zorg
Het onderscheid tussen collectieve en private financiering van
gezondheidszorg uitleggen en relateren aan het begrip solidariteit:
Collectieve financiering
Hierbij worden de middelen voor de zorg opgebracht via verplichte heffingen
zoals belastingen of sociale premies
De Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz)
De overheid bepaalt in hoge mate de regels, wie moet bijdragen en wie recht
heeft op zorg.
o Kenmerkend is de verplichte deelname: iedereen draagt bij, ongeacht of
men op korte termijn zorg gebruikt of niet.
o De risico’s van ziekte en zorggebruik worden hierdoor gespreid over de
gehele bevolking.
Private financiering
Dit betreft zorguitgaven die individuen zelf bekostigen, bijvoorbeeld via
aanvullende zorgverzekeringen of directe betalingen
De toegang tot en omvang van zorg wordt in dat geval bepaald door de
betaalcapaciteit van het individu en/of door commerciële
verzekeringsvoorwaarden.
o Hier is er dus geen of slechts beperkte risicosolidariteit; wie een hoog
risico heeft (bijvoorbeeld door chronische ziekte) betaalt doorgaans meer,
of komt moeilijker aan dekking.
o Private financiering vergroot de rol van marktwerking en keuzevrijheid,
maar legt ook meer verantwoordelijkheid en risico bij het individu.
Hoe meer collectief gefinancierd, hoe sterker de risicospreiding en
inkomenssolidariteit; hoe meer privaat gefinancierd, hoe groter de rol van
individuele verantwoordelijkheid en het risico op ongelijkheid in toegang tot
zorg.
De omvang en ontwikkeling van de gezondheidszorg in termen van collectief
gefinancierde uitgaven aan de hand van cijfers beschrijven en relateren aan
de omvang en ontwikkeling van andere overheidsuitgaven;
De uitgaven aan de gezondheidszorg ten opzichte van het bbp stegen in 2024
naar 10%. Dus 10% van het bbp wordt besteed aan de zorg (in 1970 was dit
rond de 4/5%)
De zorg is een van de snelst groeiende en grootste collectieve uitgavenposten
De oorzaken en economische gevolgen van stijgende collectief gefinancierde
uitgaven aan gezondheidszorg uitleggen
De stijging komt door vergrijzing, nieuwe dure medische technologie,
welvaartsstijging (hogere verwachtingen van kwaliteit en toegankelijkheid zorg)
en beleidskeuzes (brede dekking basispakket en kleine eigen bijdrage)
De economische gevolgen zijn: meer druk op de overheidsfinanciën,
verschuivingen op de arbeidsmarkt, potentiële rem op economische groei door
lastenverzwaring, maar ook baten in de vorm van gezondere en productievere
burgers
Mogelijke beleidsopties noemen om de collectief gefinancierde uitgaven aan
gezondheidszorg te beheersen
Oplossingen: hogere premies/belastingen of hogere eigen bijdragen (waardoor
zorg minder toegankelijk wordt)
Verlagen eigen risico: premie omhoog en mensen worden minder prijsgevoelig
Bezuinigingen in de zorg, bv door het basispakket aan te passen
, Maar ook oplossingen gericht op preventie, e-health en alleen de goedkoopste
variant van geneesmiddel vergoeden
In verschillende situaties van schaarste een eenvoudig keuzeprobleem
economisch rationeel oplossen.
Tijd en geld zijn schaars, ze zijn alternatief aanwendbaar je kan kiezen voor
het één of voor het ander kosten-baten afwegen = rationeel denken
Opportuniteitskosten: de gemiste opbrengsten van het beste niet-gekozen
alternatief
Marginaal: de verandering die optreedt als je één extra eenheid toevoegt of
weghaalt
collectieve zorguitgaven
zorgquote=
bruto binnenlands product
Extra!
