Belangrijke jaartallen
• 3000 v.C. - Begin van de oudheid
• 800 v.C. - Begin Griekse stadstaten
• 800-600 v.C. - Griekse kolonisatie
• 600 v.C. - Begin van de Griekse wetenschap
• 500 v.C. - Athene voert de democratie in
• 425 v.C. - In Athene leeft de filosoof Socrates
• 350 v.C. - Einde van de Griekse democratie
• 330 v.C. - Veroveringen door Alexander de Grote
, SAMENVATTING
Paragraaf 2.1: Het leven in een Griekse stadstaat
Hoe waren Griekse stadstaten georganiseerd?
Rond 450 voor Christus woonden de Grieken verspreid over ongeveer 700 verschillende
stadstaten. Een stadstaat bestond uit een stad met het land eromheen. In het Grieks heette zo'n
stadstaat een polis (als je over meerdere stadstaten praat, zeg je poleis). De stadstaten werden van
elkaar gescheiden door bergketens en water. De meeste stadstaten waren heel klein en telden niet
meer dan 1000 inwoners. Alleen Sparta en Athene waren veel groter.
Hoewel de poleis van elkaar verschilden, waren er ook overeenkomsten. De belangrijkste was
dat iedere polis een eigen bestuur had en zijn eigen wetten maakte. In iedere polis sprak men
Grieks, vereerde men dezelfde goden en bouwde men op dezelfde manier tempels. Toch voelden
Grieken zich in de eerste plaats inwoner van hun eigen polis en pas in de tweede plaats Griek.
Hoe leefden de Grieken?
De meeste mensen in een Griekse stadstaat leefden van de landbouw. Ze verbouwden vooral
graan, druiven en olijven. In de smalle bergdalen was het echter niet makkelijk om voldoende
graan voor alle Grieken te produceren. Daarom dreven Grieken ook veel handel. Ze verkochten
aardewerk, wijn en olijfolie en kochten dan graan in. De Grieken waren zeevaarders en hadden
overal langs de kusten van de Middellandse Zee en Zwarte Zee handelscontacten.
Hoe zag de taakverdeling tussen mannen en vrouwen eruit?
De taakverdeling tussen Griekse mannen en vrouwen was heel strikt. De man was het hoofd van
het gezin. Hij zorgde voor het inkomen, bijvoorbeeld als boer of handelaar. Ook bepaalde hij met
wie zijn dochters trouwden. Rijke jongens kregen uitgebreid onderwijs waarbij ze rekenden,
schrijven en lezen leerden. Sport was ook een belangrijk onderdeel van hun opvoeding. Jongens
uit arme gezinnen kregen minder lang onderwijs, meisjes vaak helemaal niet.
Vrouwen hadden minder rechten dan mannen. Zij stonden altijd onder toezicht van een man,
meestal hun vader of echtgenoot, en mochten niets doen zonder zijn toestemming. Vrouwen in
rijke families moesten bovendien in huis blijven. Wel gaven ze daar leiding aan het huishouden
door toezicht te houden op de huisslaven en het geld te beheren. Meisjes trouwden vroeg, soms
al op hun veertiende. De opvoeding door hun moeder stond helemaal in het teken van het
toekomstige huwelijk. Bij arme vrouwen lag dat anders want om geld te verdienen werkten ze
vaak buitenshuis. Wat Griekse vrouwen zelf van hun situatie vonden weten we niet. Er zijn bijna
geen teksten van vrouwen bewaard gebleven, waarschijnlijk omdat de meesten niet konden
schrijven.
Wie hadden burgerrechten?