Neuroticisme als Mentale Ruis: een Relatie Tussen Neuroticisme en Reactietijd
Standaarddeviaties
Replicatiestudie
In deze studie is het onderzoek van Robinson en Tamir (2005) over het verband tussen neuroticisme
en variabiliteit in basale cognitieve processen gerepliceerd. Zij stelden dat een hoge mate van
neuroticisme correleert met een hoge mate van variabiliteit in cognitieve processen. Deze variabiliteit
wordt mentale ruis genoemd. Deze mentale ruis zou verminderde efficiëntie in cognitieve processen,
aandachtverslapping en verminderde cognitieve controle reflecteren. De mentale ruis kan gemeten
worden aan de hand van de grootte van de standaarddeviaties van de reactietijden op cognitieve taken.
De literatuur over deze mentale-ruis hypothese is verdeeld. Naar aanleiding van tegenstrijdige
resultaten van eerdere onderzoeken zijn twee hypotheses opgesteld. De eerste hypothese stelde, in lijn
met het onderzoek van Robinson en Tamir, dat neuroticisme correleert met variabiliteit in basale
cognitieve processen. De tweede hypothese stelde dat neuroticisme niet correleert met variabiliteit in
basale cognitieve processen. Om de hypotheses aan te nemen of te verwerpen hebben 476
psychologiestudenten een simpele RT taak, een Stroop taak en de Goldberg Stability Scale voltooid.
Uit de resultaten bleek dat neuroticisme geen verband hield met de variabiliteit in reactietijd op zowel
de simpele RT taak als op de Stroop taak. Dit resultaat staat in contrast met het originele onderzoek
van Robinson en Tamir, maar bevestigt andere recente onderzoeken. De sterkte kanten en de
beperkingen van het originele onderzoek en dit replicatieonderzoek worden besproken en suggesties
voor vervolgonderzoek worden gedaan. Deze studie draagt bij aan het onderzoek naar het verband
tussen neuroticisme en variabiliteit in basale cognitieve processen en toont bovendien het belang van
replicatieonderzoek aan.
Sleutelwoorden: Neuroticisme / variabiliteit / RTSD / mentale ruis
Psychologie als Wetenschap
Angelina Blom (6546781)
WG2
Ivo Stronks
1
,In een onderzoek van Cuijpers et al. (2010) is naar voren gekomen dat de 5% individuen met
de hoogste mate van neuroticisme gemiddeld $12,362 meer maatschappelijke kosten
veroorzaken dan het gemiddelde individu. Neuroticisme is een dimensie van persoonlijkheid
die consistent is over verschillende modellen van persoonlijkheid (Forsman, Madison &
Ullén, 2009; Klein & Robinson, 2019) en gekenmerkt wordt door labiliteit, kwetsbaarheid
voor stress, reactiviteit en het ervaren van negatieve gevoelens (Forsman et al; Munoz,
Sliwinski, Smyth, Almeida, & King, 2013). De kenmerken van neuroticisme kunnen
samengevoegd worden tot de term ‘instabiliteit’, waardoor deze term vaak als synoniem voor
neuroticisme wordt gebruikt. Ondanks dat deze termen niet hetzelfde zijn, heeft onderzoek
naar neuroticisme en instabiliteit aangetoond dat neuroticisme wel sterk correleert met
instabiliteit in gedrag en ervaring (Flehmig, Steinborn, Langner, & Westhoff, 2007;
Moskowitz & Zuroff, 2004; Murray, Allen, & Trinder, 2002). Een hoge mate van
neuroticisme is gerelateerd aan inefficiënte cognitieve prestatie en cognitieve achteruitgang
(Wilson et al., 2005). Bovendien is neuroticisme een risicofactor voor Alzheimer, depressie
en borderline persoonlijkheidsstoornis (Duchek et al., 2007; Hutchinson & Williams, 2007;
Steunenberg, Beekman, Deeg & Kerkhof, 2006; Trull, Widiger, Lynam, & Costa, 2003;
Wilson et al., 2007). Er kan dus gesteld worden dat neuroticisme negatieve gevolgen heeft
voor zowel de maatschappij als voor het individu.
