Criminologie en macht
Week 2
Doelstellingen:
1. De student kan diverse criminologische begrippen operationaliseren
en uitleggen aan de hand van voorbeelden (criminologie, sociale
veiligheid, dark number, registratie-effect, objectieve en subjectieve
veiligheid), en kan de relatie tussen criminologie en het forensisch
sociaal werk in gedwongen kader aangeven.
2. De student kan hiernaast aangeven hoe veiligheid in Nederland
wordt gecreëerd en georganiseerd.
Actuele criminologie: H1 + H2.1 + H2.3 + H2.4 + H3.3
Criminologie= de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering
van de aard en achtergronden van menselijke gedragingen die door de
wetgever strafbaar zijn gesteld en van de wijze waarop de overheid en de
maatschappij daarop reageert.
Verschillende stromingen binnen criminologie:
Beschrijvende criminologie (H2&3)
- Omvang, aard, spreiding en ontwikkeling van criminaliteit
- Cijfermatige informatie over de praktijk van het strafrechtelijke
systeem waaronder mogelijke selectiviteit
Etiologie (H4&5)
- Oorzaken van crimineel gedrag
- Gelegen in de persoon van de dader en/of zijn maatschappelijke
achtergrond en situatie
Criminaliteitspreventie (H6)
- De theorie en praktijk van maatregelen ter voorkoming van
misdrijven buiten de strafrechtspleging
Penologie (H7)
- De effectiviteit van gerechtelijke straffen en maatregelen
Victimologie (H8)
- Kenmerken van slachtoffers, de gevolgen van misdrijven voor
slachtoffer en de theorie en praktijk van slachtofferrechten en
slachtofferhulp
Beschrijvende criminologie:
Beschrijvend criminologie bestudeerd de statische verdeling van
criminaliteit in tijd en ruimte. Met behulp van kwantificerende studies
wordt geprobeerd een antwoord te krijgen op de vraag hoe het gesteld is
met het niveau van de criminaliteit in een bepaald land of stad.
Dark figure= verborgen criminaliteit
De politiestatistiek over misdaad zeggen niet alles. Dit komt doordat niet
iedereen bereid is aangifte te doen, slachtofferloze delicten (drugsdelicten
of illegaal gokken) en de focus van de politie (als mensen het idee hebben
dat bij bepaalde delicten aangifte geen nut heeft, komen er minder
meldingen)
, Criminologie en macht
Aard en omvang – Dark figure
Om een beter inzicht te krijgen in de aard en de omvang van de
criminaliteit die voor de politie verborgen is gebleven, kan een
criminoloog de volgende dingen doen:
- Directe observatie
Minpunt: Doordat er weinig zichtbaarheid is en de zichtbaarheid per delict
verschilt kan deze methode weinig gebruikt worden.
- Zelfrapportagestudies
Er wordt gevraagd of de mensen het afgelopen jaar zelf een delict hebben
gepleegd, hoe vaak dit was en of dit is gemeld bij de politie
- Slachtofferenquêtes
Er wordt gevraagd of de mensen slachtoffer zijn geweest van bepaalde
typen delicten.
Of door middel van:
- Data van verzekeraars (huisinbraken)
- Ziekenhuisregistraties (bv messteken)
- Criminele kaarten van de politie
- Veiligheidsmonitor
Selectiviteit= het verschijnsel dat systematische factoren bepalen welke
natuurlijke of rechtspersonen uit het totaal van de wetsovertreders in
aanraking komen met de politie en al dan niet bepaalde straffen krijgen
opgelegd.
Er zijn 3 soorten selectiviteit bij de toepassing van het strafrecht:
1. Selectiviteit door capaciteitsgebrek
Vloeit voort uit het onvermogen van de politie om alle zaken die aan hen
worden voorgelegd, optimaal te behandelen.
2. Selectiviteit door regionale verschillen
, Criminologie en macht
Bestaat uit grote verschillen in het gevoerde beleid met betrekking tot
opsporing, vervolging en de berechting in verschillende regio’s van het
land.
3. Selectiviteit naar groepskenmerken
Het anders afdoen van gelijke zaken vanwege een bepaald groepskenmerk
van de dader.
