Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Methoden van Rechtswetenschap schematische samenvatting

Beoordeling
3,8
(8)
Verkocht
45
Pagina's
50
Geüpload op
12-12-2025
Geschreven in
2025/2026

Een uitgebreide, schematische samenvatting van het vak Methoden van Rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hierin staan alle auteurs, teksten, hoorcolleges en begrippen in samengevat van de weken 1 t/m 6. De perfecte voorbereiding voor het tentamen! Succes met leren :)

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Methoden van Rechtswetenschap



Week 1: Methodendebat
Van Dijck, Snel & Van H1: Beginselen van academisch-juridisch onderzoek
Golen h1 & 2
Rechtswetenschappelijk onderzoek staat erom bekend dat het onderwerp voor
het onderzoek de vrije keuze is van de onderzoeker. Daarbij kan de onderzoeker
kiezen voor verschillende onderzoeksbenaderingen, zoals een beschrijvende,
definiërende, verklarende, vergelijkende, evaluatieve of normatieve
onderzoeksvraag. Dit kan de onderzoeker doen op een concreter of abstracter
niveau, waarbij hij in beginsel kan kiezen voor verschillende onderzoeksdesigns:
juridisch-dogmatisch, rechtsvergelijkend, rechtshistorisch, rechtstheoretisch,
multidisciplinair en empirisch. Om een onderzoeksvraag te beantwoorden is de
rechtswetenschapper niet helemaal vastgebonden aan het recht. Hij moet ook
ander materiaal verzamelen om bijvoorbeeld te verklaren, evalueren of
verbeteren.

Het onderzoeksproces bestaat uit zeven fasen:




In de praktijk worden deze fasen echter niet zo gestructureerd gevolgd als
hierboven weergegeven. Vaak lopen ze door elkaar.

Het onderzoek moet aan vijf eisen voldoen om het ‘academisch’ of
‘wetenschappelijk’ onderzoek te mogen noemen:
1. Originele, relevante en in het bestaande rechtswetenschappelijke debat
ingebedde onderzoeksvraag (het onderzoek dient dus kennis toe te
voegen aan de huidige ‘stand van de wetenschap’);
2. Beantwoording van de onderzoeksvraag levert een bijdrage aan
theorievorming;
3. Methode waarmee onderzoeksvraag beantwoord kan worden met
aandacht voor zorgvuldig bronnenonderzoek;
4. Daadwerkelijke en zorgvuldige beantwoording van de vraag;
5. De rechtswetenschapper moet bij alles op controleerbare wijze te werk
gaan. Verantwoordingsbeginsel.

Onder wetenschappelijke integriteit verstaan de auteurs: normen waaraan men
zich moet houden. De normen volgen uit de Nederlandse gedragscode
wetenschappelijke integriteit en de Europese gedragscode voor
wetenschappelijke integriteit:
- Eerlijkheid
- Zorgvuldigheid en betrouwbaarheid
- Transparantie
- Verantwoordelijkheid en respect
- Onafhankelijkheid en onpartijdigheid

H2: Keuze onderzoeksthema

Er zijn twee vormen van vooronderzoek: 1) het oriënterend onderzoek waarbij je

, je richt op het uitzoeken van het onderzoeksthema, 2) het systematisch
literatuuronderzoek gericht op het binnen dat thema vinden en verantwoorden
van een academische onderzoeksvraag.

Belangrijke overwegingen bij het kiezen van een onderwerp voor de
masterscriptie zijn:
1. affiniteit met het thema
2. expertise
3. vaardigheden
4. originaliteit
5. eigenschappen van de onderzoeker
6. beschikbare begeleiding
7. haalbaarheid

Stolker Wrongful life = civielrechtelijke casus waarbij het kleine meisje Kelly het
‘Ja, geléérd zijn jullie wel!’ ziekenhuis verwijt te zijn geboren. Ze is geestelijk en lichamelijk zwaar
Over de status van de gehandicapt ter wereld gebracht en dat had volgens de ouders voorkomen
rechtswetenschap. kunnen worden als tijdens de zwangerschap een vruchtwaterpunctie of
vlokkentest zou zijn uitgevoerd. Zo’n test zou hebben uitgewezen dat Kelly aan
een zeldzame genetische afwijking leed. De arts heeft hierdoor bij de ouders de
mogelijkheid tot abortus ontnomen. Het kind en de ouders eisten
schadevergoeding.

