Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting (hoorcolleges + literatuur) - Van diagnostiek naar behandeling II

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
97
Geüpload op
14-12-2025
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting van alle hoorcolleges, werkcolleges en literatuur van het vak "van diagnostiek naar behandeling II" van de master Orthopedagogiek op de Universiteit van Amsterdam in het collegejaar . Het document is ingedeeld met kopjes die je kan uitklappen zodat je overzichtelijk alles terug kan vinden en het goed kan gebruiken voor leren! (Je mag me ook mailen op mijn studentenmail: voor korting!) De samengevatte literatuur in deze samenvatting is: - Hoofdstuk 3, 4, en 6 t/m 11 van het handboek Inleiding tot de Gedragstherapie - Van der Schaaf, S. (2015). Feedback informed treatment. Kind & Adolescent Praktijk, 14(2), 4-11. - Federatie Medisch Specialisten (2024). Handreiking gebruik AI-chatbots door zorgverleners. - Staff, A., Van Den Hoofdakker, B., Van Der Oord, S., Oosterlaan, J., & Luman, M. (2021). ADHD in de klas: Help leerkracht met korte training op maat. Kind & Adolescent Praktijk, 20(3), 28-34. - Deković, M. (2010). Effecten van interventies: baat het niet, dan schaadt het niet? Kind en Adolescent, 31(2), 98-101. - Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2008). A self-determination theory approach to psychotherapy: The motivational basis for effective change. Canadian Psychology, 49(3), 186-193. - Hall, K., Gibbie, T., & Lubman, D. I. (2012). Motivational interviewing techniques: Facilitating behaviour change in the general practice setting. Australian Family Physician, 41(9), 660-667. - Van Hulst et al. (2025) Are we over-pathologising young people’s mental health? Locked inside our own building – on disorderism and the need to deflate our language. Child and Adolescent Mental Health (online first). - Maric, M. (2017). Het overbruggen van de kloof tussen klinisch onderzoek en de praktijk van kinder- en jeugdpsychotherapie. Tijdschrift voor Psychotherapie, 43(3), 204-215. - NJI (2024) Kies erkend, krijg erkenning. Criteria . Alleen de criteria voor effectiviteit (pagina 21-23)

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Van Diagnostiek naar Behandeling II
Week 1
Hoorcollege 1
N=1
Een N=1 is bij één persoon dingen laten registreren, om tot een conclusie te komen. Ofwel:
herhaaldelijke metingen bij 1 cliënt. Bijvoorbeeld een vragenlijst laten invullen of een
dagboek door cliënt.
Wat kun je ermee?
Het is een manier om samen met je cliënt te onderzoeken wat er aan de hand is. Kijk wanneer
de problemen spelen: wat gaat ermee samen?
Je kunt er het volgende mee onderzoeken:
 In standhoudende factoren
 Veranderingsgerichte hypothesen
 Effect van de behandeling
Dit gebeurt vanuit de wortels van de (cognitieve) gedragstherapie.
Het diagnostisch proces in D&B II
 Klachtanalyse
 Probleemanalyse
 Topografische analyse
 Functieanalyse
 Betekenisanalyse
 Hypothesen
 Registratie
 Manipulatie
 Analyse
 Behandelplan
 Reflectie
Verklarende analyse
We gaan proberen te verklaren waar het gedrag vandaan komt en hoe het in stand gehouden
wordt. Waarom speelt dit gedrag bij deze cliënt?
Denken als een gedragstherapeut
Mantra van de gedragstherapeut:
“Elk gedrag is een zinvolle reactie op een betekenisvolle situatie”
De gedragstherapeut maakt altijd deze analyse: waarom is het voor deze cliënt zinvol om deze
reactie uit te voeren?
Dit kan je ook invullen in het ABC-schema:

