1 HC 1 - Wettelijk kader, Conceptual Framework en Leasing IFRS 16, IAS 1): . .2
2 HC 2 - Revenue recognition: (IFRS 15, RJ270)...............................................13
3 HC 3 - Other assets and liabilities and provisions........................................20
4 HC 4 – Subsidiaries (IFRS 10, RJ 217)............................................................27
5 HC 5 – Business combinations (IFRS 3 RJ 216)..............................................35
6 HC 6 – Fair value en impairment testing (IFRS 13, IAS 36, RJ 290) ...............43
7 HC 7 - Impairment of Assets (IAS 36 in relatie tot IFRS 13) ..........................51
8 HC 8 – Post-employment benefits (IAS 19, RJ 271, RJ 610)............................56
9 HC 9 – Financiële instrumenten.....................................................................62
10 HC 10 – Hedge accounting (IFRS 9, RJ 290).................................................79
11 HC 11 – Share based payments (IFRS 2)......................................................90
12 HC 12 - Climate Risk, Disclosures, Directors report....................................97
13 HC 13 - Capita selecta...............................................................................103
14 HC 14 – Bestuursverslag RJ 400.................................................................106
1
,1 HC 1 - Wettelijk kader, Conceptual
Framework en Leasing IFRS 16, IAS 1):
1. Wettelijk kader en jaarrekeningen
Belang van jaarrekeningen
Jaarrekeningen beïnvloeden contracten, beslissingen en marktverwachtingen.
Toepassing: bankconvenanten, bonussen, belastingen, earn-out afspraken.
Earnings management komt voor, o.a.:
o Big bath accounting (grote verliezen in 1 jaar nemen).
o Earnings smoothing (winsten egaliseren).
o Classification shifting (posten herschikken).
Administratieplicht
BW2 art. 10: bestuur moet administratie bijhouden zodat rechten en
verplichtingen altijd zichtbaar zijn.
BW3 art. 15i: ook zelfstandigen en vrije beroepen moeten dit doen.
Reikwijdte BW2 Titel 9 (Jaarrekening opstellen)
Geldt voor NV’s, BV’s, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen,
commerciële stichtingen/verenigingen en bepaalde buitenlandse
vennootschappen.
Commerciële stichtingen/verenigingen CS/CV houd een bedrijf overeind ,
concurrentie en omzet > 6 miljoen in 2 jaar , die bij KvK staat ingescrheven)
2. Grondslagen van verslaggeving in Nederland en IFRS
Artikel 2:362 BW2 (lid 8)
Jaarrekening moet een getrouw beeld geven.
Moet algemeen aanvaarde richtlijnen volgen (RJ valt hieronder)
Afwijken van regels is toegestaan indien nodig voor een getrouw beeld, wel
motiveren.
DAS (Richtlijnen) zijn leidend; afwijking alleen bij goede reden.
IFRS
IASB stelt internationale standaarden vast (IFRS/IAS, SIC/IFRIC).
Je mag alleen een IFRS jaarrekening opstellen als je alle standaarden gebruikt
(dus kleine onderneming kan dit niet gebruiken)
Er blijven nog enkele NL wetgeving van toepassing onder IFRS
Kapitaalbescherming blijft volgens NL wetgeving. Dus FV gebouwen mag niet
uitbetaald worden. (EV, Wettelijke reserves, remuneration, bestuursverslag,
overige informatie, publicatieplicht)
In de EU verplicht voor beursgenoteerde ondernemingen (geconsolideerde
jaarrekening).
Toepassing in NL:
o Non-listed: keuze tussen BW2 of IFRS.
o Listed: IFRS verplicht (consolidatie).
EU-IFRS: Endorsde (goedgekeurde) EU wetgeving (Karvouts)
2
,Visueel schema: IFRS vs BW2
Publicatie en sancties
Jaarrekening moet binnen 5 maanden na boekjaar opgesteld zijn.
AVA kan verlengen tot 10 maanden.
Publicatie: binnen 8 dagen na vaststelling.
Totale proces maximaal 12 maanden na einde boekjaar
Sancties: strafrechtelijk en civielrechtelijk.
