduidelijk is: moet de rechter (1) Rekening houden met maatschappelijke
verwachtingen (de maatschappijgerichte rechtspraak), waarbij de rechter aansluiting vindt bij de verwachtingen
van direct betrokkenen (zoals respectvolle behandeling en neutraliteit) en bredere maatschappelijke
zorgvuldigheidsnormen? of (2) Zich richten op ethische grondbeginselen (de ethische besluitvorming), waarbij
beslissingen gefundeerd zijn in idealen zoals menselijke waardigheid en vrijheid, vastgelegd in de Grondwet en
mensenrechtenverdragen?
Volgens Riesthuis is de veronderstelling binnen MER dat geschilbeslechting en probleemoplossing zonder
nadelige gevolgen met elkaar te verenigen zijn. Rechters zouden een "goede balans" kunnen vinden. Het artikel
betoogt dat deze veronderstelling problematisch is, omdat de twee niet altijd met elkaar te verenigen zijn en
soms kunnen conflicteren. Het onderscheid van Nonet en Selznick illustreert deze spanning.
○ De autonome rechter is een "motiverende beslisser" die geschillen juridisch correct afdoet.
○ De responsieve rechter is een "belangenafwegende pragmatist" die alle relevante belangen (ook
niet-juridische) afweegt om tot een maatschappelijk gewenste oplossing te komen, waarbij hij het
primaat van het recht loslaat.
Wanneer Conflicteren ze niet? In veel zaken, vooral die onder de MER-speerpunten (toegang tot de rechter,
multiproblematiek, complexe scheidingen, schuldenproblematiek), kunnen rechters relatief eenvoudig aan
probleemoplossing doen zonder afbreuk te doen aan geschilbeslechting. Bijvoorbeeld, een vonnis uitspreken en
tegelijkertijd hulp regelen voor schuldenproblemen, of recidive aanpakken naast een strafoplegging.
Wanneer Conflicteren ze wel? In "moeilijke gevallen" verschillen partijen fundamenteel van mening en zijn de
argumenten voor geschilbeslechting (voorspelbaarheid, consistentie) en probleemoplossing (effectieve oplossing
voor onderliggende belangen) onverenigbaar. Denk aan schuldeisers die een afdwingbaar vonnis willen versus
een gedaagde die financiële verslechtering wil voorkomen, of slachtoffers die een strenge straf willen versus een
dader die hulp nodig heeft voor onderliggende problemen.
02. Non-Adversarial Justice
a. Non-Adversarial Justice is een overkoepelend label voor vernieuwende vormen van rechtspraak die
minder gericht zijn op strijd (adversarial) en meer op herstel, samenwerking en welzijn. Het omvat
theorieën en praktijken zoals therapeutic jurisprudence, restorative justice, preventive law en
problem-oriented courts. Het wordt vooral gebruikt in common-law landen, o.a. door het Australasian
Institute of Judicial Administration (AIJA).
3
, Vrije Universiteit 2025
b. Kern: het ziet juridische processen als een glijdende schaal: niet volledig strijdend of volledig
niet-strijdend, maar met verschillende gradaties.
c. Kritiek op de term: De term is negatief geformuleerd. Hij zegt vooral wat het niet is (niet-strijdend). Dat
maakt het als concept minder precies en soms te breed, omdat zeer uiteenlopende praktijken eronder
worden geschaard.
03. Comprehensive Law (vertegenwoordigd door Susan Daicoff)
a. Een positief geformuleerd, inclusief kader dat uiteenlopende innovatieve theorieën en praktijken
samenbindt. Het benadrukt dat recht meer moet dienen dan alleen juridische of financiële uitkomsten.
b. Negen pijlers, verdeeld in:
i. Theorieën: therapeutic jurisprudence, creative problem solving, procedural justice, preventive
law, holistic justice.
ii. Praktijken: restorative justice, collaborative law, transformative mediation, problem-solving
courts.
Er is een breed scala an buitengerechtelijke conflictoplossing mechanismen: buurtbemiddeling, klachtenprocedure,
geschillencommissie, ombudsman, mediation, tuchtrechtspraak, arbitrage, bindend advies, etc.
Ondanks de diversiteit van de ontwikkelingen ontbreekt tot nu toe een algemeen overkoepelend wetenschappelijk debat
en begrippenapparaat, waardoor er veel versnippering is op wetenschappelijk gebied van de transformatie. Ofwel een
gebrek aan overkoepelend discours.
Rechtspraak is kwantitatief slechts van geringe betekenis: de meeste juridische problemen worden buiten de rechter om
opgelost. Toch blijft de rechter belangrijk, omdat rechtspraak in
specifieke zaken een bindende en gezaghebbende oplossing
biedt.
Figuur 4.1 – Problemen afgelopen vijf jaar
Meer dan de helft van de burgers (57%) kreeg te maken met
minstens één juridisch relevant probleem. De meest
voorkomende categorieën zijn aanschaf van producten/diensten
(30%), werk (24%) en woonomgeving (15%).
Figuur 5.2 – Redenen om geen actie te ondernemen
Bijna de helft (49%) doet niets omdat het probleem zichzelf
oplost; daarnaast vindt 27% het niet de moeite waard en denkt
17% dat er toch niets meer gedaan kan worden.
Figuur 5.3 – Belangrijkste doelen bij actie ondernemen
Burgers ondernemen vooral actie om geld terug te krijgen (20%),
reparatie of vervanging van een product te bereiken (16%) of
gerechtigheid te krijgen (12%).
Figuur 5.4 – Beroep op juridische adviseurs
Advocaten (9%) en rechtsbijstandsverzekeringen (8%) worden het
vaakst geraadpleegd. Het Juridisch Loket en de politie volgen met
elk 5%.
Figuur 5.5 – Beroep op niet-juridische adviseurs
Burgers doen relatief vaak een beroep op zorgverleners (7%) of
andere experts/organisaties (6%). Andere niet-juridische adviseurs
worden zelden geraadpleegd.
4