INLEIDING STRAFRECHT DEEL 2
7. Inleiding strafprocesrecht
Leerdoelen:
• diverse procesdeelnemers van het strafproces;
• de inhoud van het verdenkingsbegrip en de verschillende gradaties van verdenking;
• u kent het verschil tussen een verdenking en een verdachte en u kunt een
eenvoudige casus oplossen waarin het verdenkingsbegrip een rol speelt;
• het verloop van een strafproces met bijbehorende actoren en fasen;
• het belang van het op waarde schatten van een zorgvuldig evenwicht tussen
instrumentaliteit en rechtsbescherming, met name in het voorbereidend onderzoek
en u herkent dit evenwicht binnen de verschillende wettelijke bepalingen die van
belang zijn met betrekking tot de opsporingsfase.
7.1 Algemeen
- Wat er precies is gebeurd en welke personen daarbij betrokken zijn geweest
- Wetboek van Strafvordering / strafprocesrecht / formeel strafrecht / strafvordering
7.2 Een eenvoudige strafzaak
Het verloop van het onderzoek in een concrete zaak hangt af van de feiten en
omstandigheden in die zaak.
(Lees de zaak p 149-151)
Er zijn 3 invalshoeken:
1) Welke personen en instanties spelen een rol bij het strafproces?
2) Uit welke fasen bestaat het strafprocesrecht?
3) Op welke manier mogen de strafrechtelijke overheidsorganen optreden?
7.3 Procesdeelnemers
7.3.1 Algemeen
Verdenking =
, 2
Op grond van feiten en omstandigheden die worden geconstateerd in een
bepaald strafrechtelijk onderzoek, kan het redelijke vermoeden ontstaan dat
een strafbaar feit heeft plaatsgevonden
Verdachte =
Dat een bepaalde persoon dat feit heeft begaan
Vermoedelijke dader
Raadsman =
De advocaat
Verdediging =
Verdachte en de raadsman
Getuige =
Persoon die waargenomen heeft wat er is gebeurd
Slachtoffer =
Art 51 aa – 51 g Sv: slachtoffers hebben bepaalde rechten in het strafproces
Benadeelde persoon heeft het recht een civielrechtelijke schadeclaim in te
dienen die in geval van een veroordeling door de strafrechter kan worden
toegewezen (art 51f Sv)
Spreekrecht =
Dat tijdens het onderzoek ter terechtzitting mag vertellen over bijvoorbeeld de
gevolgen die het strafbare feit voor heb hebben gehad (art 51e Sv)
Deskundige =
Hebben de opdracht bepaald onderzoek uit te voeren
, 3
Forensisch deskundigen:
Deskundigen die speciaal onderzoek verrichten voor een rechter
Rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad =
Arrondissement
• Het rechtsgebied van een rechtbank
• Nederland telt 11 arrondissementen
Rechtbank
• In ieder arrondissement is 1 rechtbank gevestigd
• Behandelt alle zaken in eerste aanleg
• Kamers binnen de rechtbank:
• Enkelvoudige kamer: 1 rechter
Kantonrechter: behandelt overtredingen (art. 382 Sv)
Politierechter: behandelt eenvoudige misdrijven (art.
368 Sv)
• Meervoudige kamer: 3 rechters, waarvan 1 voorzitter (art.
369 lid 2 Sv)
• Kinderrechter: zaken met minderjarigen, 1 of 3 rechters
Ressort
• Het rechtsgebied van een gerechtshof
• Nederland telt 4 ressorten
Gerechtshof
• Verbonden aan een ressort
• Behandelt zaken in hoger beroep
• Rechters worden raadsheren genoemd
• Rechter-commissaris / raadsheer-commissaris: neemt alleen deel aan
het onderzoek voorafgaand aan de zitting
Hoge Raad
• Hoogste rechterlijke instantie in strafzaken
• Gevestigd in Den Haag
• Samenstelling:
, 4
o Raadsheren (rechters)
o Advocaten-generaal (AG’s): hebben een adviserende functie, hun
adviezen heten conclusies
• Procureur-generaal (PG): hoofd van de advocaten-generaal
Politie =
In de wet spreekt men van opsporingsambtenaren en niet van politieambtenaren
(art 141 en 142 Sv.)
Openbaar ministerie =
• Art 9 Sv: Het OM is de instantie die de beslissing neemt om een zaak aan de
rechter voor te leggen
• Het OM heeft de verantwoordelijkheid over het opsporingsonderzoek
• Ieder arrondissement heeft een eigen bureau van het OM (= parket)
• Bij de rechtbank: arrondissementsparket
▪ Werken officieren van justitie onder leiding
van een hoofdofficier van justitie
• Bij gerechtshof: ressortparket
▪ Werken advocaten –generaal (AG) onder
leiding van hoofd advocaat – generaal
• Landelijk parket:
• Voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit
• Functioneel parket:
• Voor de opsporing en vervolging van milieudelicten, economische
delicten en fraude
De leiding van het gehele OM is in handen van college van procureurs-
generaal (art 130 RO)
De Minister van Justitie en Veiligheid is de politiek verantwoordelijk voor het
gehele OM.
Bepaalde hogere politiefunctionarissen zijn hulpofficier van justitie (art 146 a Sv)
Art 151 a Sv
Art 53 en 54 Sv