Om deze negatieve gevolgen van neuroticisme te verminderen, is het van belang om
de processen achter neuroticisme te onderzoeken. Zoals eerder genoemd hangt neuroticisme
sterk samen met instabiliteit. Een deel van de onderzoeken naar neuroticisme heeft zich
toegelegd op het bestuderen van dit verband, waarbij onderzocht wordt of de instabiliteit zich
uit in variabiliteit in basale cognitieve processen. In 2005 publiceerden Robinson en Tamir
een onderzoek naar dit onderwerp. In het onderzoek werd onderzocht of neuroticisme,
gemeten met de Goldberg Stability Scale (GSS), gerelateerd was aan de variabiliteit in
2
, verschillende reactietijdtaken, zoals een simpele RT taak en een Stroop taak. Robinson en
Tamir stelden de hypothese op dat mensen met een hoge score op neuroticisme, meer
variabiliteit zouden vertonen in hun reactietijd op de verschillende reactietijdtaken. Deze
hypothese werd bevestigd. Robinson en Tamir verklaarden dat deze variabiliteit, gemeten
door middel van reactietijd standaarddeviaties, het gevolg was van de instabiliteit in responses
door neuroticisme. De specifieke processen die achter deze instabiliteit zouden liggen zijn nog
relatief onbekend, maar er wordt gesuggereerd dat neuroticisme zorgt voor verminderde
efficiëntie in cognitieve processen en aandachtverslapping, en dat neuroticisme verminderde
cognitieve controle representeert (Robinson, Wilkowski, & Meier, 2006; West, Murphy,
Armilio, Craik & Stuss, 2002). De reactietijd standaarddeviaties zijn een reflectie van de
chaos in het verwerken van informatie (Baumeister, 1998). De theorie dat neurotische mensen
chaotische mentale controlesystemen hebben, wordt de mentale-ruis hypothese genoemd
(Robinson & Tamir).
Sinds de publicatie van Robinson en Tamir zijn er verschillende studies geweest die
deze theorie probeerden te ondersteunen. Sommige zijn hierin geslaagd. Zo hebben
onderzoeken van Klein en Robinson (2019), Flehmig et al. (2007), Forsman et al. (2009),
Munoz et al. (2013), Munoz, Stawski, Sliwinski, Smyth en MacDonald (2020) en Saylik
(2017) uitgewezen dat neuroticisme inderdaad in positief verband staat met de variabiliteit in
basale cognitieve processen. Andere onderzoeken hebben echter geen verband gevonden
tussen neuroticisme en variabiliteit in basale cognitieve processen (Colom & Quiroga, 2009;
Flehmig, Steinborn, Westhoff & Langner, 2010). De literatuur is dus verdeeld over de
mentale-ruis hypothese.
Met deze huidige studie wordt getracht een relevante aanvulling te geven op de
verdeelde literatuur over het verband tussen neuroticisme en variabiliteit in basale cognitieve
processen. In dit onderzoek zal de studie van Robinson en Tamir (2005) gerepliceerd worden.
3
Standaarddeviaties
Replicatiestudie
In deze studie is het onderzoek van Robinson en Tamir (2005) over het verband tussen neuroticisme
en variabiliteit in basale cognitieve processen gerepliceerd. Zij stelden dat een hoge mate van
neuroticisme correleert met een hoge mate van variabiliteit in cognitieve processen. Deze variabiliteit
wordt mentale ruis genoemd. Deze mentale ruis zou verminderde efficiëntie in cognitieve processen,
aandachtverslapping en verminderde cognitieve controle reflecteren. De mentale ruis kan gemeten
worden aan de hand van de grootte van de standaarddeviaties van de reactietijden op cognitieve taken.
De literatuur over deze mentale-ruis hypothese is verdeeld. Naar aanleiding van tegenstrijdige
resultaten van eerdere onderzoeken zijn twee hypotheses opgesteld. De eerste hypothese stelde, in lijn
met het onderzoek van Robinson en Tamir, dat neuroticisme correleert met variabiliteit in basale
cognitieve processen. De tweede hypothese stelde dat neuroticisme niet correleert met variabiliteit in
basale cognitieve processen. Om de hypotheses aan te nemen of te verwerpen hebben 476
psychologiestudenten een simpele RT taak, een Stroop taak en de Goldberg Stability Scale voltooid.
Uit de resultaten bleek dat neuroticisme geen verband hield met de variabiliteit in reactietijd op zowel
de simpele RT taak als op de Stroop taak. Dit resultaat staat in contrast met het originele onderzoek
van Robinson en Tamir, maar bevestigt andere recente onderzoeken. De sterkte kanten en de
beperkingen van het originele onderzoek en dit replicatieonderzoek worden besproken en suggesties
voor vervolgonderzoek worden gedaan. Deze studie draagt bij aan het onderzoek naar het verband
tussen neuroticisme en variabiliteit in basale cognitieve processen en toont bovendien het belang van
replicatieonderzoek aan.
