NB: Termen met een * zijn al eerder aan de orde geweest
Medische term NLse term Engelse term Omschrijving (bijv. functie); definitie; synoniem
Diagnostic Manual of Het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische
Mental Disorders – 5 (DSM- aandoeningen. Diagnostic and Statistical Manual of Mental
5). Disorders- Fifth Edition.
Prodromale fase. Prodromal phase. Een voorstadium van een ziekte, waarin subtiele symptomen
optreden die wijzen op een naderende uitbraak, zoals bij een
psychose, migraine of de ziekte van Parkinson. Voorfase.
Acute fase. Acute phase. De directe en eerste periode na het ontstaan van een ziekte, letsel
of aandoening, zoals een herseninfarct of een ernstige
verwonding. Crisisfase.
Restperiode. Residual phase. Symptomen verminderen en er is meer sprake van een stabiele
toestand. Herstelperiode.
Dopaminehypothese. Dopamine hypothesis. Stelt dat een overschot aan dopamine in bepaalde
hersengebieden, zoals de mesolimbische route, bijdraagt aan
psychotische symptomen zoals hallucinaties en wanen, met name
bij schizofrenie. Dopaminetheorie.
Bijwerkingen Bewegingsstoornissen (parkisonisme, dystonie, tardieve
klassieke/typische dyskinesie), slaperigheid, duizeligheid, droge mond en wazig zien.
antipsychotica. Extrapiramidale bijwerkingen.
Bijwerkingen atypische Gewichtstoename, het metaboolsyndroom (verstoorde vet- en
antipsychotica. suikerstofwisseling), sufheid, duizeligheid en seksuele disfunctie.
Metabole bijwerkingen.
Stemmingsstoornis. Mood disorder. Een psychische aandoening waarbij de gemoedstoestand of
emoties ernstig en langdurig zijn verstoord, waardoor de persoon
het dagelijks functioneren niet meer goed aankan. Affectieve