,  Antecedent: betekenisvolle situatie
 Behavior: gedrag
 Consequent: zinvolle reactie
ABC-schema
Gedrag
Je wilt een concrete beschrijving van het probleemgedrag achterhalen. Dit kan op
verschillende niveaus:
 Verbaal (overt): uitingen  schelden, argumenteren, weerwoord blijven geven
 Verbaal (covert): gedachten  verbale dingen die je denkt in je hoofd
 Psychofysiologisch: wat gebeurt er in mijn lichaam?  warm, hart klopt sneller
 Motorisch: wat vertoon ik met mijn lichaam?  weglopen, dreigende houding
 Gedragstekort?  welk gedrag vertoont iemand misschien niet?
Antecedent
Wat gaat er allemaal vooraf aan het probleemgedrag (of juist niet)? Bijvoorbeeld:
 Externe stimuli: dingen in de omgeving die je gedrag triggeren
 Interne stimuli: iets van binnenuit dat triggert
 Bredere situaties: wat voor situaties triggeren het wel en niet?  denk aan
bijvoorbeeld op school of thuis
 Inhibitorische stimuli: wat zorgt ervoor dat het gedrag niet of minder vertoond
wordt?
Consequent
Wat zijn de gevolgen van het gedrag? Bijvoorbeeld:
 Intern: gevoel en gedachten
 Extern: gedrag  bijvoorbeeld elke keer door je moeder geknuffeld worden als je
ruzie hebt gehad: je wordt eigenlijk beloond
 Bij zelf en bij anderen: hoe heeft de omgeving er last van?
 Op korte en lange termijn: je ziet vaak dat de korte-termijn consequenties belonend
zijn.
Werkcollege 1
Het eerste gesprek
Doelen van het eerste gesprek:
1. Opbouwen van de werkrelatie
2. Informatie uitwisselen:
a. Vertellen wat er gaat gebeuren
b. Informatie krijgen van de cliënt
Werkrelatie opbouwen
3 dingen belangrijk voor een goede werkrelatie:

, 1. Affectieve band
2. Overeenstemming over activiteiten
3. Overeenstemming over doelen
Jongeren vinden vooral de affectieve band belangrijk: als ze gevoelsmatig geen klik ervaren,
houden ze er al snel mee op.
Er zijn wel eens mensen die zeggen dat een therapeutische relatie voldoende is voor hulp. Dit
is niet zo: een therapeut moet nog extra vaardigheden in huis hebben. Besef: de relatie is de
basis en vanuit daar kun je gaan kijken wat je kan doen om je cliënt te helpen.
Hoe bouw je een goede werkrelatie op?
 Empathische houding: erkennen dat het zwaar is voor iemand. Pas op met ‘begrijp ik’:
je hebt het niet altijd zelf meegemaakt, dus je begrijpt het niet. Zeg eerder: ‘jeetje wat
heftig lijkt me dat’.
 Samenwerkende houding
 Transparante communicatie: bijvoorbeeld communiceren dat je sommige dingen niet
geheim mag houden, zoals mishandeling
 Expliciet aandacht aan de werkrelatie besteden: vragen hoe je cliënt dit voelt. Dit kan
je doen d.m.v. Feedback Informed Treatment  een methode om feedback te
krijgen (SRS).
o Alles wat je doet als hulpverlener wordt effectief als je FIT toepast.
Hoe gebruik je de SRS?
 Ter afronding van elk gesprek: invullen en bespreken. Vragen die je kan stellen zijn:
o “Wat maakt dat je deze score invulde?”
o “Wanneer zou de score omhoog gaan, wat kan ik anders doen?”
 Let op: het is spannend maar reëel  geen enkele therapeut is perfect voor elke cliënt.
Het is een kwestie van afstemming: weten wat je cliënt fijn vindt/nodig heeft.
 DUS: sta oprecht open voor kritiek
 EN: doe niet niks met de feedback! Pas het toe, verbeter je handelen.
ORS: hoe gaat het met u?
Los van het onderzoeken hoe het gaat met de werkrelatie, kijk je ook hoe het met de cliënt
gaat. Als het slechter gaat, bespreek je dit ook even. Ook kan je het oplossingsgericht
insteken: het gaat beter, hoe kan dat?
Waarom neem je dit af?
 Checken of de behandeling wel leidt tot een verbetering in het welbevinden
 Aan de cliënt laten zien dat het welbevinden centraal staat
Klachtanalyse uitvragen
 Jij wilt de klachten begrijpen
o Leg wel aan de cliënt uit waarom je de vragen stelt: om echt te begrijpen wat
er nou speelt bij die cliënt
 Dit doe je door te concretiseren: wat en waarom?

