lichaam
De bouw van het menselijk lichaam noemen we anatomie.
Het functioneren van het lichaam noemen we fysiologie.
De leer van ziektes en aandoeningen noemen we ook wel pathologie.
Om klachten van een zorgvrager goed te kunnen begrijpen en oorzaak te
vinden, voeren we een anamnese, lichamelijk onderzoek en eventueel
aanvullend onderzoek uit.
Een anamnese is een gesprek waarin we de klachten in kaart leggen.
Een lichamelijk onderzoek bestaat uit verschillende methodes, zoals:
Inspectie (kijken)
Palpatie (voelen)
Percussie (kloppen op lichaam)
Auscultatie (luisteren d.m.v. een stethoscoop)
De vitale functies bestaan uit:
Temperatuur
Bloeddruk
Zuurstofsaturatie
Ademhalingsfrequentie
Hartslagfrequentie
Deze vitale functies geven een indicatie van de fysiologie van het
menselijk lichaam.
Bij een stofonderzoek worden weefsels en vloeistoffen zoals bloed en
urine onderzocht.
Hieruit kunnen afwijkende waarden zoals CRP (infecties) of ureum
(nierfunctie) worden afgelezen.
Er zijn ook verschillende beeldvormende onderzoeken die
weefselstructuren en orgaanfuncties kunnen detecteren.
Er zijn twee beeldvormende onderzoeken die gebruikmaken van
röntgenstraling:
Dit zijn de CT-scan en uiteraard de röntgenfoto.
Een scan die gebruikmaakt van geluid heet een echografie en een scan
die werkt met magneten noemen we een MRI-scan.