Sociale veiligheid ontsleuteld: p 19 t/m 31
Er zijn 3 strategieën om sociale veiligheid te vergroten:
1. Rechtshandhaving (ook wel repressie genoemd)
Gericht om dader van delicten op te sporen, te vervolgen en berechten en
vervolgens te straffen. Voorbeelden van maatregelen die binnen deze
strategie passen zijn:
- Zerotolerance arrestaties
- Opleggen van geldboetes
- Gevangenisstraffen
- HALT-afdoening
Deze strategie is gebaseerd op de gedachte dat de rechtsregels
gehandhaafd moeten worden en dat aan degenen die zich hier niet aan
houden een sanctie moet worden opgelegd. Het opleggen van een sanctie
heeft 2 doelen:
- Vergelden van het aangerichte kwaad
- Het voorkomen van herhaling
2. Ondersteuning en hulpverlening
Bedoeld om te voorkomen dat individuen in de toekomst crimineel en
overlast gevend gedrag vertonen, vooral op jeugdigen gericht. Er zijn 2
soorten maatregelen:
- Eerste groep: richt zich op brede groepen in de samenleving en op
sommige kansarme gezinnen.
Interventies met als doel de sociale en cognitieve ontwikkeling van
jongeren gunstiger te laten verlopen. Bv; preventieve jeugdzorg en
jongerenwerk
- Tweede groep: richt zich op het terugdringen van probleemgedrag
onder jongeren die nog net niet het criminele pad op zijn gegaan.
Bv; structuur biedende vaardigheidstraining en gedragstherapie
3. Gelegenheidsbeperking
Gericht op het beperken van de gelegenheid tot criminaliteit. De basis van
deze strategie vormt de opportuntity theory, die erop neerkomt dat
omgeving gebonden factoren aan de basis liggen van criminaliteit. De
dader staan niet centraal maar de omgeving en de situatie wel. Bv;
cameratoezicht, preventief fouilleren.
Rechtshandhaving
Doelgroep: individuele pleger van criminaliteit en overlast
Maatregel Doel
- Opleggen van sancties - Vergelding
- Generale afschrikking
- Terugdringen recidive
Week 2
Doelstellingen:
1. De student kan diverse criminologische begrippen operationaliseren
en uitleggen aan de hand van voorbeelden (criminologie, sociale
veiligheid, dark number, registratie-effect, objectieve en subjectieve
veiligheid), en kan de relatie tussen criminologie en het forensisch
sociaal werk in gedwongen kader aangeven.
2. De student kan hiernaast aangeven hoe veiligheid in Nederland
wordt gecreëerd en georganiseerd.
Actuele criminologie: H1 + H2.1 + H2.3 + H2.4 + H3.3
Criminologie= de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering
van de aard en achtergronden van menselijke gedragingen die door de
wetgever strafbaar zijn gesteld en van de wijze waarop de overheid en de
maatschappij daarop reageert.
Verschillende stromingen binnen criminologie:
Beschrijvende criminologie (H2&3)
- Omvang, aard, spreiding en ontwikkeling van criminaliteit
- Cijfermatige informatie over de praktijk van het strafrechtelijke
systeem waaronder mogelijke selectiviteit
Etiologie (H4&5)
- Oorzaken van crimineel gedrag
- Gelegen in de persoon van de dader en/of zijn maatschappelijke
achtergrond en situatie
Criminaliteitspreventie (H6)
- De theorie en praktijk van maatregelen ter voorkoming van
misdrijven buiten de strafrechtspleging
Penologie (H7)
- De effectiviteit van gerechtelijke straffen en maatregelen
Victimologie (H8)
- Kenmerken van slachtoffers, de gevolgen van misdrijven voor
slachtoffer en de theorie en praktijk van slachtofferrechten en
slachtofferhulp
Beschrijvende criminologie:
Beschrijvend criminologie bestudeerd de statische verdeling van
criminaliteit in tijd en ruimte. Met behulp van kwantificerende studies
wordt geprobeerd een antwoord te krijgen op de vraag hoe het gesteld is
met het niveau van de criminaliteit in een bepaald land of stad.
