Rechten 2BA 2025
Inleiding
Verbintenissenrecht (VBR)
= “Moeder van het recht”
= Kern van het privaatrecht: regelt rechtsverhoudingen tussen individuen (>< publiek recht)
Die individuen = titularis ve subjectief recht (zowel natuurlijke persoon als rechtspersoon)
Bronnen van verbintenissen
Art. 5.3, eerste lid BW
● VB > eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen
○ = Een handeling die rechtsgevolgen creëert
■ Eenzijdig bv. een aanbod doen
■ Meerzijdig bv. een koop
● VB > rechtsfeiten
○ = Een handeling waarvan de bedoeling niet was rechtsgevolgen te creëren,
maar dat toch gebeurt bv. vandalisme
■ Buitencontractuele aansprakelijkheid (BCA)
■ Oneigenlijke contracten (zaakwaarneming, onverschuldigde betaling
en ongerechtvaardigde verrijking)
VB zijn ingebakken in het dagelijks leven! bv. aankoop brood, aangaan huwelijk, social
media gebruiken, etc.
VBR heeft een bijzondere status verkregen door haar doelstellingen:
- Bindende kracht overeenkomst → efficiënt en rechtszeker verloop van rechtsverkeer
- Contractsvrijheid → steunend op individuele vrijheid en autonomie
- Maatschappelijke rechtvaardigheid (in praktijk niet altijd, maar wel doel van Wg)
VBR heeft een evolutie gekend van oud naar nieuw recht
→ Temporele werking: owv rechtszekerheid is oud VBR op oudere VB nog van toepassing
⇒ Oud en nieuw VB zullen lange tijd naast elkaar bestaan!
Boek 1 BW: “Algemene bepalingen”
● Principes
○ Transversale werking: geldt voor heel het privaatrecht, maar van groot belang
voor VBR
○ Geeft definities van bronnen, rechtshandeling, wilsuiting, afstand van recht,
etc.
○ Gelaagde structuur: algemeen → bijzonder
○ Keuze voor algemeen begrippenkader verdient goedkeuring
● Maar ook kritiek
○ Vragen bij totstandkoming
○ Summier wetboek
Z. Poreba 1
, ○ Waarom bepaalde begrippen wel of niet gedefinieerd in Boek 1?
Boek 5 BW: “Verbintenissen”
● Evolutie, geen revolutie
○ Gaat hervorming ver genoeg? Voldoende aandacht voor recente tendenzen?
(bv. duurzaamheid)
○ Voldoende verantwoording voor gemaakte keuzes?
● Modernisering
○ Terminologische vereenvoudiging (bv. bonus pater familias → voorzichtige en
redelijke persoon)
■ Toch aantal verwarrende begrippen behouden… (bv.
wilsverhinderende dwaling)
○ Meer moderne en logische structuur
○ Inhoudelijke modernisering
■ Nieuw evenwicht: wilsautonomie x rol vd rechter
■ Sancties op maat
■ Overdracht van VB, schuldvorderingen en contracten
○ Toegankelijk voor de burger
■ Maar blijft een technische regeling
● Coherentie en rechtszekerheid bevorderen:
○ Codificatie van bestaande cassatierechtspraak
■ → Groot gezag, hoewel geen precedentwerking in ons systeem!
○ Vereenvoudiging van een aantal regels
○ Meer coherente structuur
■ bv. chronologische regeling begin tot einde sluiten ovk
● Competitiviteit van het Belgische recht verhogen
○ → Zodat we niet onderdoen op internationaal niveau
Aard van de wetsbepalingen:
● Boek 5 BW: algemene catch all bepaling
○ = Aanvullend recht, tenzij karakter van dwingend recht / openbare orde
● Boek 1 BW: geen regeling
○ Vergetelheid vd Wg vs. dezelfde regeling als Boek 5 BW?
