MICRO
1
Meg Van Pé
,HOOFDSTUK 1: WAT IS ECONOMIE?
1.1 Definitie van Economie
Economie = sociale wetenschap die bestudeert:
Keuzes die mensen/bedrijven/overheden maken
Hoe ze omgaan met schaarste (niet al onze behoeftes kunnen voldoen)
Hoe stimulansen (prikkels) keuzes beïnvloeden
o Kan een beloning of bestraffing zijn
1.2 Twee delen van economie
Micro-economie: keuzes van individuen/bedrijven
o hoe die keuzes interageren in markten
o invloed van overheden die die keuzes maken
Macro-economie: effecten van keuzes op nationale en globale economie
1.3 Twee Grote Economische Vragen
1. Wat, Hoe, Wanneer, Waar en Voor Wie goederen en diensten geproduceerd?
Wat? → Welke goederen/diensten we maken en waarderen
- Verandert in de tijd
- Nu meestal diensten in rijke landen
- Goederen + diensten = producten
Hoe? → Goederen en diensten geproduceerd door productiefactoren in te zetten:
Welke productiefactoren?
Arbeid (werk)
o = Werk en moeite die mensen besteden aan het produceren van die
producten
o Kwaliteit afhankelijk van menselijk kapitaal vb: kennis
Kapitaal (machines, gebouwen)
Natuur (grondstoffen)
Ondernemerschap (organisatie)
o Ontwikkelen van nieuwe ideeën, beslissingen en risico’s nemen
Voor Wie? → Wie producten koopt bepaalt de vergoeding van de productiefactoren:
Arbeid → loon
2
Meg Van Pé
, Kapitaal → interest
Natuur → huur/pacht
Ondernemerschap → winst
Wanneer? → Productie stijgt/daalt met economische cyclus
- Verminderen van productie tijdens recessie
- Economische groei = stijgen van productie
tijdens een positieve conjuctuurcyclus
Waar? → Locatie van productie
2. Eigenbelang vs. Maatschappelijk Belang
Leveren keuzes uit eigenbelang ook voordelen op voor de samenleving/ maatschappelijk
belang?
1.4 Economische Manier van Denken
Schaarste en gevolgen ervan + keuzes staan centraal
Belangrijke concepten:
Afweging (Trade-off): iets opgeven voor iets anders
o Wat- afwegingen = wanneer mensen kiezen hoe ze hun inkomen spenderen
o Hoe – afwegingen = wnr bedrijven kiezen tussen alternatieve productietechnologieën
Vb: duurzame technologie
o Voor wie – afwegingen = wnr keuzes de verdeling van de koopkracht onder individuen
veranderen
Big trade-off = door inkomensherverdeling door de overheid van de rijken naar
de armen
Opportuniteitskost: waarde van het beste alternatief dat je opgeeft
Marginale denken: kijken naar kosten/baten van één extra eenheid
Marginale opbrengst : de baten van het nastreven van een toename van een
activiteit
Marginale kost: de kost van het nastreven van een toename van een activiteit
Stimulansen: prikkels die gedrag beïnvloeden
o Vormen de sleutel tot het overeenstemming brengen van eigenbelang en
maatschappelijk belang ( als dan niet met ingrijp van overheid)
Beantwoorden aan stimuli: onze keuzes zijn ons antwoord op stimuli
1.5 Economie als Wetenschap
De taak van economische wetenschap is het ontdekken van positieve verklaringen die vertalen wat we
observeren in onze wereld opgedeeld in 3 stappen:
3
Meg Van Pé
, - Observatie en metingen
- Bouwen van modellen
- Testen van modellen
Gebruikt ceteris paribus = "alle andere factoren gelijk blijvend"
o Gebruikt op te experimenteren op economisch vlak
Onderzoekt geïsoleerde oorzaak-gevolg relatie
Hoofdstuk 2: De economische uitdaging –
Kernpunten
2.1 Productiemogelijkheden en opportuniteitskost
PPF = grens tussen wat wel en niet geproduceerd kan worden met de beschikbare
productiefactoren.
o = productiemogelijkhedenlijn
Productie-efficiëntie: bereikt indien er niet méér geproduceerd kan worden van één
goed zonder minder te gaan produceren van een ander goed
Punten op de curve: haalbaar en efficiënt.
Punten onder de curve: haalbaar en inefficiënt.
o Goederen foutief toewijzen
Punten boven de curve: onbereikbaar.
Elke keuze langs PPF impliceert een afweging ( trade-off)
Opportuniteitskost = wat opgegeven wordt om meer van een ander goed te
produceren.
Voorbeeld: van E naar F → 1 miljoen pizza’s extra kost 5 miljoen CD’s.
o Hier is PPF concaaf de productiefactoren zijn niet in alle mogelijke
combinaties even productief
2.2 Efficiënt gebruik van middelen
PPF-curve bepaalt de evolutie van opportuniteitskosten
o Marginale kost (MC) = opportuniteitskost van 1 extra eenheid.
o Opportuniteitskosten en marginale kosten zijn evenredig
Voorkeuren geven een beschrijving van de wensen en afkeer van mensen:
o Marginale opbrengst (MB) = extra voordeel van 1 extra eenheid.
Bepaald adh van wat een persoon wilt betalen (of opgeven) om 1 extra
eenheid te verwerven
o Principe van dalende marginale opbrengst: hoe meer een product beschikbaar is
hoe kleiner de MB en hoe minder men bereid zijn om 1 extra eenheid te betalen.
Productie efficiëntie: wnr we niet méér van een goed kunnen produceren zonder zonder
een ander goed op te geven OVERAL op PPF
Toegewezen efficiëntie wordt bereikt waar MC = MB. NIET OVERAL op PPF
4
Meg Van Pé