Dark figure= verborgen criminaliteit
De politiestatistiek over misdaad zeggen niet alles. Dit komt doordat niet
iedereen bereid is aangifte te doen, slachtofferloze delicten (drugsdelicten
of illegaal gokken) en de focus van de politie (als mensen het idee hebben
dat bij bepaalde delicten aangifte geen nut heeft, komen er minder
meldingen)
, Criminologie en macht
Aard en omvang – Dark figure
Om een beter inzicht te krijgen in de aard en de omvang van de
criminaliteit die voor de politie verborgen is gebleven, kan een
criminoloog de volgende dingen doen:
- Directe observatie
Minpunt: Doordat er weinig zichtbaarheid is en de zichtbaarheid per delict
verschilt kan deze methode weinig gebruikt worden.
- Zelfrapportagestudies
Er wordt gevraagd of de mensen het afgelopen jaar zelf een delict hebben
gepleegd, hoe vaak dit was en of dit is gemeld bij de politie
- Slachtofferenquêtes
Er wordt gevraagd of de mensen slachtoffer zijn geweest van bepaalde
typen delicten.
Of door middel van:
- Data van verzekeraars (huisinbraken)
- Ziekenhuisregistraties (bv messteken)
- Criminele kaarten van de politie
- Veiligheidsmonitor
Selectiviteit= het verschijnsel dat systematische factoren bepalen welke
natuurlijke of rechtspersonen uit het totaal van de wetsovertreders in
aanraking komen met de politie en al dan niet bepaalde straffen krijgen
opgelegd.
Er zijn 3 soorten selectiviteit bij de toepassing van het strafrecht:
1. Selectiviteit door capaciteitsgebrek
Vloeit voort uit het onvermogen van de politie om alle zaken die aan hen
worden voorgelegd, optimaal te behandelen.
2. Selectiviteit door regionale verschillen
, Criminologie en macht
Bestaat uit grote verschillen in het gevoerde beleid met betrekking tot
opsporing, vervolging en de berechting in verschillende regio’s van het
land.
3. Selectiviteit naar groepskenmerken
Het anders afdoen van gelijke zaken vanwege een bepaald groepskenmerk
van de dader.
Sociale veiligheid ontsleuteld: p 19 t/m 31
Er zijn 3 strategieën om sociale veiligheid te vergroten:
1. Rechtshandhaving (ook wel repressie genoemd)
Gericht om dader van delicten op te sporen, te vervolgen en berechten en
vervolgens te straffen. Voorbeelden van maatregelen die binnen deze
strategie passen zijn:
- Zerotolerance arrestaties
- Opleggen van geldboetes
- Gevangenisstraffen
- HALT-afdoening
Deze strategie is gebaseerd op de gedachte dat de rechtsregels
gehandhaafd moeten worden en dat aan degenen die zich hier niet aan
houden een sanctie moet worden opgelegd. Het opleggen van een sanctie
heeft 2 doelen:
- Vergelden van het aangerichte kwaad
- Het voorkomen van herhaling
2. Ondersteuning en hulpverlening
Bedoeld om te voorkomen dat individuen in de toekomst crimineel en
overlast gevend gedrag vertonen, vooral op jeugdigen gericht. Er zijn 2
soorten maatregelen:
- Eerste groep: richt zich op brede groepen in de samenleving en op
sommige kansarme gezinnen.
Interventies met als doel de sociale en cognitieve ontwikkeling van
jongeren gunstiger te laten verlopen. Bv; preventieve jeugdzorg en
jongerenwerk
- Tweede groep: richt zich op het terugdringen van probleemgedrag
onder jongeren die nog net niet het criminele pad op zijn gegaan.
Bv; structuur biedende vaardigheidstraining en gedragstherapie
3. Gelegenheidsbeperking
Gericht op het beperken van de gelegenheid tot criminaliteit. De basis van
deze strategie vormt de opportuntity theory, die erop neerkomt dat
omgeving gebonden factoren aan de basis liggen van criminaliteit. De
dader staan niet centraal maar de omgeving en de situatie wel. Bv;
cameratoezicht, preventief fouilleren.
Rechtshandhaving
Doelgroep: individuele pleger van criminaliteit en overlast
Maatregel Doel
- Opleggen van sancties - Vergelding
- Generale afschrikking
- Terugdringen recidive