DEEL I. Het begrip verbintenis en de soorten verbintenissen
Hoofdstuk 1. Het begrip verbintenis
Definitie verbintenis
Art. 5.1 BW → legt nadruk op juridische afdwingbaarheid (>< morele beloftes)
Oud BW had geen definitie, maar wel in RL:
a) Rechtsband tss personen
b) Ontstaan uit een rechtshandeling, de wet of een rechtsfeit
c) Met als voorwerp het doen ontstaan van in geld waardeerbare aanspraken
d) Kan in rechte worden afgedwongen
Z. Poreba 2
,A. Rechtsband tss personen
● Tss personen
● Waarbij de ene een vorderingsrecht (>< zakelijk recht) heeft op de andere
○ “Aanspraak jegens een persoon op een bepaalde gedraging”
● Verschilt met zakelijk recht (geeft zeggenschap op een zaak, bv. eigendom)
● Verschilt ook in geldingskracht: inter partes (>< zakelijk recht: erga omnes)
B. Ontstaan uit een RH, de wet of een rechtsfeit
● Een RH → art. 1.3 BW
○ > overeenkomst ~ meerzijdige RH
○ > eenzijdige RH
● Een rechtsfeit bv. fout, gebrekkige zaak
● Art. 5.3 BW
C. Met het ontstaan van in geld waardeerbare aanspraken tot voorwerp
● VB om iets te doen, iets niet te doen of iets te geven (~ overdracht zakelijk recht)
● Inspannings- of resultaatsverbintenis
● ⇒ In vermogen SE een in geld waarneembare vermogenspost bv. boek verkopen
● ⇒ In vermogen SA een passief dat zijn vermogen belast bv. boek kopen
D. Kan in rechte worden afgedwongen
● Bij niet vrijwillige uitvoering vd VB: afdwingbaarheid in rechte, evt onder dwangsom
● ! Onderscheid met andere VB zoals natuurlijke VB en vriendschappelijke afspraken
Natuurlijke verbintenis
art. 5.2 BW
● ~ Situeren tss morele plichten en vermogensrechtelijke VB!
○ Uitvoering niet afgedwongen, maar toch gedaan uit vrije wil
○ → VB ontstaat door die erkenning
○ ⇒ Kan NIET leiden tot terugvordering van prestaties…
● Voorwaarde 1: SA erkent dat hij zich verbonden heeft door de vrijwillige nakoming
van een louter morele plicht
○ ~ Hij betwist de feiten niet
● Voorwaarde 2: Gehoudenheid vd SA wordt door de maatschappij als
vanzelfsprekend aanvaardt
○ Let op: moeilijker te beoordelen + maatschappelijke evoluties!
● ⇒ Rechter toetst aan deze voorwaarden
● Voorbeelden
○ Destijds vrijwillig keukenrenovering betaald van voormalige partner
○ Betaling (voorschieten) begrafeniskosten door niet-erfgenaam
Hoofdstuk 2. De verschillende soorten verbintenissen
- Volgens het voorwerp vd VB
- Volgens het aantal SE’s of SA’s
- Volgens de modaliteiten vd VB
1. Indeling volgens het voorwerp van de verbintenis
Z. Poreba 3
, a) VB om iets te doen, iets niet te doen of iets te geven
a) Inspannings- of resultaatsverbintenis
b) Indeling volgens aantal voorwerpen
A. VB om iets te doen, iets niet te doen, of iets te geven
~ Klassiek onderscheid in OBW, maar relevantie beperkt
B. Inspannings- en resultaatsverbintenissen art. 5.72 BW
● Draagwijdte vd gehoudenheid is anders!
○ InspanningsVB: juiste knie opereren
○ ResultaatsVB: het succesvol voltooien vd operatie
● Relevant voor de bewijslast
○ → Wat je moet bewijzen verschilt!
■ Makkelijker bij resultaatsVB want is ja of nee
■ InspanningsVB is genuanceerder
● Waarborgverbintenis
○ ~ Versterkte resultaatsVB: contractuele aansprakelijkheid staat vast als
resultaat niet werd bereikt, zelfs in geval van overmacht
○ Wg laat deur op een kier staan (zie MvT/art. 5.46 BW)
C. Indeling volgens aantal voorwerpen
● Cumulatieve VB art. 5.156 BW
○ = VB die meerdere prestaties tot vwp heeft die door partijen als ondeelbaar
worden beschouwd
○ ⇒ Alle prestaties moeten worden uitgevoerd, SE kan zich verzetten tegen
gedeeltelijke uitvoering bv. verkoop appartement EN garage
○ Daarom geen bijzondere rechtsgevolgen, want toch maar ‘één ding’
● Alternatieve VB art. 5.157 BW
○ = VB die betrekking heeft op meerdere prestaties waarvan er slechts één
moet worden uitgevoerd opdat SA bevrijd is
○ → SA kiest de prestatie op moment van uitvoering + is onherroepelijk! bv.
verkoop van grond met huis op
○ (Komt zelden voor…)
● VB met subsidiaire prestatie art. 5.158 BW
○ = VB waarbij SA zich kan bevrijden door andere prestatie te leveren dan
degene die werd bedongen
○ Uitgangspunt: VB vd SA strekt zich tot de hoofdprestatie, maar SA kan zich
bevrijden door een andere prestatie te leveren
○ → SA maakt die keuze
○ (Komt zelden voor…)
2. Indeling volgens aantal SE’s of SA’s
In meeste gevallen heb je meer dan één SA of SE → Deelbaarheid als principe
= Splitsing VB in evenveel delen als er partijen zijn (art. 5.159, eerste lid BW)
MAAR 3 uitzonderingen (art. 5.159, tweede lid BW)
1) Hoofdelijkheid
2) Ondeelbaarheid
Z. Poreba 4