Verschillende landen hebben verschillende oordelen over de wrongful life-
vordering. In Nederland zegt het Haagse Gerechtshof bijvoorbeeld dat het kind
recht heeft op volledige vergoeding van de schade. Volgens andere rechtspraak
van Duitsland, Engeland en Amerika heeft het kind helemaal geen recht op
schadevergoeding. Er is dus niet één juist antwoord. Als we zo’n veelheid aan
oplossingen hebben, is dat dan nog wel wetenschap? Stolker zegt dat door deze
verschillende uitspraken er wel heel veel rek in het systeem zit en dat is normaal
gesproken niet wat we associëren met precieze wetenschap.

In het recht is meten = weten lastiger dan in de natuurwetenschap. In de
natuurwetenschap gaat het namelijk om een objectieve benadering waarbij men
een neutraal standpunt inneemt. Bij rechtswetenschappelijk onderzoek doen we
echter geen experimenten en toetsen we niet. Stolker stelt dat het In het recht
bijna niet anders kan dan dat de onderzoeker ook invloed uitoefent op het object
dat hij bestudeert. Daarnaast is een kenmerk van de rechtswetenschap dat
onderzoek en rechtspraktijk in elkaar overvloeien.Vele hoogleraren zijn namelijk
ook advocaat of rechter, maar belangrijker nog is dat de rechtswetenschap
dienstbaar is om de praktijk voor te lichten. Bovendien kan worden opgemerkt
dat rechtswetenschappelijk onderzoek zich vooral bezighoudt met hoe het recht
zou moeten zijn, dan met het recht zoals het nu is (=normatieve karakter van het
recht). In wetenschappelijk onderzoek is dit juist omgekeerd. Wetenschappers
houden zich bezig met het verklaren van het verleden. Hierom stelt Stolker dat
gedacht kan worden dat rechtswetenschappelijk onderzoek geen wetenschap is.

De belangrijkste functies van rechtswetenschappelijk onderzoek zijn:
- Ordening van de maatschappij;
- De beslechting van geschillen;
- De handhaving van orde en regels.
Daarnaast moet het recht voldoen aan de eisen van rechtvaardigheid,
doelmatigheid en rechtszekerheid.

, De rechtswetenschap zou volgens Stolker meer aandacht moeten besteden aan
haar status van wetenschap. Van andere wetenschappen kan zij leren om nog
wetenschappelijker te worden.