3. Reserves en kapitaal
Wettelijke reserves RJ 240.222-232
Beschermen schuldeisers tegen te snelle uitkering van vermogen.
Niet-uitkeerbaar, ook niet bij IFRS.
Voorbeelden:
o Revaluatiereserve. (Herwaardering)
o Cash flow hedge reserve. (RJ 240.227a)
o Reserve deelnemingen (valutaresultaten, winsten).
o Geactiveerde ontwikkelingskosten.
4. Specifieke sectoren en non-profits
IFRS is vooral gericht op winstgerichte ondernemingen.
Non-Profit Organizations (NFPs) – RJ 640
NFPS: Applicable Financial Accounting Requirements – RJ 640
RJ 640 is de algemene standaard voor niet-commerciële organisaties.
Toepassing:
o Vrijwillig.
o Verplicht o.b.v. Titel 9 BW2, sector-specifieke wetgeving of bij het voeren
van een onderneming (RJ 640.103).
o Subsidievoorwaarden kunnen ook verplichting opleggen (RJ 640.104).
Bij sectorale regels of subsidievoorwaarden gaat die regelgeving voor, maar
aanvullende bepalingen van RJ 640 moeten wel apart toegelicht worden (RJ
640.104).
The Purpose of NFPs – Importance of (Financial) Accounting
Doel van verslaggeving: inzicht in realisatie van statutaire doelen , niet in winst.
Budget is centraal: autorisatie van uitgaven, toetsing van inkomsten/uitgaven,
verplichte openbaarmaking en vergelijking met realisatie.
3
, Niet-financiële informatie belangrijk (activiteiten, resultaten).
Transparantie in besteding cruciaal: bestuurdersbeloningen, % voor
doelbesteding, overhead, investeringsbeleid en risico’s.
Specific Balance Sheet Items (RJ 640.3) (1) (RJ 640.304-307)
Eigen vermogen bij NFP’s heeft een speciaal karakter: uitsluitend inzetbaar voor
de doelstellingen (RJ 640.310).
Toelichting verplicht (RJ 640.311):
o Niet-restricted deel: vrij beschikbaar voor de doelen, vaak “algemene
reserve” of “vrije reserve”.
Specific Balance Sheet Items (RJ 640) (2)
Restricted funds (bestemmingsfondsen): verplichtingen opgelegd door derden
(RJ 640.315, par. 404). 205
Restricted reserves (bestemmingsreserves): beperkingen opgelegd door
bestuur (RJ 640.313, par. 405). 205 Bestuur kan beperkingen intrekken → formeel
nog vrij beschikbaar.
Primary Statements (NL GAAP & IFRS)
NL GAAP (RJ): balans, winst-en-verliesrekening, toelichting (BW2:361). RJ 265
→ OCI, RJ 360 → kasstroomoverzicht.
o Besluitmodellen jaarrekening
Functioneel
Categorieel
Niet hybride toegestaan
In NL mag je volgorde jaarrekenign niet aanpassen van BS en P&L,
in IFRS wel.
IFRS (IAS 1.10):
o Statement of financial position.
o Statement of profit or loss & OCI.
o Statement of changes in equity.
o Cash flow statement.
o Notes (significante grondslagen, toelichtingen).
Cash Flow Statement (IAS 7.10, RJ 360.201)
IFRS: verplicht hoofdrapport.
RJ: onderdeel van toelichting, soms vrijstelling.
Indeling:
o Operationele kasstromen: direct/indirect.
o Investeringsactiviteiten: alleen werkelijke kasstromen.
o Financieringsactiviteiten: alleen werkelijke kasstromen.
Conceptual Framework – IFRS
Doel (CF 1.2): nuttige financiële info voor investeerders, crediteuren en andere
gebruikers.
Kwalitatieve kenmerken:
o Fundamenteel: relevantie (CF 2.6), materialiteit (CF 2.11), faithful
representation (CF 2.12).
o Versterkend: vergelijkbaarheid (CF 2.24), verifieerbaarheid (CF 2.30),
tijdigheid (CF 2.33), begrijpelijkheid (CF 2.34).
4