Respiratie II 26-2-2013 3:50:00
ZSO1 opbouw luchtwegen
Hoe verder naar beneden, hoe kleiner de diameter (maar hogere totale
luchtwegdiameter) en hoe lager de luchtstroomsnelheid. Deze is in de
alveoli 0.
A. pulmonalis (Lage druk, lage O2)
A. Bronchialis (hoge druk, hoge O2)
Lymfevoorziening is vooral bij de hilus , dit is een dubbele voorziening
(longkanker metastasering)
Problemen in ventilatie:
1. astma en COPD
2. Emfyseem en fibrose (afname alveoli resp. Verdikking membraan)
3. vaatbedafwijkingen – embolie/pulmonal hypertensie
belangrijkste ademhalingsspier= diafragma
BAL= broncho alveolaire lavage spoeling met fysiologisch zout om zo
materiaal te verkrijgen voor diagnostiek. Zeer intensief.
- wordt vaak uitgevoerd bij immuuncompromized patienten of als je bij
herhaaldelijk AB niet opknapt en de verwekker steeds maar niet
gevonden kan worden.
Astma en COPD verlengd expirium
Hoge luchtwegobstructies verlengd expirium + insp. Stridor
Pneumothorax, obstructies, pleuravocht verzwakt ademgeruis
Bronchiecstasieen in- en expiratoire crepitaties
Slijm of bloed grove crepitaties = weghoestbaar
Pneumonie/ links decomp. fijne crepitaties
Normaalwaarden:
Fev1 2,91
VC 3,91
Tiffeneau 75% (<70=obstructie)
TLC 6,62
,FRC 3,54
TLC01 1,29
PH 7,35-7,45
PaCO2 4,7-6,0
PaO2 >10,7
BE +/- 2
polyglobulie = verhoog aantal ery’s met daarmee dus ook verhoogd
aantal HB. Behandelen door aderlating.
Pulmonale shunt= geen ventilatie, V/Q=laag
Dode ruimte ventilatie= longen worden wel geventileerd maar nier
doorbloed V/Q= oneindig hoog
Fysiologische dode ruimte
-Anatomische dode ruimte= van mond tot bronchioli
-alveolaire dode ruimte= als de alveoli niet worden doorbloed
perifere chemoreceptoren
- carotis (werkt pas bij O2 <60, en als de centrale chemo’s kapot
zijn)
- aortaboog (reageert op stijging of daling van O2)
centrale chemoreceptoren
reageren op verandering van PH (CO2) in liqour
-respiratoire stoornissen worden alleen door nieren en buffers
gecompenseerd
-metabole stoornissen kunnen metabool en respiratoir gecompenseerd
worden. (zuur/base probleem komt niet door verandering in CO2)
Acidose
-astma, COPD (stijging CO2)
Alkalose
-alveolaire hyperventilatie (daling CO2)
,
ZSO1 opbouw luchtwegen
Hoe verder naar beneden, hoe kleiner de diameter (maar hogere totale
luchtwegdiameter) en hoe lager de luchtstroomsnelheid. Deze is in de
alveoli 0.
A. pulmonalis (Lage druk, lage O2)
A. Bronchialis (hoge druk, hoge O2)
Lymfevoorziening is vooral bij de hilus , dit is een dubbele voorziening
(longkanker metastasering)
Problemen in ventilatie:
1. astma en COPD
2. Emfyseem en fibrose (afname alveoli resp. Verdikking membraan)
3. vaatbedafwijkingen – embolie/pulmonal hypertensie
belangrijkste ademhalingsspier= diafragma
BAL= broncho alveolaire lavage spoeling met fysiologisch zout om zo
materiaal te verkrijgen voor diagnostiek. Zeer intensief.
- wordt vaak uitgevoerd bij immuuncompromized patienten of als je bij
herhaaldelijk AB niet opknapt en de verwekker steeds maar niet
gevonden kan worden.
Astma en COPD verlengd expirium
Hoge luchtwegobstructies verlengd expirium + insp. Stridor
Pneumothorax, obstructies, pleuravocht verzwakt ademgeruis
Bronchiecstasieen in- en expiratoire crepitaties
Slijm of bloed grove crepitaties = weghoestbaar
Pneumonie/ links decomp. fijne crepitaties
Normaalwaarden:
Fev1 2,91
VC 3,91
Tiffeneau 75% (<70=obstructie)
TLC 6,62
,FRC 3,54
TLC01 1,29
PH 7,35-7,45
PaCO2 4,7-6,0
PaO2 >10,7
BE +/- 2
polyglobulie = verhoog aantal ery’s met daarmee dus ook verhoogd
aantal HB. Behandelen door aderlating.
Pulmonale shunt= geen ventilatie, V/Q=laag
Dode ruimte ventilatie= longen worden wel geventileerd maar nier
doorbloed V/Q= oneindig hoog
Fysiologische dode ruimte
-Anatomische dode ruimte= van mond tot bronchioli
-alveolaire dode ruimte= als de alveoli niet worden doorbloed
perifere chemoreceptoren
- carotis (werkt pas bij O2 <60, en als de centrale chemo’s kapot
zijn)
- aortaboog (reageert op stijging of daling van O2)
centrale chemoreceptoren
reageren op verandering van PH (CO2) in liqour
-respiratoire stoornissen worden alleen door nieren en buffers
gecompenseerd
-metabole stoornissen kunnen metabool en respiratoir gecompenseerd
worden. (zuur/base probleem komt niet door verandering in CO2)
Acidose
-astma, COPD (stijging CO2)
Alkalose
-alveolaire hyperventilatie (daling CO2)
,