Baumol’s cost disease: lonen in de arbeidsintensieve sector (zorg) stijgen, zonder dat
de productiviteit toeneemt. Deze lonen stijgen, omdat ze mee moeten gaan in de
lonen van sectoren waar de productiviteit wel stijgt. In de zorg is verdere
arbeidsproductiviteit niet mogelijk, waardoor de hogere lonen niet terugverdient
kunnen worden en de zorg dus duurder wordt.
K | C7 | Economie | Marktfalen en overheidsingrijpen vanwege
tekortkomingen bij de vraag naar gezondheid en zorg
De werking van het prijsmechanisme op een perfect competitieve markt
analyseren;
Vier voorwaarden voor perfecte marktwerking:
Aanbieders verkopen allemaal hetzelfde product (als consument maakt het dan
niet uit waar je iets koopt, omdat ze allemaal hetzelfde product verkopen
homogene producten)
Aanbieders zijn prijsnemers (ze beschikken niet over de macht om hun prijs te
veranderen om hun winst te vergroten)
Toe- en uittreding is vrij (iedereen kan de markt betreden en weer verlaten)
Aanbieders en vragers beschikken over perfecte informatie
Als dit model geldt, ontstaat er automatisch een evenwicht. Als een van
bovenstaande niet geldt, ontstaat marktfalen (in zorgsector vooral door
informatieprobleem)
- Bij sprake van aanbod- of vraagoverschot is er een verschuiving langs de
vraagcurve
- Als bij dezelfde prijs meer of minder wordt gevraagd is er een verschuiving van
de gehele vraagcurve (naar links: bij dezelfde prijs wordt minder gevraagd, naar
rechts: bij dezelfde prijs wordt meer gevraagd)
Het economisch elasticiteitsbegrip uitleggen en 3 typen elasticiteiten
uitrekenen en interpreteren;
Elasticiteit: Hoe sterk de vraag/aanbod reageert op een verandering van de prijs
procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid %Q
Prijselasticiteit v.d. vraag = =
procentuele verandering van de prijs %P
Inelastisch: veranderd zwak op prijsverandering: ligt tussen -1 en 0
Elastisch: veranderd sterk op prijsverandering: ligt onder de -1
%Q
Je gebruikt bij een vraag waarbij je Q wil weten
%P
%Q 1
Je gebruikt ∙ bij een vraag waar je P wil weten
%P hellingshoek
, Kruislingse prijselasticiteit: hoe de vraag naar een bepaald goed reageert op de
verandering van de prijs van een ander goed
%Q2
Kruislingse prijselasticiteit =
% P1
Complementair: producten worden in combinatie gebruikt: negatief
Substitutie: of de ene of de andere (koffie en thee): positief
(prijselasticiteit is hoger, omdat het ene product vervangen wordt door het
andere)
Inkomenselasticiteit: een indicator voor hoe de gevraagde hoeveelheid
veranderd als het inkomen veranderd
procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid %Q
Inkomenselasticiteit: η= =
procentuele verandering van het inkomen %Y
Luxegoederen: boven 1 neemt meer dan evenredig toe (bv de zorg)
Noodzakelijke goederen (primair): tussen 0 en 1
Inferieure goederen: onder 0 (bijvoorbeeld b-merken, wordt tijdelijk
gebruik van gemaakt, maar zodra het niet meer nodig is, liever niet)
Analyseren hoe bij de vraag naar gezondheid en zorg niet wordt voldaan aan
de voorwaarden voor perfecte marktwerking en beschrijven welke gevolgen
dit kan hebben voor de toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid van
zorg.
1) Economisch kortzichtig en risicovol gedrag
- De zorg is een investeringsgoed: de kosten zijn nu, maar de baten komen pas
later. Bijvoorbeeld preventie en een gezonde leefstijl. Mensen zijn bijziend; ze
zien alleen de kosten van nu en niet de voordelen van later. Dit is anders dan
een consumptiegoed waar kosten en baten gelijktijdig vallen, bijvoorbeeld het
kopen van een koffie of laptop.