van Gestel Juridisch-dogmatisch onderzoek analyseert wat het geldende recht is of wat het
‘Revitaliserting van idealiter zou moeten zijn. Centraal staat de interpretatie/argumentatie in dit type
juridisch-dogmatisch onderzoek. Het materiaal van het recht laat soms meerdere interpretaties toe en
onderzoek. Expliciteren van dat maakt dat rechtswetenschappers in hun analyses van het recht soms
het impliciete’ diametraal tegenovergestelde conclusies trekken. Van Gestel noemt hierbij het
voorbeeld over de NEN-normen: de Hoge Raad moest zich uitlaten over de
vraag of private NEN-normen waarnaar in de bouwwetgeving werd verwezen,
aangemerkt konden worden als algemeen verbindende voorschriften. Er
bestond in casu nog geen antwoord op deze vraag. Er waren twee theoretische
mogelijkheden, namelijk 1) doordat de wetgever verwijst naar private normen
veranderen ze juridisch van kleur en gaan ze onderdeel uitmaken van het
verwijzende wettelijke voorschrift, en 2) NEN-normen kunnen enkel worden
aangemerkt als wetgeving, indien het Instituut dat ze produceert van de
(Grond)wetgever ergens wetgevende bevoegdheid toegekend heeft gekregen.
De HR koos voor de tweede optie. De Hoge Raad lijkt hiermee eerder rekening
te hebben gehouden met de economische consequenties voor het Nederlands
Normalisatie Instituut, dan dat ze de beslissing heeft gebaseerd op een
interpretatie van geldende wetgeving of jurisprudentie. Het Instituut zou namelijk
gestopt zijn met het maken van NEN-normen voor de bouw, als voor deze
normen gewoon naar de wetgeving kan worden verwezen. Dan kunnen ze er
niks meer aan verdienen. Juridisch-dogmatisch onderzoek is volgens Van
Gestel niet repliceerbaar, omdat we dus verschillende
interpretatiemogelijkheden hebben. Van Gestel stelt dat ondanks dat je de eis
van repliceerbaarheid niet kunt stellen, er wel degelijk kwaliteitsmaatstaven zijn
die je kunt stellen (zie voor deze eisen Van Dijck, et al.).

Stolker doelt met zijn uitleg over de Wrongful life casus op ditzelfde probleem,
dat een bepaalde kwestie tot heel veel verschillende interpretaties kan leiden.

Van Gestel schrijft: ‘... de wilsleer en de verklaringsleer in het contractenrecht.
Deze ‘leren’ beogen te verklaren op grond waarvan contracten juridisch binden.
Beide theorieën kunnen echter feitelijke én normatieve pretenties bezitten.’ In
het contractenrecht zijn de wilsleer en de verklaringsleer twee belangrijke
benaderingen die de totstandkoming van overeenkomsten uitleggen. De
wilsleer legt de nadruk op de werkelijke wil van de partijen: een overeenkomst
is pas geldig als de bedoelingen van beide partijen overeenkomen, ook als deze
niet goed zijn gecommuniceerd. Deze benadering beschermt tegen onbedoelde
fouten, maar kan voor de wederpartij onzekerheid creëren, omdat het moeilijk te
weten is wat iemand écht bedoelde. De verklaringsleer daarentegen richt zich
op wat partijen naar buiten toe verklaren. Wat iemand verklaart, wordt gezien als
leidend, ook als dit niet geheel overeenkomt met de innerlijke wil. Dit bevordert
rechtszekerheid omdat de wederpartij kan vertrouwen op de gegeven
verklaringen, maar kan soms leiden tot onrechtvaardigheid als er sprake is van
een vergissing. In de praktijk combineert het Nederlandse contractenrecht beide
theorieën. Er wordt gekeken naar wat een wederpartij redelijkerwijs mocht
begrijpen van de verklaring, terwijl ook de werkelijke wil van de partij een rol
speelt in de beoordeling.
Beide theorieën in het contractenrecht, de wilsleer en de verklaringsleer, hebben
zowel feitelijke als normatieve pretenties. Dit betekent dat ze niet alleen
beschrijven hoe overeenkomsten tot stand komen, maar ook voorschrijven hoe

, dit zou moeten gebeuren. De wilsleer stelt feitelijk dat overeenkomsten
afhankelijk zijn van de werkelijke wil van de partijen, en normatief dat een
overeenkomst alleen geldig zou moeten zijn als deze bedoelingen echt
overeenkomen, om misverstanden te voorkomen. De verklaringsleer beschrijft
feitelijk dat overeenkomsten worden gevormd op basis van wat naar buiten toe
is verklaard, en normatief stelt zij dat partijen moeten kunnen vertrouwen op wat
er expliciet is gezegd, om rechtszekerheid te waarborgen. Kortom, beide
theorieën bieden zowel een beschrijving van de praktijk als een visie op wat als
rechtvaardig en wenselijk wordt beschouwd in het contractenrecht.

