Belangrijke jaartallen
750 v.C. - Ontstaan van de stad Rome
509 v.C. - Begin van de Romeinse Republiek
27 v.C. - Begin van het Romeinse Keizerrijk
30 n.C. - Begin van het christendom
313 n.C. - Christendom officieel toegestaan
395 n.C. - Het Romeinse Rijk valt in twee delen uiteen
476 n.C. - Einde van het West-Romeinse Rijk
1453 n.C. - Einde van het Oost-Romeinse Rijk
,Samenvatting
Paragraaf 1: De verovering van een groot rijk
Hoe ontstond de Romeinse Republiek?
In de 8e eeuw v.C. ontstond aan de oevers van de Italiaanse rivier de Tiber een nederzetting met
de naam Rome. Door de gunstige ligging vlak bij zee groeide de bevolking snel en Rome werd
een grote en machtige stad. Bijna 250 jaar lang bestuurde een koning deze stad en het
omliggende gebied. Maar in 509 v.C. kwam daar verandering in. De bevolking vond dat de
koning zich te wreed gedroeg en joeg hem de stad uit. Rome werd hierdoor een republiek. Dat
betekent dat het een land is dat niet wordt geleid door een koning die zijn functie van zijn vader
had geërfd.
Hoe werkte het bestuur van de Romeinse Republiek?
De republiek werd geleid door enkele honderden mannen uit een kleine groep rijke families. Zij
vormden de senaat, de vergadering die de wetten vaststelde en dus veel invloed had. Maar het
machtigst waren de twee consuls, die één keer per jaar door het Romeinse volk werden gekozen.
Deze consuls gaven leiding aan de vergaderingen van de senaat en mochten wetsvoorstellen
doen. Ook hadden ze het vetorecht. Het woord 'veto' betekent: ik verbied. Daarmee kon een
consul een maatregel van de senaat of de andere consul tegenhouden. Bovendien gaven de
consuls tijdens een oorlog leiding aan het leger. Ze stonden dus zowel in vredes- als in
oorlogstijd aan het hoofd van de Romeinse Republiek.
Hoe groeide het Romeinse Rijk?
Vanaf de 4e eeuw v.C. begon de Romeinse Republiek gebieden te veroveren. Dat deden de
Romeinen om hun macht, roem en rijkdom te vergroten. De veroveringen van steeds nieuwe
gebieden volgden elkaar snel op. In 272 v.C. had Rome al het grootste deel van het huidige Italië
in bezit. Vervolgens probeerde het de Middellandse Zee onder controle te krijgen om zo zijn
handel te beschermen. Hiervoor moesten de Romeinen afrekenen met de stad Carthago, een
handelsstad op de kust van Noord-Afrika die op dat moment de hele Middellandse Zee
beheerste. Uiteindelijk wisten de Romeinen de Carthagers in 146 v.C. te verslaan. In de
daaropvolgende twee eeuwen veroverden de Romeinen nog veel meer gebieden, waaronder
Noord-Afrika en het huidige Frankrijk. Zo ontstond er een groot rijk: het Romeinse Rijk.
Waarom hadden de Romeinen zoveel succes bij hun veroveringen?
Dat had twee oorzaken. De eerste oorzaak was dat zij een erg goed leger hadden. Het was
uitstekend bewapend en getraind, maar vooral ook goed georganiseerd. De soldaten wisten
precies wat hun taak was en wie ze moesten gehoorzamen. Bovendien werden de soldaten vaak
goed beloond, bijvoorbeeld met een lapje grond dat ze na hun militaire dienst konden bebouwen.
De tweede oorzaak was dat de Romeinen hun verslagen vijanden goed behandelden. In de strijd
waren de Romeinen keihard en soms roeiden ze hun vijanden genadeloos uit. Maar als een volk
, zich eenmaal had overgegeven, veranderde die houding. Vaak sloten ze dan een
bondgenootschap. Het overwonnen volk moest de Romeinen gehoorzamen en soldaten leveren,
maar verder lieten de Romeinen hun bondgenoten zoveel mogelijk met rust. Overwonnen volken
mochten in principe hun eigen godsdienst en cultuur behouden. Bovendien kregen bondgenoten
allerlei voordelen. Zo beschermde het Romeinse leger hen voortaan tegen vijandelijke aanvallen
en mochten de leiders van bondgenoten meepraten over de Romeinse politiek. Verder konden
niet-Romeinen worden beloond met het burgerrecht. Dat gaf bepaalde voorrechten, zoals de
mogelijkheid om bestuurder te worden. Ook had een Romeinse burger recht op een eerlijk proces
als hij van een misdaad werd verdacht. Op die manier zorgde Rome ervoor dat de verslagen
volken zich steeds Romeinser gingen voelen en dat Rome gemakkelijk de baas kon blijven.
Hoe veranderde de republiek in een keizerrijk?
Na verloop van tijd werd het steeds moeilijker om het enorme rijk goed te besturen. De generaals
die tijdens veroveringstochten het leger aanvoerden, werden steeds machtiger. Als zij het niet
eens waren met de besluiten van de senaat, konden zij dreigen dat zij met hun leger zouden
ingrijpen. Het kwam regelmatig voor dat zulke legeraanvoerders de macht probeerden te grijpen.
Een van die legeraanvoerders was Julius Caesar. In de 1e eeuw v.C. veroverde hij een groot
gebied in het huidige Frankrijk en België. Hij kreeg echter ruzie met de senaat, waarna een
burgeroorlog ontstond. Uiteindelijk werd Caesar uitgeroepen tot dictator. Als alleenheerser
moest hij orde op zaken stellen en de senaat had niets meer te vertellen. Sommige senatoren
waren het daar niet mee eens en vermoordden Caesar. Maar daarmee was de strijd nog niet
voorbij. Er ontstond een oorlog tussen verschillende legeraanvoerders, die in 27 v.C. werd
gewonnen door Augustus, de geadopteerde zoon van Caesar.
Augustus was een slimme man. Hij liet de senaat bestaan, maar zorgde ervoor dat die weinig
meer te zeggen had. Ook kwamen er elk jaar weer twee nieuwe consuls, maar ze werden nu niet
meer door het volk gekozen, maar benoemd door Augustus zelf. Ze deden dus wat hij zei. Het
leek alsof het bestuur uit de republiek bleef bestaan, maar in feite kwam alle macht bij Augustus
en zijn opvolgers te liggen. Die lieten zichzelf 'caesar' noemen, wat in het Nederlands keizer is
geworden. Zo kwam er een einde aan de republiek en begon het keizerrijk.
Wat waren de belangrijkste verschillen tussen de Romeinse Republiek en het Romeinse
Keizerrijk?
In de Romeinse Republiek lag de hoogste macht bij de consuls en de senaat. Het volk koos de
consuls. In het Romeinse Keizerrijk lag alle macht bij de keizer. De senaat bestond nog wel,
maar had bijna niets meer te zeggen. De consuls werden benoemd door de keizer en deden wat
hij zei.
Wat was de pax Romana?
Dit keizerrijk was een groot succes. Over het algemeen zorgden de keizers voor vrede binnen het
rijk. De 1e en 2e eeuw n.C. noemen we dan ook wel de tijd van de pax Romana, wat 'Romeinse
vrede' betekent. Dankzij deze vrede konden de Romeinen volop wegen en bruggen bouwen en