- Mensen zijn meer met hun eigen private kosten bezig, dan met de
maatschappelijke voordelen. Directe kosten van ziek zijn, zijn de extra uitgaven
aan de gezondheidszorg, maar de indirecte kosten zijn het extra ziekteverzuim.
2) Positieve externe effecten
- Als de overheid zich niet hiermee bemoeit, vindt er onderconsumptie plaats:
mensen houden dan geen rekening met de voordelen voor de samenleving,
maar alleen met de kosten voor henzelf, denk hierbij aan vaccinaties
3) Informatienadeel
- Voor een goed functionerende markt moeten vragers en aanbieders
gelijkwaardig en goed geïnformeerd zijn dit is niet het geval in de
gezondheidszorg omdat informatie ongelijk verdeeld is (arts-patiënt)
- Ongelijk verdeelde informatie: principaal-agent probleem
Principaal: relatief slecht geïnformeerde partij
Agent: relatief goed geïnformeerde partij
- Risico als de agent een ander belang heeft dan het beste voor de principaal
(immoreel gedrag mogelijk/moreel gevaar)
- Je moet er als principaal op vertrouwen dat de agent keuzes maakt die ten
goede komen van de principaal en niet met financiële onderliggende redenen
Instrumenten die de overheid heeft om bij de vraag naar gezondheid en
zorg corrigerend op te treden vanuit economisch perspectief uitleggen.
- Belasting op ‘ongezonde producten’, zoals tabak, alcohol en eventueel suiker
, Deze wordt opgelegd aan de aanbieder, dit is administratief handiger en
het is gunstiger voor de consument, omdat de aanbieder een deel van de
belasting betaalt, omdat het product anders te duur wordt
- Nudging: vrijblijvende duwtjes in de goede richting van de overheid om een
bepaald doel te behalen, vaak op speelse wijze
- Financiële beloning: bv om medicatietrouw te verhogen
- Gratis vaccinaties voor kinderen
K | C10 | Economie | Marktfalen en overheidsingrijpen vanwege dominante
marktposities, ‘adverse selection’ en ‘moral hazard’
Analyseren hoe aan de aanbodzijde van zorgmarkten niet wordt voldaan aan
de voorwaarden voor perfecte marktwerking en beschrijven welke gevolgen
dit kan hebben voor de toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid van
zorg
De zorgmarkt werkt op veel vlakken anders dan een perfecte marktwerking:
- Externaliteiten: gevolgen van productie of consumptie die niet worden
weerspiegeld in de prijs en vervolgens derden raken (dus niet betrokken bij de
transactie), bijkomstige effecten dus
Positief: vaccinatie
Negatief: roken (meeroken als je in dezelfde ruimte bent, als waar gerookt
wordt
- Altruïsme: handelen waarbij het belang van andere mensen voorop staat,
zonder daar zelf iets voor terug te willen
De gevolgen van het feit dat de zorgmarkt geen perfecte marktwerking is:
1) Beperkte concurrentie: lage prikkel voor verzekeraars om de prikkel te
verlagen of kwaliteit te verbeteren
2) Informatieproblemen, zoals adverse selection en moral hazard
3) Overheidsingrijpen is noodzakelijk
Interpersonele relatie/motivatie
- Betere gezondheid van persoon B is relevant voor persoon A
- Je krijgt op drie manieren betalingsbereidheid van persoon A voor persoon B:
1) Egoïstische motivatie: vooral handelen vanuit eigenbelang. Het doel is het
vergroten van het eigen voordeel zonder dat het welzijn van de andere
centraal staat
Angst om ziek te worden van persoon B laat persoon A betalen
Een arts kiest voor een specialisatie die meer verdient ipv voor huisarts,
waar veel meer behoefte aan is.
2) Paternalistisch altruïsme: de persoon wil anderen helpen, maar bepaalt zelf
wat goed is voor die ander