Het is van belang feitelijke en normatieve claims uit elkaar te houden, omdat ze
verschillende benaderingen en onderbouwingen vereisen, zoals Van Gestel
opmerkt. Feitelijke claims beschrijven de werkelijkheid en vragen om
empirisch bewijs. Bijv. 'Overeenkomsten worden doorgaans op basis van de
verklaringsleer beoordeeld.’ Dit moet worden onderbouwd met gegevens zoals
jurisprudentie of praktijkvoorbeelden. Normatieve claims daarentegen gaan over
wat wenselijk of rechtvaardig zou moeten zijn. Een normatieve claim zoals
‘Overeenkomsten zouden op de wilsleer gebaseerd moeten zijn om
onrechtvaardigheid te voorkomen,’ vereist een moreel of filosofisch betoog, niet
empirisch bewijs. Het onderscheid is belangrijk om verwarring te voorkomen:
feitelijke claims kunnen niet met ethische argumenten worden ondersteund, en
normatieve claims kunnen niet enkel op feiten worden gebaseerd. Dit maakt een
heldere onderbouwing van zowel de werkelijkheid als de wenselijkheid van
bepaalde benaderingen mogelijk.

Van Gestel pleit voor de versterking van juridisch-dogmatisch onderzoek omdat
hij gelooft dat dit type onderzoek essentieel is voor het verbeteren van de
kwaliteit en effectiviteit van het juridische systeem. Juridisch-dogmatisch
onderzoek richt zich op de systematische analyse van wet- en regelgeving,
jurisprudentie en rechtsbeginselen, en helpt bij het expliciteren van
juridische normen, structuren en principes. Dit is van belang omdat het
juridische systeem steeds complexer wordt en er behoefte is aan gedegen,
diepgaande analyses die juridische concepten helder maken en een goede
basis bieden voor het rechtssysteem. Van Gestel benadrukt dat juridisch-
dogmatisch onderzoek niet alleen beschrijvend is, maar ook normatief: het
onderzoekt niet alleen hoe het recht is, maar ook hoe het zou moeten zijn. Dit
draagt bij aan het ontwikkelen van een beter begrip van de rechtsregels wat
essentieel is voor de kwaliteit van rechtsvorming en interpretatie van het recht.
Daarnaast wijst Van Gestel erop dat juridisch-dogmatisch onderzoek vaak te
weinig wordt gewaardeerd in vergelijking met andere rechtswetenschappelijk
onderzoek, zoals empirisch of interdisciplinair onderzoek. Hij vindt dat het
essentieel is om ook de dogmatische benadering sterker te maken, omdat het
fundament van het recht vaak ligt in de interpretatie en toepassing van juridische
normen, wat alleen goed kan worden gedaan met een gedegen dogmatische
basis.

Verschillen en Overeenkomsten:
overeenkomsten Stolker ● Beide zijn van mening dat juridisch onderzoek meer wetenschappelijk
en Van Gestel zou moeten worden, dat wil zeggen beter zou moeten voldoen aan
maatstaven van wetenschappelijk onderzoek, waaronder een goede
methodologische verantwoording.
● Beiden gaan ervan uit dat juridisch onderzoek altijd (deels) subjectief is.
● Beiden vinden het belangrijk dat juridisch onderzoek vernieuwend is.
● Beiden zien het belang van empirisch-juridisch onderzoek.

Documentinformatie

Geüpload op
12 december 2025
Aantal pagina's
50
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€10,18
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 45 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

7 van 8 beoordelingen worden weergegeven
2 maanden geleden

5 maanden geleden

1 maand geleden

5 maanden geleden

2 maanden geleden

5 maanden geleden

Goede samenvatting van alle teksten uit de reader! Ook fijn dat er veel voorbeelden gebruikt worden.

5 maanden geleden

3,8

8 beoordelingen

5
2
4
4
3
1
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
AnnaVUAmsterdam Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
45
Lid sinds
5 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
2 maanden geleden

3,8

8 beoordelingen

5
2
4
4
3
1
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen