Week 1: Methodologische reflectie en het methodendebat...................................2
Stolker................................................................................................................. 2
Van Gestel........................................................................................................... 4
Vergelijking Stolker en Van Gestel......................................................................6
Week 2: Juridisch-dogmatisch onderzoek...............................................................7
Scholten.............................................................................................................. 7
Van Ettekoven..................................................................................................... 8
Van den Berge................................................................................................... 10
Smith & Kloosterhuis......................................................................................... 11
Vergelijking Van Ettekoven, Van den Berge en Smith & Kloosterhuis...............12
Week 3: Rechtsvergelijking.................................................................................. 13
Oderkerk........................................................................................................... 13
Mousourakis...................................................................................................... 14
Cupido............................................................................................................... 15
Vergelijking Oderkerk, Mousouraki en Cupido...................................................16
Week 4: De sociaalwetenschappelijke bestudering van het recht........................17
Mascini.............................................................................................................. 17
Baarda & Van der Hulst..................................................................................... 18
Van Dijck........................................................................................................... 19
Geeraets & Maas............................................................................................... 20
Wijntjens & Van Dijck........................................................................................ 21
Vergelijking auteurs week 4.............................................................................. 22
Week 5: Normatief kader...................................................................................... 24
Kelsen................................................................................................................ 24
Taekema & Van der Burg.................................................................................. 25
Van den Broeke................................................................................................. 26
Vergelijking Kelsen, Taekema & Van der Burg en Van den Broeke...................27
Week 6: Van onderzoeksopzet naar scriptie.........................................................28
Verschuren & Doorewaard................................................................................ 28
Van der Burg..................................................................................................... 30
Van de UvA naar de Zuidas............................................................................... 32
1
,Week 1: Methodologische reflectie en het methodendebat
Stolker
Wrongful life-casus als startpunt
Meisje met zware handicap stelt LUMC aansprakelijk voor haar geboorte; verwijt: geen prenataal
onderzoek → geen mogelijkheid tot abortus.
Verschillende landen beoordelen wrongful life-claims zeer verschillend.
Vergelijkingsmaatstaf (situatie mét fout vs. zonder fout) werkt niet, omdat alternatief "niet-
bestaan" is.
Laat volgens Stolker zien hoe normen, waarden en maatschappelijke opvattingen onlosmakelijk
deel zijn van het recht.
Is recht een wetenschap?
Posner: recht is geen echte wetenschap; slechts een blueprint.
Klassieke wetenschapsopvatting (natuurwetenschap) werkt niet voor het recht: recht is niet puur
meetbaar of objectief.
Rechtswetenschap bevat zowel descriptieve als normatieve elementen.
Inzichten uit gedragswetenschappen laten zien dat interpretatie en context onvermijdelijk zijn →
belangrijk ook in het recht.
Wat is recht volgens Stolker?
Holmes: recht = voorspelling van wat de rechter zal doen.
Recht vervult functies: ordening maatschappij, geschilbeslechting, handhaving.
Rechter moet rekening houden met algemeen erkende rechtsbeginselen én in Nederland
levende overtuigingen (art. 3:12 BW).
Rechtswetenschapper zoekt samenhang en verklaart ontwikkelingen; draagt bij aan voorspellen
en systematiseren van recht.
Kwetsbaarheid van de rechtswetenschap
A. Samenval onderzoeker ↔ onderzoeksobject
Jurist onderzoekt een systeem waar hij zelf onderdeel van is.
Dit vergroot normativiteit en maakt volledig objectieve afstand moeilijk.
Reflectie op de persoon van de onderzoeker is essentieel.
B. Verwevenheid met de praktijk
Rechtspraak en rechtswetenschap lopen door elkaar.
Gevaar: belangenverstrengeling (bijv. hoogleraar die ook advocaat is).
Maar ook voordeel: recht wordt begrepen in concrete context.
C. Normativiteit (is vs. ought)
Rechtswetenschap is sterk normatief → gaat vaak over wat het recht zou moeten zijn.
In tegenstelling tot andere wetenschappen, die meestal beschrijven wat is.
2
,Kenmerken van rechtswetenschappelijk onderzoek
Onderzoeksobject: recht in maatschappelijke context.
Formulering van een duidelijke onderzoeksvraag.
Verzamelen, ordenen, analyseren en interpreteren van materiaal.
Gericht op debat, theorieontwikkeling en vergroten van kennis.
Zoeken naar systematiek en samenhang in het recht.
Waakzaamheid voor normativiteit en eigen oordelen.
Oog voor empirische inzichten, maar klassiek juridisch onderzoek is niet primair empirisch.
Minimale methodische consensus is nodig voor kwaliteit.
Belangrijke conclusies van Stolker
Meer toetsbaarheid → hoger wetenschappelijk gehalte.
Rechtswetenschap moet transparant zijn over methode, positie onderzoeker en mogelijke
belangen.
Interactie met andere wetenschappen is noodzakelijk om de discipline te versterken.
Innovatie, durf en voortdurende reflectie zijn essentieel voor wetenschappelijkheid.
Rechtswetenschap is een open systeem: geen absolute waarheden, altijd in context.
Aanbevelingen van Stolker
Meer aandacht voor onderzoeksmethoden en -technieken in opleidingen.
Meer openheid over belangen en financiering van onderzoek.
Verbeteren van kwaliteitsbewaking → behoefte aan peer-reviewed journals en rankings.
Meer empirisch onderzoek naast theoretische reflectie.
Internationale oriëntatie versterken; niet alleen publiceren voor Nederlandse markt.
Versterken interfacultaire samenwerking binnen universiteiten.
Centrale boodschap van Stolker
Rechtswetenschap moet zich expliciet ontwikkelen als wetenschap door methodische
helderheid, toetsbaarheid, interdisciplinariteit en zelfreflectie te versterken.
De rechtswetenschapper moet zich onderscheiden van de advocaat of rechter door
wetenschappelijke afstand, transparantie en kritische analyse.
3
, Van Gestel
Probleemstelling: waarom dreigt juridisch-dogmatisch onderzoek te verschralen?
Financiering beloont vooral empirisch, interdisciplinair en internationaal onderzoek.
Engelstalige output weegt vaak zwaarder dan Nederlandstalige dogmatiek.
Basisgebieden van het Nederlandse recht worden minder ontwikkeld.
Commissieleden (vaak niet-juristen) herkennen dogmatische kwaliteit niet.
Dogmatici expliciteren hun methoden te weinig → onbegrip bij beoordelaars.
Wat is juridisch-dogmatisch onderzoek volgens Van Gestel?
Onderzoek naar geldend recht + normatieve grondslagen + historische/contextuele ontwikkeling.
Doelen: beschrijven, duiden, systematiseren, vergelijken, bekritiseren en voorstellen doen.
Rechtswetenschapper hoeft niet binnen “het systeem” te blijven zoals een rechter.
Dogmaticus kiest eigen invalshoek, verzamelt eigen bewijsmateriaal en kan normatief én
theoretisch werken.
Geen statisch, samenhangend systeem → verschillende deelsystemen + pluraliteit van waarden.
Misvattingen die Van Gestel bestrijdt
Misvatting 1: dogmatici zijn per definitie interne deelnemers aan het systeem.
→ Zij kunnen juist een extern, verklarend of evaluatief perspectief aannemen.
Misvatting 2: theoretisch kader en object vallen samen.
→ Rechters beslissen zaken, maar voeren geen wetenschappelijk debat; wetenschappers kunnen
zich vrijer positioneren.
Kwaliteitsproblemen die hij signaleert
Vaag of ontbrekend methodologisch kader.
Onvoldoende explicitering van normatieve criteria bij evaluaties.
Geen duidelijk toetsingskader → niet navolgbaar voor derden.
Te snelle overgang van evaluatie naar aanbeveling zonder empirische of theoretische
onderbouwing.
Onvoldoende transparantie over bronnenselectie.
Gevaar van advocacy scholarship: selectief bronnengebruik door normatieve voorkeuren.
Digitalisering → focus op makkelijk vindbare bronnen, risico op verwaarlozing van niet-digitale
literatuur.
Meergelaagdheid → noodzaak tot EU/EVRM-checks die vaak ontbreken.
Gebrek aan uniforme peer review en kwaliteitsborging binnen het vakgebied.
Kwaliteitscriteria die volgens Van Gestel belangrijk zijn
Heldere, afgebakende en wetenschappelijk relevante onderzoeksvraag.
Expliciete argumentatie en transparante verantwoording van keuzes.
Evenwichtig bronnengebruik; systematische literatuurstudie.
Neutrale en eerlijke weergave van tegenargumenten.
Theorie- of conceptuele bijdrage moet duidelijk worden gemaakt.
Methodes moeten passen bij de vraag en worden toegelicht.
Claims moeten controleerbaar en verdedigbaar zijn.
4