Sleutelwoorden: Neuroticisme / variabiliteit / RTSD / mentale ruis
Psychologie als Wetenschap
Angelina Blom (6546781)
WG2
Ivo Stronks
1
,In een onderzoek van Cuijpers et al. (2010) is naar voren gekomen dat de 5% individuen met
de hoogste mate van neuroticisme gemiddeld $12,362 meer maatschappelijke kosten
veroorzaken dan het gemiddelde individu. Neuroticisme is een dimensie van persoonlijkheid
die consistent is over verschillende modellen van persoonlijkheid (Forsman, Madison &
Ullén, 2009; Klein & Robinson, 2019) en gekenmerkt wordt door labiliteit, kwetsbaarheid
voor stress, reactiviteit en het ervaren van negatieve gevoelens (Forsman et al; Munoz,
Sliwinski, Smyth, Almeida, & King, 2013). De kenmerken van neuroticisme kunnen
samengevoegd worden tot de term ‘instabiliteit’, waardoor deze term vaak als synoniem voor
neuroticisme wordt gebruikt. Ondanks dat deze termen niet hetzelfde zijn, heeft onderzoek
naar neuroticisme en instabiliteit aangetoond dat neuroticisme wel sterk correleert met
instabiliteit in gedrag en ervaring (Flehmig, Steinborn, Langner, & Westhoff, 2007;
Moskowitz & Zuroff, 2004; Murray, Allen, & Trinder, 2002). Een hoge mate van
neuroticisme is gerelateerd aan inefficiënte cognitieve prestatie en cognitieve achteruitgang
(Wilson et al., 2005). Bovendien is neuroticisme een risicofactor voor Alzheimer, depressie
en borderline persoonlijkheidsstoornis (Duchek et al., 2007; Hutchinson & Williams, 2007;
Steunenberg, Beekman, Deeg & Kerkhof, 2006; Trull, Widiger, Lynam, & Costa, 2003;
Wilson et al., 2007). Er kan dus gesteld worden dat neuroticisme negatieve gevolgen heeft
voor zowel de maatschappij als voor het individu.
Om deze negatieve gevolgen van neuroticisme te verminderen, is het van belang om
de processen achter neuroticisme te onderzoeken. Zoals eerder genoemd hangt neuroticisme
sterk samen met instabiliteit. Een deel van de onderzoeken naar neuroticisme heeft zich
toegelegd op het bestuderen van dit verband, waarbij onderzocht wordt of de instabiliteit zich
uit in variabiliteit in basale cognitieve processen. In 2005 publiceerden Robinson en Tamir
een onderzoek naar dit onderwerp. In het onderzoek werd onderzocht of neuroticisme,
gemeten met de Goldberg Stability Scale (GSS), gerelateerd was aan de variabiliteit in
2
, verschillende reactietijdtaken, zoals een simpele RT taak en een Stroop taak. Robinson en
Tamir stelden de hypothese op dat mensen met een hoge score op neuroticisme, meer
variabiliteit zouden vertonen in hun reactietijd op de verschillende reactietijdtaken. Deze
hypothese werd bevestigd. Robinson en Tamir verklaarden dat deze variabiliteit, gemeten
door middel van reactietijd standaarddeviaties, het gevolg was van de instabiliteit in responses
door neuroticisme. De specifieke processen die achter deze instabiliteit zouden liggen zijn nog
relatief onbekend, maar er wordt gesuggereerd dat neuroticisme zorgt voor verminderde
efficiëntie in cognitieve processen en aandachtverslapping, en dat neuroticisme verminderde
cognitieve controle representeert (Robinson, Wilkowski, & Meier, 2006; West, Murphy,
Armilio, Craik & Stuss, 2002). De reactietijd standaarddeviaties zijn een reflectie van de
chaos in het verwerken van informatie (Baumeister, 1998). De theorie dat neurotische mensen
chaotische mentale controlesystemen hebben, wordt de mentale-ruis hypothese genoemd
(Robinson & Tamir).
Sinds de publicatie van Robinson en Tamir zijn er verschillende studies geweest die
deze theorie probeerden te ondersteunen. Sommige zijn hierin geslaagd. Zo hebben
onderzoeken van Klein en Robinson (2019), Flehmig et al. (2007), Forsman et al. (2009),
Munoz et al. (2013), Munoz, Stawski, Sliwinski, Smyth en MacDonald (2020) en Saylik
(2017) uitgewezen dat neuroticisme inderdaad in positief verband staat met de variabiliteit in
basale cognitieve processen. Andere onderzoeken hebben echter geen verband gevonden
tussen neuroticisme en variabiliteit in basale cognitieve processen (Colom & Quiroga, 2009;
Flehmig, Steinborn, Westhoff & Langner, 2010). De literatuur is dus verdeeld over de
mentale-ruis hypothese.
Met deze huidige studie wordt getracht een relevante aanvulling te geven op de
verdeelde literatuur over het verband tussen neuroticisme en variabiliteit in basale cognitieve
processen. In dit onderzoek zal de studie van Robinson en Tamir (2005) gerepliceerd worden.
3