, Paragraaf 1 in het N=1 verslag
1. Inhoud van het probleemgedrag. Omschrijf het geselecteerde probleemgedrag en de
bijbehorende klachten in termen van observeerbaar, concreet gedrag.
2. Duur en frequentie. Hoe lang speelt dit al, en hoe vaak komt het voor? Is het
probleem gedrag stabiel of wisselend?
3. Aanleiding. Lijkt er een aanleiding te zijn voor het probleemgedrag? Is er
bijvoorbeeld iets bijzonders gebeurd of waren er grote veranderingen in de periode dat
het begon?
4. Gevolgen. Wat zijn de gevolgen van het probleemgedrag voor de cliënt? In welke
mate verstoort dit het functioneren? En wat voor invloed heeft het probleemgedrag op
anderen?
5. Antecedenten: Wat gaat vooraf aan het probleemgedrag? Zijn er factoren die het
probleemgedrag uitlokken of juist verhinderen? In welke situaties komt het
probleemgedrag voor, of juist niet? (Deze informatie heb je nodig om voor jezelf een
ABC schema uit te denken.)  anders dan een aanleiding: antecedenten zijn triggers
in dit moment. Aanleidingen waren vroeger hetgeen wat voor de problemen nu
gezorgd heeft.
6. Genomen maatregelen en effecten. Heeft jouw cliënt eerder geprobeerd iets te
veranderen en wat was het resultaat daarvan?
7. Attributies. Dit zijn de hypothesen die je cliënt zelf heeft. Oftewel: Wat is volgens
jouw cliënt de oorzaak van het probleemgedrag?
8. Positieve uitzonderingen. Zijn er momenten dat de antecedent er wel is, zonder het
probleemgedrag? Hoe krijgt je cliënt dat voor elkaar op dat moment? Wat heeft je cli-
ent dus (misschien onbewust) al aan oplossingen in huis?  ook belangrijk voor de
antecedenten: je wilt ook weten wanneer het niet optreedt. Hierdoor ga je begrijpen
waarom het wel optreedt.
9. Hulpvragen, wensen en verwachtingen. Wat wil jouw cliënt bereiken met een
eventuele behandeling (stel eventueel de wondervraag)? Beschrijf hier het doel en de
hulpvragen van jouw cliënt zo concreet mogelijk
Concretiseren
Zolang mensen verschillende interpretaties kunnen hebben bij wat er opgeschreven is, is het
niet concreet is.
Concretiseren is doorvragen. Bij gedrag doe je dat zo:
 “U zegt… Kunt u daar wat meer over vertellen?”
 “Hoe vaak komt het dan voor op een dag?”
 “Kunt u daar een voorbeeld van geven?”
 “Als Youri zich agressief gedraagt, wat doe hij dan?”
 “Kunt u beschrijven wat u op zo’n moment denkt?”
 “Merkt u het ook aan uw lichaam?”
 “Wat zegt of doet u dan, op zo’n moment?”
 “Hoe bang voelt u zich dan, op een schaal van 1-10?”
Bij antecedenten doe je dit zo:
 “Op wat voor momenten heeft u dit?”

Documentinformatie

Geüpload op
14 december 2025
Aantal pagina's
97
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€10,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
jsvvisch
4,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
jsvvisch Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
2
Laatst verkocht
11 maanden geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen